Een ‘Marshall’-plan tegen technologische apartheid

Landen moeten het Internet niet meer uitvinden of er een speciale Internet-industrie voor opzetten. Maar om concurrentieel en productief te zijn moeten landen wel het Internet gebruiken om te produceren, te verkopen en te managen. Indien informatietechnologie de elektriciteit is van het Informatietijdperk, dan is het Internet het equivalent van de elektrische motor.
Verschillende rapporten van de Verenigde Naties en het UNDP leveren het onweerlegbaar bewijs van een verregaande ongelijkheid binnen het buitengewoon moment van technologische innovatie en economisch dynamisme dat onze wereld te beurt valt. Armoede blijft in vele landen hardnekkig voortbestaan. 50% van de mensen op onze planeet overleeft met minder dan 2 dollar per dag, in de VS leven 20% van de kinderen in armoede, en ook in Europa blijven getto’s van sociale uitsluiting en wanhoop bestaan.

De netwerkeconomie verandert alles. Binnen de huidige parameters van de internationale spreiding van arbeid dreigen arme landen structureel irrelevant te worden indien ze er niet in slagen om hun technologische achterstand weg te werken. Anderzijds biedt de netwerkeconomie de kans om een model van internationale ontwikkeling te realiseren dat ontwikkelingslanden in staat zou moeten stellen om een reuzestap voorwaarts te maken en het industriële stadium van hun ontwikkelingsproces te overstijgen.

Begin 2000 bracht Transmeta, een bedrijf uit Silicon Valley, een nieuwe chip op de markt. Hoewel de chip de gewone standaardcapaciteit bezit, was zijn energieverbruik veel kleiner dan bij de actuele chips. In de toekomst zal men gebruik maken van computers die functioneren op basis van zonne-energie, met chips die een minimum aan energie verbruiken en via satelliet kunnen aanloggen op netwerken die zowel geheugen als werkvermogen opslaan.

Dit soort ontwikkelingen maakt brandhout van theorieën die volhouden dat er pas Internet kan zijn als er elektriciteit is. Maar waar het hier over gaat is de relatie tussen een op Internet gebaseerd ontwikkelingsmodel en een breder gamma aan ontwikkelingsbehoeften.

Daarom is het belangrijk te begrijpen dat de voorziening van elementaire nutsvoorzieningen zoals water, elektriciteit, transport, gezondheidszorg e.a. de begeleidende factoren zijn van de ontwikkeling en niet de vereisten voor ontwikkeling. Het sleutelprobleem wordt dan: Hoe genereren we genoeg economische hulpmiddelen opdat een land zijn inwoners dergelijke diensten kan aanbieden, niet alleen door ze te bouwen, maar ook door ervoor te zorgen dat ze in het onderhoud ervan kunnen voorzien en indien nodig ze te herstellen of te verbeteren.

De keuze voor die landen is niet: ofwel eten ofwel Internet. Mijn voorstel is gebaseerd op de wetenschap dat enkel een op Internet gebaseerde economie genoeg waarde kan creëren in de nieuwe globale economie opdat landen snel genoeg vooruitgang kunnen maken om in hun zelfbehoud te voorzien, zonder dat ze op een permanente basis beroep moeten doen op internationale liefdadigheid.

De sleutel tot het gebruik van het Internet voor zelfontwikkelingsdoeleinden is het vermogen van de internaut om de benodigde informatie te vinden, ze te analyzeren en dan de focus te leggen op welke taak dan ook volbracht moet worden.

Bottom-line betekent dit onderwijs voor iedereen. De gestage groei van het onderwijs, zowel in kwantiteit als in kwaliteit is dus de echte vereiste voor ontwikkeling. Maar hoe zou het mogelijk zijn om dit soort grootse onderwijsplannen waar te maken met een beperkte onderwijscapaciteit in zovele landen. De belangrijkste voorwaarde voor de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs blijft dus de opleiding van de leraars.

