 De Amerikaanse ruimtevaart moet na het stopzetten van het spaceshuttle-programma vrezen voor een belangrijke braindrain. Dat heeft Mark Kelly, commandant van de laatste vlucht van het ruimteveer Endeavour, gezegd na zijn terugkeer van een missie naar het International Space Station. Later dit jaar staat nog één vlucht met een spaceshuttle op het programma, maar daarna wordt voorlopig een einde gemaakt aan de Amerikaanse bemande ruimtevaart.
"Commandant Kelly wijst erop dat de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa voor een belangrijke overgangsperiode staat," aldus het persbureau AFP. "Er moet immers een nieuw ruimteschip en een nieuw programma voor de bemande ruimtevaart worden ontwikkeld. Dat betekent volgens Kelly dat gedurende geruime tijd geen Amerikaanse astronauten met een Amerikaanse ruimteschip zullen kunnen reizen. Dat houdt volgens hem belangrijke risico's en uitdagingen in."
"Heel wat gespecialiseerde medewerkers zullen de Nasa verlaten om elders nieuwe uitdagingen te zoeken," merkt Kelly op. "Dat kan bijzonder zware consequenties hebben voor het collectieve geheugen van het ruimtevaartbedrijf." In juli van dit jaar voert het ruimteveer Atlantis de allerlaatste vlucht van het spaceshuttle-programma uit. Daarna moet de Nasa voor bemande ruimtevluchten zijn astronauten laten meevliegen met Russische Soyoez-missies.
Met het einde van het spaceshuttle-programma, dat ongeveer dertig jaar heeft geduurd, worden bij de Nasa ook duizenden banen geschrapt. De privésector werkt aan een vervanger van de spaceshuttles, maar het nieuwe ruimteschip zal ten vroegste pas over vier jaar operationeel zijn. (MH)
|