Remuneratie van topmanagers. Stop kortzichtigheid aub.!

Sinds enkele maanden staat de remuneratie van topmanagers volop in de actualiteit. Een aantal wetsvoorstellen, vooral van partijen van de linkerzijde, zijn erop gericht de remuneratie van topmanagers aan banden te leggen. Ze hebben onder meer tot doel het veranderlijk gedeelte van de remuneratie te beperken of in een extra belasting te voorzien op bepaalde inkomsten en bepaalde vertrekvergoedingen.

Het VBO meent dat veel van de geformuleerde voorstellen geen rekening houden met de realiteit.

In een open economie als de onze werken genoteerde bedrijven in een ‘global village’. Hun aandeelhouderskring wordt steeds internationaler. Zij doen een beroep op buitenlandse bestuurders of CEO's voor hun kennis van de internationale markten of van een specifiek metier. Bovendien tonen studies aan dat de jaarremuneraties van de Belgische CEO’s beduidend lager liggen dan die van CEO’s in de buurlanden. In Duitsland, bij verre de belangrijkste en meest dynamische economie van Europa, ligt de mediaan van de CEO-bonussen bij de beursgenoteerde vennootschappen meer dan viermaal hoger dan de hier voorgestelde 30%-limiet.

Voor alle duidelijkheid: als ons land de ontwikkeling van de ondernemingen in het voordeel van alle belanghebbende partijen, ook van hun personeel, veilig wil stellen, moeten onze vennootschappen de nodige talenten en competenties kunnen behouden, en in staat kunnen blijven om de profielen aan te trekken die zij voor hun ontwikkeling absoluut nodig hebben.

Als er een gevaar voor opbod van remuneraties is, moet dat op wereldniveau worden aangepakt en niet alleen in een klein land als het onze dat gekenmerkt wordt door een internationaal gerichte economie.

Bovendien is de wetgever kort van geheugen! Sommige parlementsleden vergeten dat zij onlangs een regelgeving over de transparantie van de remuneratie van managers van genoteerde vennootschappen en over de betalingsmodaliteiten van bonussen en de beperking van vertrekvergoedingen hebben aangenomen. Waarom wetten goedkeuren als men ze niet de tijd laat om toegepast te worden? De echte uitdaging is nu de remuneratiecomité’s overal te bemannen met bestuurders met een stevige ruggengraat die de juiste dosis tegengas kunnen geven tegen de opwaartse druk op de verloning van managers op het C-niveau.

Voor de zoveelste keer willen parlementsleden dat de Staat zich in het beheer van privébedrijven mengt. Wat zal dan nog de rol van de aandeelhouders zijn die hun geld in ondernemingen investeren? Wie zal willen investeren in bedrijven die, wegens de opgelegde remuneratiebeperkingen, niet de personen kunnen kiezen die zij bekwaam achten om de onderneming te leiden?

Tot slot heeft het VBO kritiek op het wantrouwen waarvan sommigen ten aanzien van de ondernemingen blijk geven en pleit het voor een langetermijnvisie voor de ontwikkeling van onze economie. De Belgische beursgenoteerde vennootschappen met onrealistische beperkingen opzadelen zal de stap naar de beurs minder aantrekkelijk maken en zal ze aansporen om de Beurs van Brussel te verlaten en te verhuizen naar een land dat gunstiger is.

Laat ons realistisch blijven a.u.b.!

De auteur Rudi Thomaes is gedelegeerd bestuurder van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen)

Share
STIJGERS & DALERS BEL20