Over (Turkse) CEO’s, hypomanen en Steve Jobs

De Amerikanen hebben een onverwoestbaar geloof in de kracht van het individu. Dat zie je aan de enorme macht die ze in de handen van één persoon, hun president, durven leggen. Dat merk je ook aan mythische krachten die ze toeschrijven aan hun bedrijfsleiders, hun CEO, of Chief Executive Officers. De Jack Welchen (General Electric), de Andy Groves (Intel), de Bill Gates (Microsoft) de Michael Dells (Dell) van deze wereld zijn of waren stuk voor stuk uitzonderlijke mensen die het verschil gemaakt hebben. Door hun visie, leiderschap en doortastendheid hebben ze de wereld kunnen veranderen. Deze bazen van globale bedrijven zijn de echte machthebbers, zij zijn de supersterren van de ‘corporate world’ die veel meer in de pap te brokken hebben dan de politici. Politici zijn allemaal slachtoffer van het Gulliver-syndroom, zoals Mark Eyskens dat met enige zin voor zelfironie pleegt te noemen. Lemen reuzen die aan de grond vastgebonden zijn door koorden die door allerlei drukkingsgroepen gespannen zijn, geketend door de inertie van hun instellingen en de gijzelaar van hun electoraat.

Bij ontstentenis van een genealogische aristocratie en een intellectuele bovenlaag zijn het de CEO’s die de top van de Amerikaanse samenleving uitmaken. Zij zijn de ultieme rolmodellen, de economische aristocraten die hun aanzien ontlenen aan de miljarden dollars omzet die ze maken en de honderdduizenden mensen die ze tewerkstellen. En, niet te vergeten, de tientallen miljoenen dollars die hen daarvoor betaald worden. Mensen als Larry Ellison (Oracle), Steve Jobs (Apple), Bill Gates (Microsoft) zijn übermenschen, Olympische goden en supersterren. De titel CEO is de alles overstijgende  lauwerkrans, de mythische bekroning van een uitzonderlijk individu. De CEO beschikt over gaven die bovenmenselijk zijn. Hij is briljant, geniaal, charismatisch, visionair, een wereldburger, een perfecte organisator, een meedogenloze onderhandelaar, een pragmatische implementator. Bladen als Business Week, Fortune en Forbes doen er alles aan om dat Übermensch statuut in ere te houden. Kijk maar naar de covers: Intel: Can CEO Craig Barrett reverse the slide?; CEO Dieter Zetsche: Can this man save Chrysler?; American Express: Ken Chenault, Tough times for a new CEO.

De fascinatie met de macht en het aanzien van titel CEO is overgewaaid naar Europa. Elk eenmansbedrijfje heeft nu een CEO. Als ze met twee zijn, heb je een COO en als ze met vijf zijn, heb je drie Executive Vice Presidents. Het leven van een echte CEO kan heel hard zijn. Heel wat journalisten en analisten verdienen goed hun brood met speculaties over de levensduur en de houdbaarheidsdatum van CEO’s. Precies omdat ze zo prominent op een schitterende troon worden geplaatst zijn ze een perfecte schietschijf. De positie van een CEO kan heel wankel zijn. Het ene moment is hij de held, de lieveling van de beurs, het andere is hij een absoluut te mijden paria. Door hun exorbitante salarissen komen ze meer en meer onder vuur te liggen.

