 De oude instincten van de holbewoner spelen nog altijd een rol bij de keuze van politieke leiders. Dat is de conclusie van een onderzoek aan de Texas Tech University. Daarbij wordt opgemerkt dat de fysieke overheersing van een kandidaat een belangrijke invloed heeft op de uiteindelijke keuze. De Amerikaanse onderzoekers voegen er aan toe dat ook de holbewoners, uit overlevingsinstinct, voor fysiek sterke leiders kozen.
"Een aantal eigenschappen en instincten die tijdens de evolutie zijn verworden, blijven zich ook in het hedendaagse leven manifesteren," merkt onderzoeksleider Gregg Murray, professor politieke wetenschappen aan de Texas Tech University, op. "De bijna algemene afkeer van slangen en een voorkeur voor ongezonde vette voeding dateert uit een periode dat slangen een dagelijkse bedreiging vormden en voeding niet gegarandeerd was. Datzelfde fenomeen heeft ook in de politiek overleefd."
De onderzoekers stellen dat sinds het ontstaan van de Verenigde Staten bij de presidentsverkiezingen in 58 procent van de gevallen de overwinning is gegaan naar de kandidaat die groter was dan zijn tegenstander. Uit het onderzoek bleek ook dat 64 procent van de proefpersonen op een tekening de ideale nationale leider groter weergaven dan de gemiddelde burger. Ook werd opgemerkt dat grotere respondenten zichzelf sneller als een leidersfiguur bestempelen en een grotere interesse hebben in een politieke carrière.
Gregg Murray merkt op dat de voorkeur voor grotere leiders in nagenoeg alle hedendaagse culturen kan worden opgemerkt. "Maar dat was ook het geval bij de Maya's en de Grieken," voert hij aan. "Zelfs in het dierenrijk gaat die vergelijking verder op." Hij merkt op dat huidig president Barack Obama duidelijk groter was dan zijn republikeinse tegenkandidaat John McCain. Die voorsprong zou hij tegenover potentiële kandidaten zoals Rick Perry of Mitt Romney bij de volgende verkiezing echter zien verdwijnen. (MH)
|