We verliezen de taalstrijd |
![]() ‘Vijfentwintig jaar geleden spraken we Vlaams en kenden we Frans, vandaag spreken we geen Nederlands en het Frans hebben we verleerd'. Ik wilde dat ik die zin had geschreven, maar hij is van de veel te vroeg gestorven wispelturige Vlaamse chroniqueur Johan Anthierens. Hij schreef dat in Knack, in 1980. Een kleine dertig jaar later is onze talenkennis er zeker niet op vooruit gegaan. Echte tweetalige Belgen blijken steeds dunner gezaaid. De vaak aristocratisch aandoende Mark Eyskens is zo'n zeldzaamheid. Misschien is hij een van de allerlaatste vertegenwoordigers van een Vlaamse elite die ook vloeiend Frans spreekt, zonder daarom zijn moedertaal te verloochenen. In zijn mémoires, gebundeld in het boek ‘Mijn Levens. Een reis in de tijd', vertelt de minister van Staat hoe hij met koning Boudewijn, noch met diens broer koning Albert II, ooit een woord in het Frans heeft gewisseld, tenzij in het gezelschap van buitenlanders. Deze door sommige politici van de nieuwe generatie als passé beschouwde éminence grise spreekt ook nog moeiteloos Engels. [Geschatte leestijd: 3 minuten] Afgelopen week publiceerde het statistiekbureau Eurostat cijfers over het onderwijs van vreemde talen in de landen van de EU. Niet dat daar iemand wakker van ligt, want de Vlaamse media besteedden er amper aandacht aan. Binnen de Europese Unie leert gemiddeld 60% van de scholieren in het middelbaar onderwijs op z'n minst twee vreemde talen, blijkt uit de studie. In België is dat 88%. Daarmee scoren we niet slecht, maar toch onvoldoende, want Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Finland, Zweden, Tsjechië, Roemenië, Slovenië en Slovakije doen beter. Zoals dat meestal het geval is zijn ook deze statistieken voor interpretatie vatbaar. Het is niet omdat men twee talen leert, dat men ze ook spreekt. Het levende bewijs daarvan zijn onze politici. Wanneer ze in hun moedertaal verklaringen afleggen op de televisie spreken weinigen een zin correct uit. Grammaticaal staan de zinnen nooit op hun poten. Om nog te zwijgen over de manier waarop ze zich in de andere landstaal uitdrukken. En dat geldt zowel voor de Vlaamse als de Waalse politici. Wat wel uit de statistieken valt af te leiden is de talenhonger van een aantal voormalige Sovjetsattelieten. Samen met het onweerlegbaar bewijs dat de eerste vreemde taal bijna overal Engels is. Volgens cijfers van de Eurobarometer spreken Europese jongeren tussen 15 en 24 jaar tot vijfmaal meer Engels dan Frans of Duits. 60% van de jonge Europeanen zegt zelfs ‘goed' of ‘zeer goed' Engels te praten. Enkel in het Verenigd Koninkrijk en Ierland is Frans -vrij evident- de eerste buitenlandse taal. Het is een evolutie die al een tijd aan de gang is en die volgens academici dreigt te leiden tot tweetalige Europeanen, met uitzondering van de Angelsaksen die eentalig Engels zullen blijven. En wat met ons Frans dan? Vlaamse kinderen hebben vooral moeite met Frans te praten, blijkt uit een recente peiling van het schoolmagazine Klasse. Niet verwonderlijk. De grootste groep leraars geeft aan Nederlands te praten tijdens de Franse les. Dat is een rechtstreeks gevolg van de manier waarop ons onderwijs is georganiseerd. Wie Frans wil onderwijzen in Vlaanderen, moet licenciaat Romaanse filologie zijn, maar van een Nederlandstalige universiteit. Dat zijn meestal Vlamingen die Frans