Over-leg-tips: ‘k zag twee beren

Onvrede. Het is van alle tijden, dus ook van nu. Geen onvrede over gebrek aan voedsel, onderdak of veiligheid. Onvrede over werk, in het bijzonder, aangenaam werk. Want we willen niet meer labeuren. We willen wel eerlijk werk, billijk werk, rechtvaardig werk, aangenaam werk, bekend werk. Het is een kenmerk van een ontwikkelde maatschappij.

Vandaag staken de treinen, binnenkort de werknemers bij GM. Eerder staakten de luchtverkeersleiders en in Frankrijk en Griekenland, het hele land. Diegenen die staken zijn ontevreden en vinden enkel nog een uitweg door demonstratief het werk neer te leggen en te zeggen dat het zo niet verder kan. Nu is een staking geen nieuw fenomeen, maar wel treft het mij dat in een tijd waarin we hebben geleerd om kwaliteit en productiviteit in te voeren in onze fabrieken, waar we optimale bedrijfsprocessen hebben leren uitschrijven, waar sociale bescherming werd uitgevonden, waar iedereen steeds verder bijgeschoold of omgeschoold kan worden, waar we computers hebben ingeschakeld om de stand van zaken van ons bedrijf permanent en real-time in het oog te houden, we op vlak van overleg weinig vooruitgang hebben geboekt. Enkele decennia geleden hebben we beslist dat alle betrokkenen van een discussie een stem moeten hebben, en hiervoor werden ondernemingsraden, oudercomités, belangengroepen en federaties in het leven geroepen. Nu zit iedereen rond de tafel en hebben we alle instrumenten in de aanslag om te overleggen. Maar er gebeurt niets. Het overleg lost de problemen niet op en dan gaan we staken. Dat deden we eind negentiende eeuw al en dat doen we nog steeds.

Dat klopt niet. Het getuigt niet van die ontwikkelde maatschappij als we, in geval van onenigheid, gewoon koppig ons hoofd afwenden en een samenwerking, die hoedanook zal moeten hervat worden, stilleggen.

Mag er dan niet meer gestaakt worden? Neen, maar het zou een instrument van de laatste kans moeten zijn en niets meer. Moeten we dan beter leren onderhandelen? Hebben we die vaardigheid nog onvoldoende getraind? Neen, ook niet. Meer nog, ik hou niet van onderhandelen.

Ik spreek liever over “overleggen”. Onderhandelen impliceert marchanderen, compromissen en deals sluiten. En ook daar geloof ik niet in. Een compromis is immers een resultaat bereiken dat geen van beide partijen wou. Onder-handelen is voor mij eerder handelen “onder” iets…Over-leggen duidt meer op het feit dat je naar een gemeenschappelijke oplossing toe wilt werken. Het is geen taalspelletje. Overleggen vraagt bereidwilligheid, openheid, constructiviteit. Onderhandelen impliceert sluwheid, handelen met goed voorbedachte rade.

Mijn vak is die van het overleg. Ik bemiddel, niet om te onderhandelen, wel om te overleggen. Hierbij volg ik drie stappen:

  • Ik zoek naar wat ik ankerpunten van vertrouwen noem, bij beide partijen, om hier het overleg op te baseren, want zonder vertrouwen of bereidwilligheid, geen overleg. Die probeer ik te benoemen. Meer niet.

  • Daarna structureer ik de discussie, gewoon parafraseren en synthese brengen. Vaak is dit voldoende om een overleg een kans op succes te geven.

  • Ik zoek niet alleen naar feiten of logica, maar ook naar gevoel, subjectiviteit en vooroordelen. Ook deze benoem en structureer ik. Het niet-gezegde wordt zo uit de lucht gehaald.

De rest doen de partijen. Soms zit ik erbij en kijk er naar. Zoals bij die twee beren. Dat was ook een wonder.

  • Powered by:Express.be
Jens Pas

De auteur Jens Pas is adviseur rond innovatie en motivatie en verhalenverteller. Omdat mensen meer dan ooit belangrijk zijn.

Lees meer over het werk van Jens op www.jenspas.be  www.dekrachtvanontmoetingen.be

Share
STIJGERS & DALERS BEL20