Tina Turner heeft het antwoord op de dollarcrisis

  • Artikels > Column
  • 4146x gelezen
  • 05 aug 2011
  • door Emiel Van Broekhoven

De Amerikaanse schuldenlimiet is alleen theoretisch bereikt. Het angstbeeld in de media van een ‘US full default’ is opgeklopt. De Amerikanen beschadigen door eigen toedoen hun dollar als almachtige wereldmunt. De eurozone ontsnapt voor een groot stuk aan de dollarcrisis, maar niet aan een sluipende inflatie.

Het gevaar op inflatie in ons land is veel groter dan wat de Amerikanen met hun schulden gaan doen. Zonder indexmaatregelen loopt de Belgische inflatie verder op tot 3,8 procent, terwijl Frankrijk en Duitsland met 2,2 procent heel wat beter presteren.

De Amerikaanse economie zit in zeer zware problemen. Regeringseconomen spreken over ‘een mogelijke recessie in 2012’, alsof het land nu al niet in een recessie zit, met 14,54 miljoen werklozen.  De Amerikaanse politiek zit in nog veel grotere problemen.

De Verenigde Staten hebben sinds WO II volop kunnen genieten van de opbrengst van hun dollar als wereldmunt. Buitenlanders leverden goederen en vroegen dollars (geen goederen) in ruil. Dollars waren toen beter dan goud. De hele wereldhandel, en grote delen van de investeringen in de wereld werden gefinancierd vanuit dollartegoeden die buitenlanders bij de Amerikaanse banken aanhielden. Die tegoeden maakten ook de groei van het Amerikaans bankwezen, het  bedrijfsleven en de overheidsuitgaven veel gemakkelijker. Amerika leverde de dollar, en verzorgde ook de militaire bescherming voor de gehele wereld. Maar monetaire discipline, én militaire terughoudendheid, was reeds in de jaren zestig niet de sterkste kant van de Amerikanen.

De grote Europese landen en vooral Duitsland konden het verlaten van goud als monetair referentiepunt, en de inflatiegolf omwille van de oorlog in Vietnam en het kegelspel met de Europese munten tijdens de jaren zeventig helemaal niet appreciëren.  De euro werd geboren. Naarmate die euro aan vertrouwen won, worden de balansen nodig voor de wereldhandel, in euro aangehouden. De winstgevende dollartransfers zijn nu voor een groot stuk naar de eurozone afgeleid. De slagkracht van de  Amerikaanse economie is ook afgebrokkeld.

Als men nog een nut kon zien in de Eerste Golfoorlog van George Bush senior, dan was dat zeker niet meer het geval met de oorlog tegen Saddam Hussein, of de oorlog in Afghanistan. Het is de derde keer dat het Amerikaanse leger met hangende pootjes naar huis komt. Het is ook geen toeval dat er opnieuw een olie- en grondstoffeninflatie ontstaat tijdens de huidige oorlogsgolf.

Kan de VS vandaag zijn dollarschuld terugbetalen?  Neen, net zo min als België of een ander land. Een ‘US full default’, met een staking van betaling en beslag op Amerikaanse goederen, is op dit moment een ondenkbare optie.  Grote delen van de wereld blijven Amerika qua bescherming trouw, ook in Europa. En monetair hebben de landen van buiten de Eurozone momenteel ook geen keuze.  Monetair gezien is echter met het succes van de euro ook de geest uit de fles. Amerika moet de dollar terug betrouwbaar maken, want een monetair voldoende onwikkeld China kan binnen tien of twintig jaar uiteraard een alternatief bieden.

Amerika bevindt zich in een soort ‘Chapter 11’, waarin een nieuw evenwicht wordt gezocht voor de Amerikaanse begroting, dat het internationaal vertrouwen in de dollar doet hervinden.   De kakafonie in Washington doet dat vertrouwen helemaal geen goed. Het Amerikaanse schuldenplafond, sinds 1917 door het Congres opgelegd om de staatsschuld in toom te houden, is sinds 1960 al 78 keer verhoogd. De Verenigde Staten heeft nog altijd voldoende landen als klant dat het dollars kan bijdrukken zonder in de psychose van een hyper-inflatie te belanden. Maar het vertrouwen vermindert in de Amerikaanse politici die onmachtig zijn om hun drukkingsgroepen in de hand te houden nu er moet worden bespaard.

Wel zal de VS de schuldenberg, de interest en aflossing van de leningtranches, voor zich uitschuiven.  Gaat de dollar in de volgende vijftig jaar,  het Engelse pond achterna?  Van 3 pond per euro, naar iets meer dan 1 pond per euro! Daar er op langere termijn geen sluitend akkoord in de VS mogelijk blijkt, ziet dat er voor de dollar wel zo naar uit.  Dat het pond nog altijd een AAA-rating heeft, toont overigens de relativiteit aan van ratings als investeringsoordeel.

