 De invoering van een maximale opzegvergoeding voor managers kan verstrekkende gevolgen hebben. Dat zegt specialist arbeidsrecht Willy Van Eeckhoutte. Om een einde te maken aan de vaak excessieve afscheidspremies bepaalt de nieuwe wet op de corporate governance dat de vertrekvergoeding van een chief executive niet meer mag bedragen dan twaalf maanden en eventueel achttien maanden loon. De wet op de corporate governance legt een gelijkaardige beperking op voor de leden van het uitvoerend bestuur of het directiecomité. Die nieuwe regelgeving botst echter met de bestaande wetgeving op de opzegvergoedingen van kaderleden. Voor hen geldt immers de formule-Claeys, die vaak tot hogere vergoedingen leidt dan de bepalingen van de nieuwe wetgeving. Van Eeckhoutte verwijst daarbij naar een advies van de Raad van State, waar aangestuurd wordt op een toenadering tussen de verschillende opzeggingstermijnen. Dat zou volgens hem leiden tot een neerwaartse aanpassing van de termijnen van alle hogere bedienden. (MH)
|