spreken met een Vlaams accent. Het Nederlands wordt op dezelfde manier in Wallonië onderwezen door licenciaten Germaanse filologie. Dat zijn dan Franstaligen die Nederlands onderwijzen met een Frans accent. Een totaal absurde situatie, gecreëerd door een taalwetgeving die niet van aard is om onze veeltaligheid te bevorderen. Maar de globalisering maakt dat ons land -ontzettend gunstig gelegen op de breuklijn tussen de Germaanse en Romaanse cultuur- zich economisch niet langer kan permitteren in de ban te zijn van taalfetisjisme, want België is een te klein land om niet te exporteren. De gevolgen hiervan voor het bedrijfsleven aan beide kanten van de taalgrens en vooral in Brussel zijn evident. Negentig procent van de Brusselse werklozen is eentalig Frans. In Vlaanderen is de situatie weliswaar beter, maar is er een terugval van het Frans ten voordele van het Engels. Vele bedrijfsleiders klagen over het feit dat mensen die vlot Frans spreken op de Vlaamse arbeidsmarkt praktisch onvindbaar zijn geworden. Omgekeerd is het nog erger. Veertig procent van de Brusselse bedrijven beweert al contracten te hebben gemist door de gebrekkige talenkennis van het personeel. Nochtans wordt een rijkere gemeenschap geboren uit slim handel drijven en het internationaal uitvoeren van mogelijkheden en opportuniteiten. Talenkennis is ook gelinkt aan mobiliteit. En volgens Rik Vanpeteghem van Deloitte is de Belgische talent force praktisch immobiel. 'Vergeleken met de Engelsen en de Nederlanders bijvoorbeeld is dat dag en nacht verschil. Het is heel moeilijk om onze jonge mensen binnen tal van Europese Deloitte-programma’s in te schakelen. Programma’s die drie maanden duren, tot daar aan toe, maar langer... Wij hebben het jarenlang te comfortabel gehad. We absorberen veel informatie, maar we zijn niet bereid om in het buitenland te wonen. ' Ook Paul Buysse, de voorzitter van Bekaert, heeft geen hoge pet op van de tweetaligheid van Belgische managers, maar hij ziet nog een ander probleem: 'Wij denken dat wij Engels spreken, excuseer mij, we are only scratching the surface. We kennen de teksten van Madonna en een paar commercials, maar voor de rest..." Doch dat terzijde. Vraag blijft hoe het mogelijk is dat - in de ongewoon meertalige omgeving die ons land is en met de middelen die de technologie ons vandaag aanreikt- niet iedereen minstens een elementaire basiskennis heeft van de taal van de andere gemeenschap? Uit cijfers van de Waalse Gemeenschap blijkt dat slechts 7% van de Walen drietalig is ten opzichte van 40% van de Vlamingen. Maar ook langs Vlaamse kant hoeven we niet te veel een hoge borst op te zetten, want met onze kennis van het Frans is het vaak even bedroevend gesteld als met de kennis van het Nederlands bij onze Franstalige landgenoten. Wanneer een land wordt gedefederaliseerd primeert de eigenheid van de regio's. Waarom zou iemand nog de moeite doen om de taal van de andere gemeenschap te leren? Kwatongen beweren zelfs dat men in sommige Franstalige kringen liever ziet dat een werkloze eentalig én werkloos blijft, dan dat hij een baan krijgt aangeboden én een taalcursus Nederlands. De noodzakelijkheid is de beste taalleraar, zei de Italiaanse historicus Pietro Giannone daarover, maar die noodzakelijkheid is door de defederalisering van ons land blijkbaar verworden tot een overbodige luxe die nog slechts een figurantenrol