Zal in de toekomst de AAA-rating van het Amerikaans overheidspapier verlaagd worden?  Het directe effect van een ratingverlaging is, normaal gesproken, dat er meer interest moet betaald worden. Maar hier is er in de VS een probleem dat verhindert dat de marktkrachten doordringen tot de interestvoeten. De Amerikaanse banken liggen nog veel meer dan de Europese aan het infuus van lage interestvoeten en massale liquiditeitsverstrekking van de centrale bank. De banken zitten met pakken onproductief vastgoed, dat ze moeten afgeschreven krijgen. De overheid en de gezinnen zitten massaal met schuld. Alleen de bedrijven hebben een betere balance sheet, maar dat zal niet blijven duren.

Europa is aan het pionieren met een nieuw monetair systeem dat wordt bijgeschaafd naarmate de problemen zich stellen. Dat de eurozone van nature geen optimale muntzone is,  was altijd  geweten. De voordelen van de euro zijn echter enorm groot voor de banken, grootbedrijven, en de euro brengt lage stabiele interestvoeten voor iedereen. Maar paymaster Duitsland weert zich als een duivel in wijwatervat om geen rol als ultieme borgsteller opgedrongen te krijgen. Want net zoals in België, gaat het om een transfer-discussie. Paymaster Vlaanderen vindt de financiële transfers naar  Brussel en Wallonië te groot, en wil die onder controle brengen. Duitsland vreest een Europese transferunie die erop neerkomt dat zij uiteindelijk opdraaien voor het gebrek aan discipline in  Griekenland of Portugal, en nog véél erger van Spanje, Italië…

In financieel toonaangevende publicaties zoals de Wall Street Journal en de Financial Times  is het ‘bashen’ van Europa een geliefkoosde sport. Het monetair beleid van Federal Reserve-baas Ben Bernanke staat in een tanend aanzien, de euro wordt bestempeld als een avontuur dat slecht moet aflopen. De  Angelsaksische campagne tegen de euro heeft blijkbaar geen enkel effect op de waarde van de euro in dollars en ponden. 

Amerikaanse economen zien hoofdzakelijk de economische realiteit in Amerika. De rest van de wereld interesseert hen weinig of niet. Ze zien nog altijd het gevaar van een deflatie (een spiraal van dalende prijzen) als veel groter dan dat van inflatie (een spiraal van opgaande prijzen en geldontwaarding). De Verenigde Staten heeft echter een bijzondere manier om naar inflatie te kijken. Ten eerste maken ze een onderscheid tussen CORE (kern) inflatie en HEADline inflatie. Het verschil ligt in de olie- en voedselprijzen die niet in de kerninflatie zitten. Maar laten die beide nu net zeer hard gestegen zijn! Ten tweede gebruiken de Amerikanen ‘hedonistische’ indexen. Stel dat een Apple computer met 5 procent in prijs is gestegen, maar inmiddels wel een extra rekencapaciteit heeft van 10 procent, dan kan de prijs in de index met 5 procent dalen, want men houdt rekening met die grotere kwaliteit! Nu is ‘kwaliteit’ van goederen voor de meeste economen een onmogelijk te vatten begrip, maar de Amerikanen blijven hun index die ‘genot’ meet gebruiken. De Amerikaanse index van de consumentenprijzen ligt dan ook meestal zo’n 2 procent onder de Europese.

Hoe men inflatie meet, maakt wel een verschil uit voor een goed begrip van de reële  economische groei in de VS. De groeicijfers worden met de hedonistische 2 procent opgesmukt. Bovendien is tijdens de voorbije tien jaren de Amerikaanse groei vooral terug te voeren tot een toename van de schuld van de consumenten en de overheid. Die schuldtoename van de particulieren is met de woningcrisis  stilgevallen. De schuldtoename van de overheid wordt (eventjes) vertraagd met het bereiken van de schuldenlimiet. Maar de groei van de schuld wordt nu aangedreven door een Amerikaans budgetdeficit van 40 procent!  Wie zal de besparingen dragen? De banken, de militairen, de medische sector, de verschillende staten? De rijken of de armeren... Het is een onoverzienbaar debat, waar de Amerikaanse politici zo te zien niet uitgeraken. De wankelheid van het huidige akkoord kondigt een blijvend kabaal aan in Washington, minstens tot na de verkiezingen van november 2012.  Amerika is als leider van het Westen de pedalen kwijt. 

De FED financiert het enorme Amerikaanse tekort door bestaande staatsobligaties te kopen met nieuw gecreëerd geld.  Normaal worden die gekocht door het sparend publiek en de institutionelen. De FED drijft met die ‘doping’ de korte en lange intrestvoeten naar beneden. Het creëert hiermee ook subsidies aan de banken om deze recht te houden en brutomarge  te laten maken, om verliezen te kunnen afschrijven. Het sparend publiek en de institutionelen vluchten met  die liquiditeit echter naar het buitenland, op zoek naar een hogere return en ook  vertrouwen ze de waarde van hun dollar niet meer. Zo zijn ze de bron van een toevoer van speculatief beleggingsgeld in de rest van de wereld. Dit zet landen met een relatief sterke economie zoals China, India, Indonesië, Brazilië en Australië aan om zich te beschermen door op te waarderen en de kapitaaltoevloed op allerlei manieren tegen te gaan. Dergelijke bewegingen hebben we overigens al meer gezien: voor het eerst in de jaren 70, met de ontkoppeling van de dollar en het goud. De geschiedenis herhaalt zich: opnieuw ligt Amerika aan de bron van de export van een inflatie.

