Van glimwormen en déjà vu’s

Zo'n wereldtentoonstelling, wat is dat eigenlijk? Een circusvertoning van glamourstoefers die elkaar uitdagen in de nobele kunst van het langeafstandplassen? Een kitscherige beautyparade van bodybuilders die hun geoliede spierballen rollen ten behoeve  van een zwijmelend publiek? Een grootwarenhuis met tientallen etalages waar elk land zijn mooiste, beste, en knapste dingen tentoon mag spreiden?

Het heeft iets aandoenlijks, al die landen die zich van hun mooiste kant willen laten zien. Ze steken elkaar de loef af om het origineelste, het indrukwekkendste en het beklijvendste pavilioen te hebben. Wanneer het er op de speelplaats om gaat de andere kinderen de ogen uit te steken, worden kosten noch moeite gespaard. Het is een opbod van de overtreffende trap, een gevecht om de superlatief der superlatieven. Hopen belastingsgeld om het ego van een land, of liever dat van zijn huidige heersers te strelen. Het levert wel een spectaculair spektakel op, de ganse wereld op zijn paasbest op een paar honderd hectaren, allemaal binnen wandelafstand.

Voor de bezoekers van Disneyworld heeft het wel een déjà vu. De perfecte kunstmatige stad, waar alles proper is en iedereen in peis en vree leeft. Ook het aanschuiven heeft een groot Disney-gehalte. Gemiddeld 3 uur in de lijn staan om een paviljoen binnen te mogen. Geduld is een schone deugd op een Expo. Zeker bij 30 graden celsius. Maar niemand die mort of zijn ergernis uitschreeuwt.

Zo'n Expo is een cesuurmoment. Denk maar aan onze Expo van 58, waar we met zoveel weemoedige trots aan terug denken. Het vooruitgangsoptimisme dat tastbaar werd na de naoorlogse ellende, de definitieve stap in de moderne wereld van mechaniek en technologie, de trots om zoveel vernuft. Op de Expo van 1958 liep mijn moeder met mij in haar buik rond, op een stukje Europa dat een ongekende groei en welvaart tegemoet ging. Op de Expo van 2010 loop ik alleen rond, op een stukje Azië dat Europa ver achter zich zal laten. Binnen vijftig jaar zullen vele Chinezen weemoedig terugdenken aan de Expo 2010 van Shanghai die de definitieve herschikking van de geo-economische en geo-politieke verhoudingen inluidde.

Nooit was de uitdrukking ‘de wereld is een dorp' meer van toepassing. De virtuele grenzen tussen continenten waren al gevallen door satelieten en internetkabels, nu zijn de fysieke grenzen ook geslecht. Madurodam en Bruparck in het groot. Een mega dorpsplein om de broederschap van de mensheid te vieren, om samen na te denken over staat van de wereld die we met z'n allen bewonen, en hoe we die voor onze kinderen gaan achterlaten.

Laten we wel wezen, we hebben er een zootje van gemaakt. De dwangmatige vooruitgang heeft onze gemeenschappelijke aardkloot stevig verkloot. Het motto van deze Expo is dan ook heel goed gekozen: Better cities, better life. (De plaatselijke spelling op officiële spandoeken laat weliswaar nogal wat variaties toe: Beter cities, butan lufa, zie je wel eens, of botter citis, botter live, maar we get the message). In het Urbanian Pavillion worden we met onze neus gedrukt op de feiten, en in de vervuiling. Niets van de self made-ellende wordt ons bespaard, met verpletterende licht en klank effecten. We zien de hele wereldbol herleid worden tot één grote onleefbare woestijn. We staan erbij en we kijken ernaar. Maar er is hoop. Bionische toepassingen kunnen de schade beperken, recyclage kan de energiespiraal omdraaien, zonne- en windenergiewinning bereikt een kritische massa. Duurzaamheid is geen kreet van geitewollesokkenbreiers alleen meer. De Zero Emission City wordt nu gebouwd in China. Industriegiganten als Robert Bosch, DHL en Daimler Benz hebben hun schouders onder mileuvriendelijke toepassingen gezet en die blijken te lonen. Ik leer een nieuw begrip: Urban Mining. Ontginning van Stedelijke Grondstoffen, meestal afval dat omgezet wordt in energie of nieuw bruikbare voorwerpen. Tine, onze charmante reisgezellin, introduceert mij in de wereld van de biomimicry. Nieuwe onschadelijke toepassingen die afgekeken zijn van de natuur: een hogesnelheidstrein in de vorm van de snavel van de ijsvogel die heel spaarzaam met energie omgaat, GSM's die door lichaamswarmte opgeladen worden, koolmonoxide negatief geladen gesteenten die het broeikaseffect kunnen milderen.....

Zo'n Expo worstelt natuurlijk met zijn eigen dilemma. Om de boodschap van betere steden met betere levens te kunnen brengen, moeten veel traditioneel schadelijke middelen ingezet worden. Om dagelijks 300.000 mensen te verwerken, zijn heel veel vliegtuigen, hotels, taxi's, plastieken drinkbekertjes enzoverder nodig. Maar goed, we denken in de goede richting.

