Het Deense model

De toekomst van België in de globale economie van morgen baart me zorgen. Ook de bereidheid van de Belg om in vraag te stellen wat hij verworven heeft. Is hij bereid om harder te gaan werken om het te behouden? Tot 20 jaar geleden waren Belgen vrij mobiel. Vandaag heb ik de neiging om te zeggen dat Belgen verwend zijn en onvoldoende honger hebben. We zullen opnieuw bereid moeten zijn om hard te werken teneinde onze positie in de wereldeconomie veilig te stellen. We zullen onszelf meer in vraag moeten stellen en opnieuw mobieler moeten  worden. De horizon is totaal veranderd. Ik denk dat men op het topniveau -de managers en directeurs- tot dat besef gekomen is. Het niveau daaronder begint het te leren, denk ik. De benedenlaag -arbeiders en bedienden- beseft nog niet dat de concurrentie in de toekomst zeer hard zal zijn en dat het verschil zal gemaakt worden door de excellentie in uitvoering, in productiviteit… en daar hebben wij gezien het feit dat we een duur land zijn a long way to go… Ik ben dan ook bezorgd over de economische toekomst van België.

Wat betreft de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven zie ik dat er vandaag in België een groot debat aan de gang is omwille van het probleem van de hoge werkloosheid. Ik refereer naar het geval van Denemarken. Daar stelt het probleem zich veel minder. Ze hebben een zeer flexibele arbeidsmarkt en dan is het stuk maatschappelijke verantwoordelijkheid uiteraard veel kleiner. Denemarken is erin geslaagd het werkloosheidspercentage van rond 10% begin jaren negentig te halveren naar iets minder dan 5%. Daarbij maakt de Deense economie ook nog een robuuste groei door, die vorig jaar uitkwam op een plus van 3 à 4%. Bedrijven die efficiënt en flexibel opereren, gecombineerd met een flexibele arbeidsmarkt, genereren automatisch groei en bloei. Het probleem van de tewerkstelling bestaat er niet. Dus als ik het probleem van de maatschappelijke verantwoordelijkheid terugbreng tot tewerkstelling dan zeg ik: neen, dat heeft te maken met het economische model. In een bloeiende economie genieten de mensen automatisch mee van de voordelen van het systeem. Het kader van de maatschappelijke verantwoordelijkheid moet gecreëerd worden door de overheid en dat kader moet zo flexibel mogelijk zijn. Tenminste dat zien we als we ons economisch model vergelijken met dat van Denemarken en tal van andere landen. We willen nog steeds teveel zaken reglementeren. Het Deense model gelooft sterk in de vrije markteconomie en de flexibele arbeidsmarkt. Dat is ook wat wij moeten zoeken. De Deense politici zijn tien jaar geleden tot het besef gekomen dat het oude Deense model -vergelijkbaar met het huidige Belgische- niet meer leefbaar was. De economie en bedrijven moesten daarom meer concurrentiëel worden. De Denen hebben grote stappen gezet om de arbeidsmarkt vrij te maken, wat geleid heeft tot een model dat werkt. Vorig jaar in het kader van het partnership met de Deense Post heb ik er in Kopenhagen op aangedrongen opdat ook Belgische politici het model zouden bekijken om zich ervan te overtuigen dat het kan. De eerste reacties die ik dan krijg – syndicaal- zijn dan: ‘Ja, maar dat is te verschillend van ons model. We willen dat niet.’ In België bestaat nog geen consensus over het feit dat de toekomst van België zal afhangen van de sterkte van onze bedrijven en de sterkte van onze economie. Zolang we dat niet hebben kunnen we reizen zoveel we willen, het is enkel tijdverlies. Pas op, de consensus groeit, maar zijn we er vandaag toe gekomen dat we die consensus luid en duidelijk willen communiceren naar iedereen, vakbonden, groot publiek? Ik denk van niet en dat is wat nodig is om tot verandering te komen.

Tegen een belangrijk Belgisch politicus heb ik gezegd: ‘Het bilan van onze toestand vandaag maken is niet moeilijk, daar zijn we het allemaal over eens, de politici, de economisten, allemaal…’ Dan hebben we de durf nodig om het kenbaar te maken. Dan vind ik dat het verantwoordelijkheidsgevoel van iedereen ons daarbij moet helpen. Los van het ‘kleine’ debat meerderheid tegen oppositie, maar wel in functie van de toekomst van dit land. Ik heb tegen die politicus dus gezegd: ‘Ik kan me niet voorstellen dat de slimme, verantwoordelijke mensen die we hier rond de tafel kunnen krijgen niet bereid zijn die boodschap heel duidelijk en eenduidig te brengen’. En als we allemaal gedurende een paar jaar dezelfde boodschap brengen, gaan de mensen het wel gaan begrijpen. Vandaag gebeurt dat niet, dus gebeurt er niets… en dan zijn we verloren.

De politieke klasse heeft vandaag een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik herhaal: of men in de meerderheid of in de oppositie zit is nu van geen tel, het probleem is voor iedereen hetzelfde. Maar geen van beiden zegt vandaag wat moet gebeuren. Politici zullen er niet beter van worden, maar zij moeten vandaag de bereidheid tonen om eventjes de persoonlijke en partijpolitieke doelstellingen opzij te zetten en te vechten om wat belangrijk is voor dit land. Dat is mijn optimistische visie ter zake.

Johnny Thijs is sinds januari 2002 Afgevaardigd Bestuurder van De Post. Tevens is hij lid van de Raad van bestuur van De Post, Guylian, Fromageries Bell, Carrefour België, Ter Beke en Quick.

Deze passage komt uit 'Getuigenissen omtrent 20 jaar Leiderschap', het boek van Dominique Dewitte (Express.be) & Alain Renier (Top Management).

  • Gebaseerd op:Express.be
Share
STIJGERS & DALERS BEL20