Pessimisme over de economie is rationeel, maar nutteloos

Toen een bankier in oktober werd gevraagd waarom de banken geen geld meer uitleenden, antwoordde die dat er een verminderde tolerantie voor risico is, gevolgd door een onzekere economische toekomst  en en verslechtering van de algemene situatie in specifieke industriële sectoren. Maar indien banken niet het vertrouwen hebben dat nodig is om leningen te verstrekken, kunnen bedrijven niet verder handel drijven en wordt het gebrek aan zelfvertrouwen een self-fulfilling prophecy.

Dat werd als een groot probleem erkend tijdens de jaren van de Grote Depressie. In een artikel in de North American Review uit 1933 omschrijft journalist John Pell de cyclus als ‘vanzelfsprekend'. Pell verwees naar een start-up die een nieuw idee had ontwikkeld: een dubbele ruitenwisser. ‘De economie heeft ‘duizenden' van deze nieuwe bedrijfjes nodig om de economie weer aan te zwengelen', schreef Pell. Maar bankiers waren niet geïnteresseerd om de start-up te financieren. Ze zeiden dat kapitaalverschaffers geen zin hadden om hun geld in niet-liquide waarden te steken; ze verkozen liquide waardepapieren die ten allen tijde tot geld konden worden gemaakt.  De negatieve sfeer die rond Wall Street hing, eiste zijn tol.

Pessimisme over de toekomst van de economie mag dan al rationeel zijn; het is allesbehalve gunstig. En dat nieuwe pessimisme vindt zijn wortels in de recente geschiedenis. Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot begin jaren zeventig kenden de wereld een snelle productiviteitsgroei. In 1973 en 1974 volgden dan drie belangrijke gebeurtenissen elkaar in sneltempo op: de oliecrisis, de instorting van de aandelenbeurzen in 1973 en de vrees voor de eerste recessie sinds de Grote Depressie. Tussen 1948 en 1973 groeide de productiviteit per gewerkt uur in de VS met gemiddeld 3,2%, maar tussen 1973 en 2008 daalde die gemiddelde groei tot 1,9%. Volgens de econoom Samuel Bowles (Santa Fe Institute) is dat evengoed een gevolg van de automatisering als van het verlies van de goodwill en het geloof in de bedrijfswereld van de werknemers. Volgens Bowles kan een hogeprestatie-economie nooit volledig gebaseerd zijn op het eigenbelang.  Hij waarschuwt ook tegen het overdreven gebruik van incentives die gebaseerd zijn op persoonlijk profijt.

En het is net dat wat aan de basis lag van de grote speculatiegolven die na 2007 tot stilstand kwamen. De huidige economische malaise is niet meer dan een gevolg van de economische desoriëntatie die op die periode volgt. In het boek ‘Identity Economics' schrijven de economen George A. Akerlof en Rachel E. Kranton dat de economie enkel kan werken waneer mensen zich er persoonlijk mee kunnen identificeren en hun zelfbeeld in overeenstemming is met hun activiteiten. Ze verwijzen daarbij naar leger: goed presterende gevechtseenheden zijn nooit gevormd op basis van een loon alleen. Mensen zijn bereid hun leven te geven voor een doel waar  ze in geloven en het geloof in elkaar. En hoewel jobtevredenheid niet echt een zaak van leven-op-dood is, zullen ongeïnteresseerde en onzekere arbeidskrachten nooit een stevig herstel bewerkstelligen. Structurele oplossingen moeten dus niet enkel oog hebben voor een betere werking van onze instituten; ze moeten ook het algemeen welzijn van onze werknemers en investeerders nastreven.

  • Gebaseerd op:The New York Times
  • Powered by:Express.be
Share
BOEKENVOOR MANAGERS
The Big ShortHet echte verhaal van het ineenstorten van de Amerikaanse economie begon op de duistere markten waar hypotheekobligaties verhandeld werden. Waar de financiële regelingen zo ingewikkeld waren dat eigenlijk niemand ze meer begreep. Waar geprofiteerd w...Price: 19,90 €
BENOEMINGEN
James Watson James Watson
Director, Public Affair... WEBER SHANDWICK
Frédéric Hertogs
Managing Director KURT SALMON BELGIQUE
LAATSTE VIDEO'S