De Geruchten |
|
Wie denkt dat geruchten tot de journalistieke exclusiviteit behoren van
bewezen roddelmolens als de Vlaamse fotokrant 'Het Laatste Nieuws' of het
sensatieblad 'Dag Allemaal', heeft het mis. Wie het woord gerucht invoert in de
archiefzoekers van de krant De Tijd krijgt meer dan 2000 resultaten sinds
1988, De Standaard geeft er 836.
Het gerucht is even oud als de mensheid zelf en wordt door sommigen daarom terecht het oudste communicatiemiddel ter wereld genoemd. Het spaart individu noch onderneming en ondanks dat sommige communicatiespecialisten argumenteren dat bedrijven zich ertegen kunnen wapenen, menen anderen dat je dan nog beter je energie kwijt bent aan het 'verpakken van mist in een doos'. Van Dale definiëert een gerucht als een praatje dat in omloop is, Verschueren's Woordenboek omschrijft het als wat over iemand of iets onder de mensen gezegd wordt. De belangrijkste eigenschap van een gerucht is niet dat ze een waarheid of een leugen bevat. De belangrijkste eigenschap van een gerucht is dat het onmogelijk is met zekerheid te zeggen of het om een waarheid of een leugen gaat. En daarom moet een gerucht worden omschreven als informatie die wordt doorgegeven van een persoon tot een andere, meestal van mond tot mond, zonder dat kan achterhaald worden of die informatie waar is of niet. Hoewel het vooral publieke en mondaine figuren zijn die lijden onder het verspreiden van geruchten (zie Posh & David Beckham, Lady Di, de koningshuizen, Gianni Versace), hebben ze ook een sterk impact op het economische- en zakenleven. Wie een dag op een beursvloer doorbrengt kan daar lijfelijk aanschouwen hoe een gerucht een aandelenkoers de hoogte kan injagen, dan wel kan kelderen. Zo steeg het aandeel van de Belgische uitbater van de weg- en luchthavenrestaurants Carestel deze week zeven dagen op rij na geruchten dat het bedrijf zou worden overgenomen. Maar hoewel geruchten alomtegenwoordig zijn in het dagelijkse economische leven, zijn ze vrijwel onbesproken in economische theorieën. Vanzelfsprekend. De economie bestudeert het rationele gedrag van consumenten, geruchten zijn irrationeel en daarom bijzonder moeilijk in kaart te brengen. Geruchten hebben vermenigvuldiging nodig. Dit betekent dat hoe meer mensen het gerucht doorgeven, hoe meer het aan credibiliteit wint. Indien één persoon zegt dat Michael Jackson een pedofiel is, heeft dat een veel kleiner impact dan wanneer duizenden mensen dat zeggen, ook al is geen van die mensen ooit in een straal van minder dan 100 km bij Michael Jackson in de buurt geweest. Hoe meer mensen het zeggen, hoe meer voedingsgrond wordt gecreëerd om aan te nemen dat het gerucht klopt. Ten tijde van de affaire Dutroux in ons land werd Elio Di Rupo zwaar in opspraak gebracht door de inmiddels meermaals voor oplichting veroordeelde mythomaan Olivier Trusnach. Di Rupo zou Trusnach hebben misbruikt toen hij - Trusnach - vijftien was. Binnen de kortste keren portretteerde de pers Di Rupo als een pedofiel en eiste men zijn aftreden (later bleek dat Trusnach over zijn leeftijd gelogen had, en onder druk van de gerechtelijke politie valse verklaringen had afgelegd). Trusnach werd vervolgens ontmaskerd als een harde fantast die zich eerder al als baron en als consul van de Seychellen had uitgegeven; hij noemde zich ook hertog van Mecklenburg-Schwerin. Maar geruchten als zou Di Rupo hebben deelgenomen aan pedofiele orgieën werden met graagte vermenigvuldigd, vooral omdat het impact van de zaak Dutroux zo enorm was dat de publieke opinie toentertijd volledig het noorden kwijt was geraakt. Ook het mengen van twee zaken die totaal niets met elkaar te maken hebben -Jackson & Di Rupo-, iets wat ondergetekende hierboven doet, is een techniek die gebruikt kan worden om beide protagonisten alsnog in een dubieus daglicht te plaatsen. In dat verband vertel ik graag een anekdote mij ooit toevertrouwd door meester Robert Umeur, de advocaat van -de ondertussen ook al gevallen en veelbesproken Franse zakenman en politicus- Bernard Tapie. Umeur woonde op zekere dag een galadiner bij, wanneer aan tafel zich een pittige conversatie omtrent zijn cliënt ontspon, toen nog de flamboyante 'coming man' van de Franse Parti Socialiste en de protégé van president François Mitterand. Op zeker ogenblik maakt de man in kwestie zich kenbaar als zijnde de raadsheer van Tapie, waarop een dame tafelgenote hem toeroept: 'Comment pouvez-vous défendre cette ordure?'