kan opeisen in het steeds langdradiger wordende Belgische feuilleton van linguïstische zelfmoord. De voordelen die het spreken van een vreemde taal oplevert zijn zo vanzelfsprekend dat ze amper moeten worden opgesomd. Wie een tweede of een derde taal leert kan met meer mensen converseren dan dat vandaag het geval is. Hij kan zakenmeetings houden waaruit minder misverstanden voortkomen en komt op reis voor minder onaangename verrassingen te staan. Wie een vreemde taal beheerst raakt niet verward wanneer hij weet dat een hôtel de ville geen hotel is, een Duits meer een See en een false friend niet noodzakelijk een slechte vriend. Burgers -van welke afkomst ze ook mogen zijn- die niet bereid zijn een andere taal te leren belemmeren de economische vooruitgang en beletten een progressieve maatschappij om zich van binnenuit, met open vizier en met zelfvertrouwen te verjongen. Ze verzanden in parochialisme en blijven verstoken van het respect en de nederigheid die de anderstalige medemens betuigt wanneer je vlot zijn taal spreekt. Wie een vreemde taal beheerst dringt door tot het hart en de geest van de anderstalige en de andersdenkende. Wie denkt dat hij de globalisering als eentalige aankan remt zo'n proces af. Wat dan overblijft is als een zandkasteel dat een tijd tegen het tij kan worden beschermd. Tot de ultieme golf het uiteindelijk onverbiddellijk wegspoelt. Hoewel een aantal voormalige Sovjetsattelieten dat al hebben begrepen is het bij ons blijkbaar nog niet genoeg doorgedrongen. In het buitenland genoot België tot voor kort het imago van het land-waar-mensen-zoveel-talen-spreken. Hopelijk vallen we straks niet door de mand omdat we ons in misplaatste zelfgenoegzaamheid zijn blijven koesteren. |
|
Dominique Dewitte
Dominique Dewitte is algemeen directeur van het zakenportaal Express.be. Samen met Alain Renier schreef hij de boeken ‘Getuigenissen omtrent 20 jaar Leiderschap' (2006), ‘Van Motivatie tot Prestatie' (2007), ‘De Klantgerichte Onderneming' (2008) en 'De Onderneming van de Toekomst' (2009). |
| Share |
-
Wat de tv-serie 'Lost' en kelners ons leren over uitstelgedrag
- 2365x gelezen
- 11 jan 2012
Ook het Zeigarnikeffect genaamd...Lees meer -
Computerverslaving belet kinderen te leren wat ze echt nodig hebben: lezen en schrijven
- 1632x gelezen
- 04 jan 2012
Koop uw kinderen geen smartphone voor ze 15 zijn...Lees meer -
Wat de huidige machtshebbers kunnen leren van de mislukte Shackletonexpeditie
- 1244x gelezen
- 28 dec 2011
Een opeenvolging van crises hoeft niet noodzakelijk tot een tragedie te leiden...Lees meer -
Welke talenkennis is het nuttigst in de zakenwereld?
- 3771x gelezen
- 07 sep 2011
Mandarijns, Engels, Frans, Arabisch, Spaans...?Lees meer -
Europese instellingen tonen meer interesse in...
- 02 feb 12
-
11 lessen die bedrijven kunnen leren van Hewl...
- 2300x gelezen
- 02 dec 11
-
Het is officiëel: vrouwen kunnen beter parker...
- 4337x gelezen
- 31 jan 12
-
Vlaanderen moet China leren zien als bondgeno...
- 17 nov 11
-
Wat Europa kan leren van Latijns-Amerika
- 2232x gelezen
- 10 nov 11
| KBC Groep (KBC) | 0.61 % |
| AB InBev (ABI) | 0.10 % |
| Omega Pharma (OME) | 0.08 % |
| Mobistar (MOBB) | 0.08 % |
| Nat. Portefeuil. (NAT) | 0.02 % |
| Ackermans & van Haaren (ACKB) | -2.29 % |
| Ageas (AGS) | -1.73 % |
| Solvay (SOLB) | -1.30 % |
| Umicore (UMI) | -0.94 % |
| GBL (GBLB) | -0.81 % |