Een van de bedrijven waar ik commerciële opleidingen geef, wordt geleid door een echte dictator. Het is een wereldwijd bedrijf, gespecialiseerd in een welbepaalde technologie. Hoofdkwartier is in Duitsland en de CEO is van Turkse afkomst. Laten we hem Enis noemen. Typisch Napoleontisch fenomeen. Hij is klein van gestalte, heeft een groot hoofd, is pezig en beweeglijk. Hij heeft een scherpe, snelle geest die met verschillende dingen tegelijk bezig kan zijn. Hij heeft het bedrijf groot gemaakt door strategische aquisities, maar operationele details interesseren hem minder. Toch wil hij over alles controle uitoefenen, hij vertrouwt zijn managers niet en het gevolg is dat alles in het honderd loopt. Zijn managers gedragen zich als lakeien die elke verantwoordelijkheid ontduiken, uit angst  c.q. lafheid, en ze blameren Enis achter zijn rug voor alles wat fout gaat. Beslissingen nemen eindeloos veel tijd in beslag omdat ze allemaal aan Enis moeten voorgelegd worden. Niemand durft autonoom iets te doen. Het is een verbijsterende Catch 22-situatie, voor Enis en voor zijn hofhouding. Enis is zich bewust van de problematiek en hij ziet de desastreuze gevolgen van zijn dictatoriale optreden. Hij eist van mij dat ik hem tegenspreek, want er is niemand anders die het kan/durft/mag. Toen ik hem aanraadde een COO, een krachtige, pragmatische operationele manager aan te werven of aan te duiden, en hem zei dat hij zich minder met het dagdagelijkse moest bezig houden, kijk hij mij heel vreemd aan. Bijna dromerig. ‘Ich weiss es, aber ich kann es nicht.’ Zei hij tenslotte en hij vertelde de parabel van de schorpioen en het nijlpaard. ‘Een schorpioen en een nijlpaard lagen te zonnen op een Afrikaans strand. De schorpioen zei dat hij graag naar Amerika wou gaan, maar hij niet kon zwemmen. HIj vroeg aan het nijlpaard of ze de tocht niet samen konden maken. Hij op de rug van het nijlpaard. Het nijlpaard, dat heel goed kon zwemmen, zei dat hij de schorpioen niet vertrouwde. Je gaat me bijten en vergiftigen, zei hij. De schorpioen zweerde bij hoog en bij laag dat hij dat niet zou doen. Want, zei hij, dan zou ik zelf ook verdrinken. Dat leek een geloofwaardig argument voor het nijlpaard en ze stapten de zee in. Ergens in de Atlantische oceaan, halverwege Afrika en Amerika,  gaf de schorpioen een venijnige beet met zijn giftige scharen in de nek van de nijlpaard. Waarom, vroeg het stervende nijlpaard. Ik kan niet anders, het is mijn natuur, antwoordde de verdrinkende schorpioen.’

Je kan wellicht beter zelf naar St-Helena zwemmen, zei ik hem toen en hij beloofde erover na te denken. Ik vertelde hem dat ik in een zakenblad gelezen had dat er in dictatoriaal geleide bedrijven meer gestolen wordt door het personeel dan in de consensueel geleide bedrijven. De stelling is dat mensen zich door dictators misbruikt en miskend voelen, dat ze menen recht op compensatie  hebben en minder morele belemmering voelen om zich die compensaties toe te eigenen.

Heb je er een idée van hoeveel geld  jouw dictatoriale stijl jou al gekost heeft, Enis, vroeg ik hem. Hij keek me verbijsterd aan. Hij gaat er nu wel iets aan doen, denk ik.

Een klasse apart is toch wel Steve Jobs van Apple Computer. Deze man heeft in zijn eentje de computerindustrie, de muziekdistributie, de draadloze telefonie, de tekenfilm en de consumentenelektronica een ander gezicht gegeven. Zijn leven heeft de allure van een soap-opera, het is een perfecte case van de entrepreneursmythologie waar alleen Amerikanen het recept van kennen. Jobs spreekt dermate tot de verbeelding dat er al vijf biografieën over hem geschreven zijn, een tv-film gemaakt en een roman door zijn biologische zuster. De Jobs-exegese is blijkbaar een aparte discipline die gretig beoefend wordt door journalisten die zowel gefascineerd als gedegouteerd zijn door het voorwerp van hun studie. Zoals het bij een high profile ster betaamt, wordt er ook in het privé-leven van Jobs binnengegluurd. Het verhaal van zijn onwettige dochter Lisa die hij aanvankelijk niet wilde erkennen, zijn geflirt met knappe vrouwen, zijn huwelijk met Laurene die hem drie kinderen zal schenken, zijn vegetarisme, de  kale inrichting van zijn huis, noem maar op.