. Vrij vertaald: 'Hoe kan u zo'n schurk verdedigen? Wanneer de advocaat de vrouw vraagt zich nader te verklaren, antwoordt ze: 'Wel de juiste toedracht van de zaak ken ik niet meer; ofwel heeft Tapie een auto gestolen, ofwel heeft men zijn auto gestolen, maar er is alleszins iets niet pluis met die man! (Mochten we in dat tijdperk de vrouw in kwestie nog verdenken van lichte ontoerekeningsvatbaarheid, ondertussen moeten we toegeven dat ze waarschijnlijk helderziende was) Geruchten beïnvloeden voorkeuren. David Brock, een Amerikaans journalist, zou begin negentiger jaren een Republikeinse smeercampagne orchestreren tegen de zittende president Bill Clinton door een verhaal de wereld in te sturen als zou Clinton als gouverneur van Arkansas aan zijn veiligheidsdiensten gevraagd hebben om voor hem seksuele ontmoetingen met prostitués te regelen. De zaak, beter bekend als 'Troopergate', zou slechts een gering impact op Clinton's populariteit hebben gehad, ware het niet dat het vermelden van een zekere Paula, later zou uitmonden in de Paula Jones-affaire. Het Jones onderzoek zou uiteindelijk leiden tot het Monica Lewinsky sex-schandaal en de impeachment-procedure, die Clinton op een haar na het presidentschap kostte. Brock bekeerde zich later tot het Clinton-kamp nadat zijn Republikeinse vrienden hem in de steek lieten toen bleek dat hij de geruchten over die vermeende affaires niet kon hardmaken en hij ook niet kon bewijzen dat Hillary Clinton lesbisch was, nochtans de natte droom van oppositieleider Newt Gingrich en zijn kompanen. Toen geruchten over de vermeende homosexualiteit van Brock bewaarheid werden was de Republikeinse liefde al lang bekoeld en kon Brock openlijk toegeven dat de ganse campagne was gefinancierd door de Amerikaanse conservatieve miljonair-uitgever Mellon Scaife, met als enig doel de voorkeuren en het stemgedrag van de Amerikaanse kiezers te beïnvloeden en Clinton het Witte Huis uit te jagen. Geruchten zijn controleerbaar. Verschillende marketing- en managementspecialisten beweren dat bedrijven zich tegen geruchten kunnen wapenen door een nauw contact te onderhouden met klanten, geloofwaardige publiciteitscampagnes op te zetten, ethische handelspraktijken te promoten en een transparante communicatie met het publiek te onderhouden, via de pers of het Internet. Wie toch met een gerucht wordt geconfronteerd doet er goed aan het 'worst case scenario' even te vergeten en zich te concentreren op die delen van het gerucht die kunnen worden toegegeven of formeel ontkend. Geruchten kunnen ook geminimaliseerd worden maar dan wel met als risico dat eventuele bekommernissen en angsten van de betrokkenen omtrent de waarheid van het gerucht verwaarloosd worden. Geruchten zijn oncontroleerbaar. Anderen houden het erbij dat geruchten niet onder controle kunnen gehouden worden omdat het meestal gaat om informele informatie die voortspruit uit angst (in de zakenwereld: ontslagen, overnames, sluiting, faillissement...). Het in de wereld sturen van geruchten beantwoordt dan ook aan een nood die bestaat onder mensen die zich bedreigd voelen. Het gerucht laat hen toe om op een onpersoonlijke en collectieve manier hun angsten te kanaliseren en ermee om te gaan. Hieruit kan afgeleid worden dat geruchten wel degelijk een waarde hebben, indien bedrijfsleiders erin slagen om dat deel van een gerucht te ontcijferen dat waarde heeft voor de normalisatie van een probleem of situatie binnen het bedrijf. Het vrij recente blogfenomeen binnen bedrijven speelt daarin een belangrijke rol en opent perspectieven naar de toekomst toe. Een cultuur van open en transparante communicatie binnen een bedrijf kan de nood aan het door geruchten uiten van angsten omtrent bedrijfsproblemen drastisch inperken. Met één kleine voetnoot. Geruchten starten met 'men zegt', een blog meestal met 'ik zeg'. Geraadpleegde bronnen: 1.'The Real David Brock', Ramesh Ponnuru, National Review 2.'La rumeur a 2000 ans mais frappe encore', Jean-Yves Klein, L'Echo 3.'Countering the power of rumours ', Razak Abu Bakar 4.'Fight false rumours', Chris Daniels, Profitguide.com 5.'How
to handle a media scandal',
BBC News Dirk De Winter is columnist voor Zakelijk Internet |