De bestaande vicieuze cirkel die een gebrek aan elementaire basisvoorwaarden voedt en waardoor vele landen en regio’s in de wereld verstoken blijven van technologische ontwikkeling en vooruitgang moet bewust doorbroken worden. Enkel een onmiddellijke, gecoördineerde en massale injectie van hulpmiddelen en know-how kan de actuele dynamiek, die onze planeet verdeelt en fragmentiseert, omgooien.

Wat hierna volgt is een schets van een aantal algemene, strategische ideeën, die zulke omwenteling kunnen bewerkstelligen. Zonder de pretentie te hebben om een meer institutioneel plan voor te leggen voeg ik er enkel aan toe dat elke ontwikkelingsstrategie moet steunen op een visie die gedeeld en ondersteund wordt door zowel internationale organismes als regeringen ; door regeringen en NGO’s; door de publieke en private sector ; en door globale en lokale spelers.

Om het kind een naam te geven zal ik het een technologisch ‘Marshall’-plan noemen, binnen het kader van het nieuwe, internationale Keynesianisme.

Net zoals het ‘Marshall’-plan Europa terug op de landkaart zette, kan dit nieuwe plan bijdragen tot de bouw van een rechtvaardigere wereld, terwijl de participerende landen en bedrijven op termijn zullen geholpen worden in het realiseren van hun zakenbelangen.

Internationaal keynesianisme betekent het stimuleren van de globale vraag door het creëren van een nieuwe infrastructuur, deze keer in de high-tech industrie. Wat de voordelen zijn ? Voor ontwikkelingslanden zijn ze duidelijk, op voorwaarde dat een aangepaste structuur wordt uitgebouwd die de technologie relateert aan de lokale economische structuur en lokale noden, eerder dan een high-tech eiland neer te zetten in een oceaan van onderontwikkeling.

Voor het Noorden, de VS, Europa en Japan, speelt niet enkel de morele verantwoordelijkheid een rol. Het plan zal ook toedragen tot het in de kiem smoren van geopolitieke onstabiliteit en het houdt een fundamenteel economisch en technologisch belang in:

Aan de ene kant, en dit vooral voor de high-tech markten, zijn de voordelen :

a) het onmiddellijke impact van de gesubsidieerde bouw van een infrastructuur.
b) Het toekomstige groeipotentieel van high-tech economieën.
c) Het ontwikkelen van nieuwe afzetkanalen voor gevorderde technologie, die op dit moment nog niet gechikt is voor verkoop. (vb. online systemen in de gezondheidszorg en het leren vanop afstand )

Aan de andere kant vormt een latent gebrek aan talent de belangrijkste ‘bottleneck’ voor de ontwikkeling van high-tech. Zonder zijn Chinese en Indische ingenieurs, bestaat Silicon Valley gewoonweg niet. Ook Europese bedrijfsleiders worden wanhopig wanneer dit thema ter sprake wordt gebracht. De ontwikkeling van een nieuw technologisch systeem is zo snel dat het de mobilisatie vereist van menselijke vaardigheden overal ter wereld.

Het argument om in elk land mensen op te leiden eerder dan de voorkeur te geven aan het voeren van een gericht migratiebeleid, mag dan al weerklank vinden op lange termijn, het is in ieder geval tijdrovend en ook niet iedereen wil in een technologische omgeving gaan werken.
Daarbovenop zal het verbreden van de potentieele arbeidsmarkt (inclusief on-line) de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van arbeid vergroten.

Zal de globale mobiliteit van talent de arme landen niet nog dieper wegduwen in de technologische vergeetputten en ze beroven van de kleine intellectuele elite die ze in huis heeft ? Neen. Het gaat erom gebruik te maken van opgeleide mensen - die anders geen of weinig vooruitzichten hebben om hun opleiding ten gelde te maken - op een plaats waar ze nuttig en productief kunnen zijn: als ingenieurs Indië verlaten is dat omdat ze ergens anders beter af kunnen zijn.

