 Een grotere rijkdom is negatief voor de maatschappij. Dat is de conclusie van een onderzoek van de Canadese economen Curtis Eaton en Mukesh Eswaran. De drang naar statussymbolen is volgens de economen schadelijk voor het algemeen welzijn. Doorgedreven consumptie verhoogt volgens Eaton en Eswaran alleen het geluksgevoel van diegenen die zich die aankopen kunnen veroorloven, maar heeft een negatieve impact op de rest van de bevolking. Een besparing op de nationale budgetten kan volgens Eaton en Eswaran dan ook meer voordelen voor het welzijn opleveren dan een verhoging van het welvaartsniveau. Een grotere rijkdom kan het welzijn van een natie volgens de economen gevoelig beschadigen. Eens een land een bepaald welvaartsniveau heeft bereikt, brengt extra rijkdom weinig extra voordelen. Mensen zouden zich er in het algemeen slechter kunnen door gaan voelen.
"Wanneer een land een bepaald welvaartniveau heeft bereikt, verschuift de consumptie volgens Eaton en Eswaran steeds meer naar statussymbolen zonder een intrensieke waarde, zoals juwelen, design-kledij en luxewagens," merkt de Britse krant The Observer op. "De economen voegen er echter aan toe dat deze consumptie geen meerwaarde heeft voor de maatschappij. Alleen de kopers, die zich dergelijke luxe kunnen veroorloven, zullen er een bevrediging in vinden en er zich welvarend door vinden, maar alle anderen zullen er zich slechter door voelen. Daarmee zitten Eaton en Eswaran in de lijn van de Amerikaanse socioloog Thorstein Veblen, die in zijn werk 'The Theory of the Leisure Class' aanvoerde dat consumenten status zoeken in de aankoop van producten die geen intrensieke waarde hebben, maar hen doet opvallen tussen de anderen. Naarmate de economie groeit, verkiest de consument volgens Veblen steeds meer statussymbolen boven ander producten."
"In de bevolkingsgroep met een bovengemiddelde welvaart zal de aankoop van zogenaamde Veblen-producten een positieve impact hebben op hun geluksniveau," stippen Eaton en Eswaran aan. "Maar het publiek met een benedengemiddelde welvaart kan zich deze goederen niet veroorloven en zal dus een negatieve impact ervaren op zijn geluksniveau. Dat staat bekend als de Veblen-competitie. Naarmate de gemiddelde rijkdom stijgt, worden mensen wel rijker, maar niet gelukkiger." Dat is volgens de onderzoekers mogelijk een verklaring voor het feit dat het geluksniveau en het gemeenschapsniveau in de rijke landen is gestagneerd, ondanks de groei van het inkomen. Eaton en Eswaran voegen er aan toe dat er door het streven naar statussymbolen er ook minder tijd blijkt over te blijven om anderen te willen helpen. Dat heeft volgens de onderzoekers een negatieve impact op het gemeenschapsgevoel en het vertrouwen.
Eaton en Eswaran stellen dat het gemeenschapsgevoel en het vertrouwen nochtans vitaal zijn voor een economie, omdat die ervoor zorgen dat de maatschappij gesmeerd loopt. "Status-consumptie kan dan ook niet alleen een negatieve impact hebben op het welzijn van het individu, maar ook op de groeimogelijkheden van de economie." Er wordt aan toegevoegd dat dit ook een mogelijke verklaring zou kunnen zijn voor de afkeer van het publiek voor de weelderige levensstijl van sportvedetten, bankiers en politici. Eaton en Eswaran zeggen te moeten vrezen dat er geen signalen zijn dat het streven naar status-consumptie in de geïndustrialiseerde wereld aan het afnemen is. Naarmate de tijd vordert, zal de status-consumptie volgens hen integendeel wellicht alleen nog maar toenemen. (MH)
|