In Jobs huizen twee Steves: de goedaardige Steve, de magnetische leider die het leven van miljoenen computergebruikers veranderd heeft, en de boosaardige Steve die narcistisch is, dictatoriaal, kwaadaardig en mensen voor het leven kan beschadigen. De peoplemanagementaanpak van Jobs wordt als volgt beschreven: ‘Hij heeft zich nagenoeg alle klassieke psychologische technieken van manipulatie en onderwerping eigen gemaakt. Allereerst wordt een slachtoffer teruggebracht in zijn kinderlijke staat van hulpeloosheid door middel van schelden, intimideren of desoriënteren. Vervolgens heeft het slachtoffer een krachtige ouderfiguur nodig die hem leiding geeft. Later zal hij zijn successen toeschrijven aan het leiderschap van deze autoriteit.’

Om Jobs te begrijpen kan je wellicht even te rade gegaan bij Manfred Kets de Vries, een Nederlandse psychiater die aan het INSEAD in Fontainebleau doceert en die gespecialiseerd is in de aberrante persoonlijkheidsprofielen die bedrijfsleiders soms hebben. De manier waarop een bedrijf geleid wordt, wordt sterk beïnvloed door het innerlijk van de mensen aan de macht. Daar zijn het zelden de economische of puur rationele gronden die de bovenhand hebben. Kets de Vries maakt melding van zgn. hypomaniakken. Mensen met hypomanie zijn ‘geëngageerd, charmant en charismatisch; ze dagen anderen vaak agressief uit; meestal hebben ze uitgesproken meningen. Door deze combinatie kunnen hypomaniakken uiterst manipulatief te werk gaan en anderen exploiteren. Soms is hun charismatische werkwijze gericht op een gemeenschappelijk doel en dan helpt hun gedragstijl om dat doel te bereiken. Op andere momenten hanteren hypomaniakken een persoonlijke en niet ter zake doende agenda. Als ze een dergelijke agenda volgen, zijn ze uiterst ingenieus en kunnen ze alles aan. Ze hebben het vermogen om verborgen conflicten bij anderen te herkennen en uit te buiten.Bij persoonlijke ontmoetingen vertonen ze een heel verfijnd  talent om de kwetsbaarheid van anderen te sonderen en te manipuleren.’

Hypomaniakken als Jobs zullen vaak impulsief optreden. Als dat succes heeft, schrijven ze het resultaat toe aan hun visionair leiderschap, als het mislukt is het de fout van de anderen. De verhoogde energie, de charismatische dadendrang en de menselijke ongevoeligheid van deze mensen kan zeer profijtelijk zijn voor een organisatie. Maar evengoed heel schadelijk voor een organisatie, en voor de mensen in die organisatie, als de hypomaan niet gemanaged wordt. Het probleem is vaak dat hypomanen, omwille van hun gigantisch en onevenwichtig ego, zich niet laten managen. Als de hypomaan dan nog sterk narcistische trekken vertoont, dan heb je een ernstig organisatieprobleem. ‘Mensen met een extreme hoeveelheid narcisme moeten wel een verwoestende werking op hun omgeving hebben. Ze willen voor alles uniek en superieur zijn, ze overdrijven hun talenten, gedragen zich opschepperig en pretentieus, zijn in hun optreden erg op zich zelf gericht, tonen een overdreven behoefte aan aandacht en bewondering, geven zich makkelijk over aan grandioze fantasieën en zijn vaak rancuneus.’ Dat zijn de mannen die het verschil maken in de zakenwereld. Ermee moeten werken is niet altijd even leuk. Doet mij denken aan de grap over self made men, die verliefd zijn op hun schepper.

  • Powered by:Express.be
Jan Flamend

is management consultant en oprichter van het internationale opleidingsbedrijf Valueselling.be. Zijn standaardwerk over sales heet How to sell your value and your price. Tips, tricks and tools for sales success'. In november 2010 verscheen 'Het Grote Verkoophandboek, Tips & Tricks', dat hij samen met Peter Tans schreef.

Meer info:

De Cavalerie

Valueselling.be

Share
STIJGERS & DALERS BEL20