 De meeste kinderen gaan er al op tienjarige leeftijd vanuit dat een wetenschappelijke carrière niets voor hen is. Dat is de conclusie van een onderzoek van het King's College London. De Britse onderzoekers stellen dat kinderen meestal wel een positieve perceptie hebben over wetenschappelijke vakken en ook wetenschappers op een positieve manier bekijken, maar toch blijkt minder dan 17 procent voor zichzelf een wetenschappelijke carrière te overwegen. Ook blijkt dat zowel kinderen als ouders wetenschap vooral voor jongens weggelegd zien.
"Op jonge leeftijd heeft de meerderheid van de kinderen een positieve opinie over wetenschap," merkt onderzoeksleider Louise Archer, professor onderwijssociologie aan het King's College London, op. "Ook de ouders stellen zich vaak ondersteunend op en organiseren in hun vrije tijd geregeld activiteiten die met wetenschap hebben te maken. Wetenschappers worden in verband gebracht met belangrijk maatschappelijk werk, zoals het genezen van ziektes. Ook wordt vaak gezegd dat wetenschappelijk werk goed wordt betaald."
"Toch blijkt minder dan 17 procent een wetenschappelijke carrière te ambiëren," stipt Louise Archer nog aan. "Blijkbaar wordt wetenschap slechts met een beperkt aantal carrièremogelijkheden in verband gebracht, zoals arts, wetenschapper of leraar. Bovendien gaat men ervan uit dat slechts een kleine minderheid geschikt is voor een wetenschappelijke carrière en dat alleen de allerslimste leerlingen de nodige aanleg hebben om een loopbaan in die richting te overwegen. Ook worden wetenschappers vooral vereenzelvigd met blanke mannen."
Na de leeftijd van tien of elf jaar begint de positieve houding tegenover wetenschap af te halven. "Er lijkt dan ook een kritische periode te bestaan waarin scholen en ouders een belangrijke impact kunnen hebben op de toekomstmogelijkheden die kinderen voor zichzelf zien," voert Archer aan. (MH)
|