Heureux qui comme Ulysse, après un long voyage.... Wat doet een paard dat zijn stal ruikt? Wat doet een Belg op een Expo 12000 kilometer van huis? Hij gaat naar het Belgisch Paviljoen. Niet naar dat van Argentinië, of Kroatie, of Saoedi-Arabië, of Maleisië. Nee, hij gaat naar het Belgisch Paviljoen, om te bekijken wat hij kent, wat hij weet. Om te beseffen dat hij bestaat, en om een Stella te drinken. Iedereen is blij met de aanpak van Leo Delcroix, ooit Patroonheilige van de Bijklussende Facteurs. Hij heeft Europa geld afhandig gemaakt om van ons paviljoen een Paviljoen te maken waar we niet beschaamd over moeten zijn. We zijn er ook best trots op, dat we zo goed voor de man kunnen komen. Met die diamanten en die chocolaatjes.  Op een dagelijks bezoekersaantal van 300.000 zielen, zijn er gemiddeld 30.000 die de weg naar het Belgisch Paviljoen vinden. Een marktaandeel van 10 % voor een landje dat  0,7 % van de wereldbevolking huisvest. Geen slechte ratio.

Ook op 12000 km afstand is het BHV-spook niet veraf. Wat blijkt, in het huishouden van een van de nieuw samengestelde gezinnen in dit globale dorp? Een van de partners heeft een valse naam aangenomen!!!!!! De Walen claimen dat zij België vertegenwoordigen, en dat hun Belgische Minister van Toerisme, aanwezig zal zijn.  Barack Obama heeft via de rode telefoon overleg gepleegd met Hu JinToa en Vladimr Medvedev en hij houdt zijn rechtervinger klaar om het kernarsenaal te mobiliseren tegen deze usurpatie. Kim Il Jong wordt even op hold gezet. De Walen mogen het woord België niet gebruiken, omdat toerisme een gefederaliseerde materie is. Wallonië en Brussel en Chimay en Houffalize, daar mogen ze over spreken, maar niet over België. En toch doen ze het, naar verluidt om Geert Bourgeois, Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, te koeioneren. De man met de neus als een blikopener staat op zijn achterste poten, krijst in het West-Vlaams dat dit de zoveelste kaakslag is en dat hij de alarmbelprocedure zal in gang zetten. Dè. Wat denken ze niet, die Walekoppen, dat ze de naam België zouden mogen opeisen, zonder ons Vlamingen iets te vragen. Wacht tot De Wever de onafhankelijkheid van Vlaanderen op het kerkplein van Bachte Dekupe uitgeroepen heeft, en de Walen alleen achterblijven met de Belgische staatsschuld. Dan zal Leo Delcroix niet in de buurt zijn om met geld uit de Europese vetpotten bij te passen. Dan zit Leo al lang gerieflijk op het terras van zijn Zuid-Franse villa - dat vakkundig door zijn bijklussende facteurs werd aangelegd - aan een rosétje te nippen. En weet je wat die Waalse toeristenboeren ons nog gelapt hebben? Ze hebben de URL www.visitflanders.cn onder onze argeloze neus vandaan gekaapt zodat we Vlaanderen niet vanuit China zouden kunnen promoten. Ook een beetje déjà vu.

Als we toch aan het zeuren zijn. Op de eerste verdieping bevindt zich een mooi Brussels café/restaurant waar formidabele Stella geschonken wordt. Op de eetkaart worden Belgische gerechten heel smakelijk aangekondigd. Ik besluit ‘Traditional potatoes and vegetable mash ‘Stoemp' with pork sausage te bestellen aan een charmante Amerikaanse jobstudente die als kelner fungeert. Geen drie tellen later staat ze voor mij met een pannetje waarin een ondefinieerbare smurrie met daarop twee haveloze Frankfurter worstjes! Ik val bijna van mijn Brusselse caféstoel, vraag ontdaan maar beleefd aan het meisje om dat pannetje weg te nemen. Ik mag iets anders bestellen en ga voor karbonades. De rest van de wandeling door de Expo heeft zich afgespeeld in de angstvallige nabijheid van de overigens keurige openbare toiletgelegenheden.

Bon. We hebben ons even laten gaan. Sorry. Die communautaire emoties toch ook. Nergens ben je er veilig voor. Terug naar de Expo. Het Engelse Paviljoen is werkelijk een metafysische ervaring, in pracht, kracht en diepte heeft het zijn gelijke niet. Zoals Winston Churchill altijd zei: we zijn allemaal wormen, maar ik ben toch een glimworm.

[Volg hier de fotostream van Bart Ramakers]

Jan Flamend

is management consultant en oprichter van het internationale opleidingsbedrijf Valueselling.be. Zijn standaardwerk over sales heet How to sell your value and your price. Tips, tricks and tools for sales success'. In november 2010 verscheen 'Het Grote Verkoophandboek, Tips & Tricks', dat hij samen met Peter Tans schreef.

Meer info:

De Cavalerie

Valueselling.be

Share
BOEKENVOOR MANAGERS
The long tailIn 2004 werd het eerste artikel over The Long Tail gepubliceerd in Wired, het grootste tijdschrift over nieuwe media in de Verenigde Staten. Het werd het meest geciteerde artikel van het blad ooit. Alle reacties leidden tot verder onderzoek en uitein...Price: 18,50 €
BENOEMINGEN
Cédric Minot
Art Director MCCANN BRUSSELS
Hugues Taittinger Hugues Taittinger
Directeur van de Raad v... TOLEDO TELECOM
LAATSTE VIDEO'S