Werd de Stradivariusmythe zonet doorbroken?

Y?suke Kawasaki

Antieke violen, zoals in de 17de eeuw gemaakt door Antonio Stradivari of Giuseppe Guarneri “del gesu”, zijn de absolute favorieten van traditionele vioolkenners. Hun roemruchte geschiedenis en het feit dat ze enkel door de meest getalenteerde violisten worden bespeeld doet hun waarde vaak in de miljoenen euros lopen. Maar in tegenstelling tot wat vele vioolkenners denken, klinken ze niet beter dan nieuwe violen, blijkt uit een recente studie.

Tijdens de vermaarde International Violin Competition of Indianapolis stelden zes violisten hun instrument tijdelijk ter beschikking voor een experiment. Claudia Fritz, een wetenschapper die instrumentenakoestiek bestudeert, en vioolbouwer Joseph Curtin, wilden testen of oude violen echt beter klinken dan nieuwe.

Curtin, een vertrouwd gezicht in de vioolwereld, moest veel overtuigingskracht aan de dag leggen, maar uiteindelijk bleken de violisten bereid hun instrument af te staan voor het experiment. Fritz zou de wetenschappelijke methode overzien. Het experiment vond plaats in een hotelkamer gekozen voor de relatief droge akoestiek. De violen, drie oude en drie nieuwe, werden onderworpen aan een zuivere dubbelblinde studie. 21 professionele violisten kregen willekeurige paren violen in handen, tekens een oude en een nieuwe. Ze kregen één minuut om elke viool te bespelen en zeiden dan welke ze de beste vonden. De spelers konden niet weten welke viool ze bespeelden, want ze waren geblinddoekt. De vrijwilligers die de instrumenten aan de spelers gaven konden ook evenmin zien welke viool ze gaven omdat de lichten in de hotelkamer waren  gedimd. Tenslotte was de kinhouder, het stuk waar de speler het instrument met de kin klemt, geparfumeerd zodat typische geuren van de violen geneutraliseerd werden.

Wat bleek? Even veel vioolspelers verkozen een nieuwere viool als hun favoriet als een oudere. Dé uitzondering hierop was de “O1”, de stradivariusviool met de meest geroemde geschiedenis onder de drie oude violen. Die werd opmerkelijk minder gekozen dan de drie nieuwe violen. De vrijwilligers speelden ook het liefst op de nieuwere.

In het tweede deel van de test mochten de muzikanten de 6 violen zien en ze gedurende 20 minuten tegen elkaar testen om de beste te vinden op vlak van klankkleur, projectie, bespeelbaarheid en respons. Daarna werd hen gevraagd welke viool ze het liefst naar huis mee zouden nemen.

Deze keer was er wel een duidelijke favoriet: de “N2”, één van de nieuwe violen. Dat instrument kreeg bovendien de hoogste waardering voor alle vier de kwaliteiten.

Toch zijn er enkele problemen met de studie: Curtin, als maker van nieuwe violen, had een duidelijke voorkeur, maar met de dubbelblinde studie zou dat het resultaat niet beïnvloed mogen hebben. De steekproef was relatief klein, met 6 violen en 21 spelers, maar kon evenwel moeilijk groter, gezien het ging om zeldzame en extreem dure objecten.

Het onderzoek is interessant omdat het aantoont dat er geen kwaliteitsverschil is tussen de oude en de nieuwe violen. De onderzoekers hopen dat nieuwe vioolbouwers een duwtje in de rug krijgen nu bewezen is dat ze even goede violen maken als vroeger.

De mentaliteit die de 17de eeuwse violen als het summum ziet is echter sterk geïntegreerd in de vioolwereld. Het onderzoek zal dus de opinies van de meesten niet veranderen. Maar het toont dat hun waardering een gevolg is van het weten dat het om een oud, bekend en duur instrument gaat, niet van een superieure bouw. Misschien is de waarde die ze aan de oude stradivariusinstrumenten hechten dus minder het gevolg van eeuwenoud vakmanschap, dan van het feit dat we onszelf graag zand in de ogen strooien. 

  • Gebaseerd op:Express.be
  • Powered by:Express.be
Share
STIJGERS & DALERS BEL20