Aznar begrijpt het Internet niet |
|
Hoe anders uitleggen dat een man die je met gemak de kwalificatie 'highly intelligent' kan toebedelen, tegen wil en dank de
Spanjaarden wilde laten blijven geloven dat zijn ETA-piste de meest
geloofwaardige was ? Amper 6 uur na de aanslagen uitten zowel Europol als
Interpol reeds grote twijfels omtrent de betrokkenheid van de -vandaag als fel
verzwakt beschouwde -Baskische
terreurbeweging. Cadena SER en Onda Cero, de twee
populairste Spaanse radiostations veranderden hun uitgangspunt eens het dodental
de 90 had overschreden. ETA had namelijk nooit meer dan 21 slachtoffers gemaakt
in één en dezelfde aanslag (Hipercor, Barcelona, 1987) en dan nog had de
terroristische afscheidingsbeweging haar excuses aangeboden omdat het om een
vergissing ging. ETA doodt trouwens enkel mensen die de wetgevende of politieke
macht vertegenwoordigen (politie, leger, politici) en tracht burgerslachtoffers
te vermijden.
We zullen waarschijnlijk op Aznar's mémoires moeten wachten om te weten wat in hem omging in de 72 uur die volgden op de meest bloedige terroristische aanslag op Europees grondgebied ooit, sinds het Schotse Lockerbie in 1988. Punt is dat het internet en de mobiele telefonie het lot van de voormalige belastinginspecteur met de Chaplinsnor nog voor zaterdagnacht hadden bezegeld. Miskende Aznar de kracht van de nieuwe media die - gestuwd door de transparantie en snelheid van het Internet - slechts luttele uren nodig zou hebben om zijn 'wishful thinking'-theorie te doorprikken ? Het internet - een medium waarvan ook terroristen gretig gebruik maken- heeft er niet alleen voor gezorgd dat je een handleiding voor het maken van een bom zo van het web kan halen. Ook videoboodschappen en opeisingen van fundamentalistische organisaties trekken in een mum van tijd de wereld rond. Informatie is alom. Kort voor middernacht van donderdag verschenen de eerste Spaanse weblogs reeds met vragen omtrent de censuuroperatie van de regerende Partido Popular en werd de betrokkenheid van ETA in twijfel getrokken gezien de omvang van de catastrofe. Op zaterdag -24 uur voor de verkiezingen- blokletterde de meestgelezen krant ter wereld, de 'New York Times', op haar website: "De Spaanse regering houdt informatie achter, iets wat onvergeeflijk is wanneer het algemeen welzijn van alle burgers op het spel staat." Uren later startten een aantal onafhankelijk van elkaar opererende initiatieven die opriepen tot een betoging tegen de censuuroperatie van de regering. Duizenden mensen protesteerden zaterdagavond voor het hoofdkwartier van de PP nadat een ketting van SMS- en e-mail berichten de meeste Madrileense computers en mobiele telefoons bereikte en tot 5.000 mensen mobiliseerde, een betoging die door de kandidaat-premier van de regerende PP, Mariano Rajoy, 'onwettelijk' werd genoemd. De druppel die de emmer deed overlopen was het op zaterdagavond -zonder aanwijsbare reden- vervangen van de normale programmatie op de Spaanse staatszender TVE door de documentaire 'Asesinato en febrero (2001)' (Moord in februari), over de ETA-moord op een politicus en zijn lijfwacht. Luttele uren voor de Spanjaarden naar de stembus trokken was dat een stunt die twee decennia geleden niet zou hebben misstaan in een der voormalige Sovjetrepublieken. In Spanje won afgelopen zondag -dramatisch genoeg- nog links, noch rechts de verkiezingen. Enkel de democratie won. Het Spaanse volk slaagde erin om een tot op heden ongeziene golf van mechanismen van sociale mobilisatie -internet, gsm's, e-mail..-. op gang te brengen, gelukkig vergezeld van een grote dosis waardigheid, koelbloedigheid en zelfbeheersing. Niet enkel José Maria Aznar werd zondag duchtig de les gespeld. Hopelijk begrijpen politici nu -waar dan ook ter wereld- dat in tijden van grote crisis de verantwoordelijkheid voor het correct en sereen overbrengen van nagetrokken informatie, ter verdediging van onze levens en onze waarden, een essentiële plicht is in de strijd tegen de globale terreur die -of we het nu willen of niet - vandaag de mensheid in haar greep houdt. |