De pensioenleeftijd: de gelijke behandeling van ongelijken is geen gelijkheid

De Fransen doorbraken vorige week een taboe toen ze aankondigden dat de pensioengerechtigde leeftijd vanaf 2018 zou worden verhoogd van 60 naar 62 jaar. Toch blijven onze zuiderburen te benijden: in de meeste omliggende landen ligt de pensioenleeftijd hoger en blijft hij verder stijgen.

Het pensioen is een uitvinding van Otto von Bismarck. In 1879 besliste hij dat arbeiders die de leeftijd van 70 jaar overschreden, recht hadden op een maandelijkse uitkering. De gemiddelde levensverwachting voor een Pruis in die tijd was... 45 jaar. Toen de VS in 1935 een systeem van sociale zekerheid introduceerden werd de pensioengerechtigde leeftijd vastgesteld op 65 jaar, 3 jaar meer dan de leeftijd waarop een gemiddelde Amerikaan toen overleed. Staatspensioenen bestonden dus om een miniem percentage van de bevolking een zonnige oude dag te bezorgen.

De leeftijdsgrens van 65 is zowat het enige cijfer dat iedereen lijkt te begrijpen. Maar dat cijfer is ondertussen totaal irrelevant geworden, schrijft Lex Column (FT). Nadat de pensioengerechtigde leeftijd vier decennia lang alleen maar daalde is de afgelopen 10 jaar opnieuw de weg naar boven ingezet; een gevolg van lege pensioenkassen, een vergrijzende bevolking en lege staatskassen tout court.

Zeven OESO-landen hebben ondertussen plannen bekendgemaakt om de pensioenleeftijd vast te leggen op een grens boven de 65 jaar.  Toch lijkt de bevolking vast te houden aan een pensioenleeftijd van 65.  Het lijkt wel het enige cijfer dat de mensen begrijpen, schrijft Lex.

Vormden ten tijde van Bismark mensen die de pensioengerechtigde leeftijd bereikten absolute uitzonderingen, dan is het pensioen vandaag een pijler van zowat alle verkiezingsprogramma's geworden en is het verworden tot een individueel en collectief recht.  

Mocht Bismarck het vandaag nog voor het zeggen hebben en de pensioenleeftijd aan de huidige  levensverwachting hebben aangepast, dan gingen we vandaag met pensioen... op 95 jaar, berekende de denktank Geneva Association. Sinds 1950 is het aantal actieve werknemers per gepensioneerde gedaald van zeven op één naar vier op één, tegen 2050 zou de verhouding nog twee op één zijn.  De vraag is dus niet of 65 jaar een gepaste leeftijd is om met pensioen te gaan; de vraag is hoeveel actieven er zullen overblijven om de pensioenen van de vijfenzestigers te financieren.

Volgens de Finse professor Juhani Ilmarinen, ’s werelds grootste autoriteit op het gebied van leeftijdbeleid, ligt het probleem niet alleen bij de mindset die volgt op het hanteren van die kalenderleeftijd, maar ook bij al onze regelingen. “Die zijn collectief en scheren iedereen over de dezelfde kalenderkam. Maar juist met het ouder worden zie je een enorme divergentie in arbeidsvermogen ontstaan. Je moet dus naar meer individuele oplossingen. Wij mogen echt ons concept veranderen van wat wij denken dat democratie op het werk inhoudt. De gelijke behandeling van ongelijken is geen gelijkheid.”

  • Gebaseerd op:Financial Times
  • Powered by:Express.be
Share
BOEKENVOOR MANAGERS
The Big ShortHet echte verhaal van het ineenstorten van de Amerikaanse economie begon op de duistere markten waar hypotheekobligaties verhandeld werden. Waar de financiële regelingen zo ingewikkeld waren dat eigenlijk niemand ze meer begreep. Waar geprofiteerd w...Price: 19,90 €
BENOEMINGEN
Jean-François Michotte Jean-François Michotte
Bestuurder en Managing... SYNIGO ( NMBS HOLDING)
Vincent Dupont Vincent Dupont
Hoofd marktontwikkeling... MICROSOFT WEST-EUROPA
LAATSTE VIDEO'S