|
Hoogopgeleide mannen beginnen hun eigen gezondheidstoestand pas na hun tachtigste als negatief in te schatten. Leeftijdsgenoten die enkel over een diploma lager onderwijs beschikken, doen dat reeds op hun vijftigste. Bij vrouwen vertoont die grafiek een gelijkaardig patroon. Dat blijkt uit de nieuwe Brusselse welzijns- en gezondheidsatlas. Hoewel de cijfers enkel voor de regio Brussel gelden, liggen de cijfers voor het hele land in dezelfde lijn. De verhouding tussen gezondheid en opleiding is maar een van de aspecten die aantonen hoezeer iemands gezondheidstoestand wordt bepaald door socio-economische factoren. Niet enkel wordt een bedrijfsleider ruim twintig jaar later ziek dan een arbeider, ook de eigenaar van een ruime woning leeft gemiddeld dertig jaar langer gezond dan wie in een gammele flat hokt. Volgens Truus Roesems die aan het onderzoek meewerkte mag oo stress niet worden onderschat bij zwakkere sociale groepen. "De stress omdat je geen job hebt, omdat je met veel kinderen in een krappe woning woont, door een gebrek aan groene ruimtes, omdat er financiële problemen zijn, enzovoort." De belangrijke kloof duidt er volgens de onderzoekers op dat een belangrijke groep in de samenleving uitgestoten dreigt te worden. "Het aantal jongeren dat hoger onderwijs volgt, stijgt dan wel, er is ook een groep die door de mazen van het net glipt. Als je deze vaststellingen naast de cijfers over armoede bij Turken en Marokkanen legt krijg je een schrikwekkend beeld." Eerder deze maand raakte bekend dat er een zeer groot armoederisico bestaat voor mensen van Marokkaanse of Turkse origine: maar liefst 55,6% van de personen van Marokkaanse herkomst en 58,9% van de personen van Turkse herkomst hebben een inkomen beneden de Europese armoedegrens van 777 euro per maand. Dat bleek uit een onderzoek in opdracht van de Koning Boudewijnstichting.
|