Inflatie zorgt in principe voor stijgende intrestvoeten: de rente op 10 jaar ligt normaal op 2 procent verhoogd met de verwachte inflatie en een risicopremie. Ze schommelt tussen de 4 en de 6 procent als je het over langere periodes bekijkt. De lange termijnrente is momenteel al een aantal jaren  veel te laag en dat begint pijn te doen bij langetermijnbeleggers.  Dat zijn u en ik (de sparende bevolking) en institutionelen zoals verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. 

Wat nu als brave particulier gedaan? Allereerst (nog) niet twijfelen aan de euro of aan België. De euro brengt enorm veel op voor de Europese grootbedrijven en voor Duitsland dat daarom de eenheidsmunt  niet in de steek zal laten. Natuurlijk staat Duitsland niet te springen om de deficits van de zuiderse landen op te vullen. Deze landen moeten een les in zuinigheid krijgen. Hun heropstanding zal vlugger zijn als de noodzaak er is om zelf het overheidsbudget in evenwicht te brengen.

Voor België is het desastreus dat noch de regering noch de sociale partners bij machte zijn om het reële belang van onze economie te laten voorgaan. Onze inflatie beloopt nu reeds 3,75 procent op jaarbasis.  Terwijl de economische vertraging zich aandient in Duitsland maken wij onze lonen duurder dan bij de handelspartners die géén indexkoppeling hebben. Frankrijk kondigt voor dit jaar een inflatie van 2 procent aan, Duitsland 2,3 procent. Dat zijn verontrustende verschillen. België prijst zijn arbeid uit de markt. En de heren Di Rupo en Leterme staan erbij en kijken ernaar!   Onze federale overheid heeft niets geleerd uit het verleden. We staan voor een spiraal van loon -en prijsstijgingen. De sociale partners moeten met de Nationale Bank dringend een slimmere mix bedenken. 

Voor zijn persoonlijke portefeuille moet de goede huisvader doen zoals Tina Turner in Private Dancer: ‘keep your mind on the money.’  Vergeet de historische returns van MiFID, want die zijn nu bedrog. Dat wil zeggen: focus u op de kasopbrengst, de yield. Dit om te winnen of zo weinig mogelijk te verliezen tegenover de inflatie. De onmiddellijke opbrengst is belangrijk: de uitbetaalde dividenden, de kasopbrengsten van beleggingen... De meerwaarden zijn meer twijfelachtig geworden dan ooit. De traditionele waarden zijn (voorlopig) omgekeerd. Een bedrijf met stabiele producten en een goede rentabiliteit, levert ook een beter dividend dan de coupon van de staatslening.

Wat beschermt u tegen inflatie: onroerende goederen (vastgoed), grondstoffen zoals goud en zilver, arbeid (diensten leveren, want je kan de prijsstijging doorrekenen) en lenen aan een vaste interestvoet. 

De inflatie is alleen opvallend in België. Als het van ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet (en van zijn opvolger Draghi) afhangt zal ze zeer beperkt blijven in de eurozone. Toch valt een cost-push inflatie moeilijk te vermijden als dollar en pond verder verzwakken. Zo kunnen we in een stagflatie vervallen:  een lichte inflatie van de prijzen met een stagnatie van onze  economie in het spoor van Duitsland. Het proces van stijgende prijzen kan lang duren: na de oliecrisis van 1973-1974 duurde het tien jaar voor de renteclimax er was.

De Belgische politieke besluitloosheid is even erg als de Amerikaanse. Het verschil met de VS is dat de consequenties alleen belangrijk zijn voor onszelf. De politieke besluitloosheid van de VS is belangrijk voor de hele wereld. Wall Street is niet meer zaligmakend. Er is een kans op een besmetting, maar het effect van de dollarcrisis op bijvoorbeeld China zal belangrijker zijn dan het effect op ons.

Nu Europa door de euro geen transferbetaler meer is, moeten vooral landen in de dollarzone zich schrap zetten voor de Amerikaanse financiële crisis. Dankzij de eurozone ontsnappen we voor een groot stuk aan deze crisis, maar dus niet helemaal aan de inflatie. De grootste onmiddellijke bedreiging komt uit de inflatie in eigen land, en de politieke besluitloosheid terzake. Keep your mind on the money and your eyes on Leterme, Di Rupo en de sociale partners!

  • Powered by:Express.be
Emiel Van Broekhoven

is bestuurder bij de vermogensplanner Stremersch, Van Broekhoven & Partners. Hij is emeritus hoogleraar Economie aan de Universiteit Antwerpen (UA) en stond mee aan de wieg van de personal finance in België. Professor Van Broekhoven is de geestelijke vader van het pensioensparen (onder de regering Verhofstadt) in België en zetelt namens de Belgische staat in de raad van bestuur van de bank BNP Paribas Fortis.

 

Share
STIJGERS & DALERS BEL20