Met alle Chinezen... |
|
![]() Het eerste beeld dat ik me herinner van China en de Chinezen dateert uit het begin van de jaren zeventig en het heeft merkwaardig genoeg met Jo Röpcke te maken. Deze minzame maar wat stijve man presenteerde - met warme stem - op de BRT op donderdagavond Première, een filmprogramma. Hij kondigde de nieuwe films aan die de Belgische bioscopen aandeden, vertelde wat over de acteurs en de regisseur, vatte het verhaal kort samen, en toonde dan een fragment. Het moet eind 1974 geweest zijn toen hij een fragment toonde uit de satirische film ‘Les chinois à Paris' van Jean Yanne. In deze oneerbiedige film hadden de Chinezen Parijs ingenomen en moesten de Fransen naar de pijpen van de koele en talrijke Chinezen dansen. Je zag duizenden en duizenden Chinezen krioelen op de Champs Elysées, in de Galerie Lafayette, en het wederzijds onbegrip tussen die rare gele mannetjes met hun strakke pakjes en de hautaine Fransen leidde tot vele hilarische situaties. Yanne speelde uitbundig met de clichés over Chinezen en Fransen. Uiteindelijk implodeerde de Chinese bezetting omdat die gele mannetjes de gewoontes van de Fransen gingen over nemen: drinken, eten en fornikeren dat het een lieve lust was. Dat beeld werd in prille hersentjes opgeslagen: Chinezen zijn talrijk, ze zijn vervelend, en je kan ze niet van elkaar onderscheiden. En als het erop aan komt, zijn ze even decadent als de Fransen. Een tweede beeld van China en de Chinezen wordt gevormd door een prachtige tentoonstelling, ook ergens begin jaren zeventig, van Chinese kunstvoorwerpen, in het stadhuis van Sint-Truiden. Het was aangekondigd als een soort achtste wereldwonder, en ik heb daar uren rondgelopen, op die oude krakende houten vloer, kijkend naar die prachtig gelakte zwarte kasten met gestileerde bloemen, en die metershoge rollen met heel curieuze natuurtaferelen. Later zou ik een soort thuiskomst gevoel hebben toen ik de schilderijen van Ma Yuan, de twaalde eeuwse meester uit Qiantang, zag. De Nederlandse dichter Lucebert had er een gedicht bij geschreven en onze prof Hugo Brems liet ons in de eerste licentie Germaanse dia's van de schilderijen van Ma Yuan zien. Prachtig! Als ik vandaag over China en de Chinezen nadenk, dan wordt mijn geest gevuld met voor de hand liggende clichés: het is een raar volkje, afstandelijk en mysterieus. En we moeten er verdomd mee oppassen. Jean Yanne was misschien een visionair: met het geld dat ze hebben, met de massa's volk dat ze hebben, met de onstilbare economische groeihonger die ze hebben, gaan ze hier wellicht de boel overnemen, en dat in een niet onoverzienbare tijd. Ze hebben Afrika al in beslag genomen, het Amerikaans overheidstekort wordt door hun banken gefinancierd, en om een Europeaan meer of minder malen ze niet. Wat gaan onze kinderen doen in een armlastig België - dat sowieso al geen lang leven meer beschoren is -, in een wereld waar het economische zwaartepunt en de rijkdom enkele duizenden kilometers naar het oosten opgeschoven zijn. Kan onze zoon Joseph, die nu 17 is, niet beter Mandarijns gaan studeren om in Xian een technologiebedrijfje uit de Chinese grond te stampen? Ik ben er ondertussen al een vijftal keer geweest, telkens om commerciële opleiding te geven, aan Chinese zakenlui. (Noem mij gerust een collaborator, maar ik kom daar in een volgende aflevering op terug).Telkens een heel vreemde, maar razend boeiende ervaring. Eén ding weet ik zeker: ik hoor, lees, zie van alles, maar ik snap het niet. Zoveel clichés en apocriefe verhalen maken het beeld bepaald onduidelijk, over Mao en zijn maitresses; over slachtpartijen na Tien An Men; over vergiftigde melk en instortende mijnen; over de elektrische auto' die onze markten gaan overspoelen, over onderdrukte Tibetanen en kapitalistische uitwassen van het communisme; over ouders die meer dan één kind willen, enzoverder enzovoort. Wat was ik blij dat ik Lut Dusar ontmoette, een knappe dame die in China gewoond heeft en interculturele en economische Gateways naar en doorheen China organiseert. Ik kon mijn goede vriend en compagnon Bart overtuigen om mee op de Livingstone gateway naar China te springen, en zaterdag vertrekken we. Met zijn vijven: Lut, Bart, Hilde, Tine en uw verslaggever. Tien dagen lang kijken, luisteren, praten. Met Chinese zakenmensen, Chinese professoren en kunstenaars. Bart en ik brengen iedere dag verslag uit, in woord en beeld, voor de lezers van Express. We hopen de clichés te kunnen doorbreken. Ni hao. |
|
Jan Flamend
is management consultant en oprichter van het internationale opleidingsbedrijf Valueselling.be. Zijn standaardwerk over sales heet How to sell your value and your price. Tips, tricks and tools for sales success'. In november 2010 verscheen 'Het Grote Verkoophandboek, Tips & Tricks', dat hij samen met Peter Tans schreef. Meer info: |
| Share |
-
Chinese obsessie met schoonheid zorgt voor reeks verontrustende cijfers
- 1558x gelezen
- 15 mei 2012
70% van de cosmetische procedures in China vindt plaats in salons zonder vergunning...Lees meer -
Chinese bevolking minder arm en minder gelukkig
- 16 mei 2012
De grote nationale economische groei heeft de algemene tevredenheid bij de Chinese bevol...Lees meer -
Als het zo slecht gaat met de euro, hoe komt het dan dat die munt relatief sterk is gebleven?
- 4696x gelezen
- 14 mei 2012
Ondanks de problemen van de euro, is het vooral de Amerikaanse dollar die op de markten voor wantrouwen zorgt...Lees meer -
België en China richten nieuw investeringsfonds op
- 03 mei 2012
België en China hebben een nieuw investeringsfonds opgericht dat Chinese investeringen i...Lees meer -
Bescherming cateringgroep Bart Claes opgescho...
- 24 apr 12
-
Chinees-Filipijns conflict om een rots dreigt...
- 1654x gelezen
- 14 mei 12
-
Japan blijft grootste crediteur van de wereld
- 24 mei 12
-
China vindt technologie-transfer in autosecto...
- 30 apr 12
-
Een half miljoen euro voor 26 duiven
- 25 mei 12