Trouwens, een debat voeren over het ‘stelen’ van het intellectueel patrimonium van een land is achterhaald. In de netwerkeconomie van vandaag reizen getalenteerde breinen en entrepreneurs heen en weer tussen de verschillende productie- en innovatiecentra. Mensen die van Bangalore naar Sillicon Valley verhuizen, gaan terug naar Bangalore, starten er een zaak op, en pendelen tussen Indië en Californië. Hetzelde geldt voor pendelaars tussen de VS en Taiwan, Singapore, Israel, Mexico, China, en ook Rusland.

Waar het om gaat is de ontwikkeling van de netwerken en het vergroten en verbeteren van die centra over de ganse wereld, en het brengen van talent naar deze netwerken opdat innovatie overal ter wereld kan plaatsvinden, eerder dan in een select clubje van rijke landen.

Een utopie ? Dat hangt vooral af van het gevoerde migratie- en ondernemersbeleid. Maar het transnationalisme vormt voor miljoenen immigranten de meest reëele ontsnappingkans uit de armoede en slaat een brug tussen economie en samenleving voor het welzijn van hun families, hun ondernemingen en hun thuisland.

Manuel Castells (° Barcelona, 1942) is socioloog en schrijver van o.m. de boeken ‘The Internet Galaxy’ en de trilogie ‘The Information Age: Economy, Society and Culture’. In 2000, sprak hij de plenaire vergadering van de Verenigde Naties toe omtrent de netwerkeconomie en globale ontwikkeling.
Hij geeft les aan de Universiteit van Berkeley (VS), waar hij woont met zijn echtgenote Emma Kiselyova.

Deze column werd door ZI vertaald en gepubliceerd met toestemming van de schrijver.
Share
  • Over incompetentie

    • 1418x gelezen
    • 20 mei 2012
    Er zijn incompetente mensen en er zijn mensen die door en door onbekwaam zijn. Die laatste hebben, naargelang het ingenomen standpunt, het grote voor- of nadeel dat zij de hallucinerende diepte van hun eigen incompetentie nooit zullen beseffen...Lees meer
  • Waarom ik een haat-liefdeverhouding met Vlaanderen heb

    • 1527x gelezen
    • 07 mei 2012
    Zelfs als de Franstaligen de Vlamingen zwaar beledigen of zelfs aan haatzaaierij doen kijkt de Vlaming liever de andere kant op. Of erger nog: ze beginnen op hun eigen boodschapper te schieten die het lef had om daar publiekelijk zijn verontwaardiging over kenbaar te maken...Lees meer
  • België in rep en roer na ongewenste intimiteiten, maar hoe zit dat in Nederland?

    • 1101x gelezen
    • 02 mei 2012
    Wat me destijds ook opviel, was dat er los van het man/vrouw-aspect anders met de hiërarchie werd omgegaan. In België is de baas nog echt een baas, terwijl er in Nederland veel minder machtsafstand binnen de arbeidsrelatie bestaat. De Belgische ondernemingscultuur wordt veel meer dan de Nederlandse gedomineerd door strikte machtsverhoudingen, terwijl de Nederlander zijn baas vooral als medeteamlid ziet.Lees meer
  • Wat doen managers anders dan praten?

    • 30 apr 2012
    Nooit stonden ons meer communicatie-instrumenten ter beschikking, en nooit werd er slechter gecommuniceerd. We hebben allemaal e-mail, gsm, voicemail, conference calls en dies meer. En toch begrijpen we elkaar niet. Enkele weken geleden belde een Nederlandse consulent, specialist in business development en commercial engineering, mij met de vraag of hij 'even een accountcase tegen mij aan kon houden'. Mijn reactie was ongetwijfeld heel dom, maar wel oprecht: 'Wablieft?'Lees meer
  • Geluk op het werk

    • 1640x gelezen
    • 16 apr 12
  • Is het Bekaert-management niet dringend aanve...

    • 1359x gelezen
    • 09 apr 12
  • Het gemiddeld Vlaamse huisgezin isoleert met...

    • 06 apr 12
  • Succesvolle bedrijven investeren in tevreden...

    • 1282x gelezen
    • 23 mrt 12
  • Verkeersveiligheid draait vooral om politieke...

    • 13 mrt 12
STIJGERS & DALERS BEL20