 De beperkte aanwezigheid van vrouwen in hogere technische beroepen heeft niets te maken met een onzekerheid over hun wiskunde aanleg of het streven naar een gezin, maar wel met de twijfel over hun geschiktheid voor het beroep en onzekerheid of technologie wel beantwoordt aan hun interesses en waarden. Dat is de conclusie van een onderzoek aan de Stanford University. De Amerikaanse onderzoekers stellen dat studenten zo snel mogelijk met het beroep in de praktijk in gebracht moeten worden, zodat onterechte reserves zouden kunnen worden overwonnen.
"Vrouwelijke technologie-studenten volgen dezelfde opleidingen en leggen dezelfde tests af als hun mannelijke collega's," merkt Erin Cech, onderzoeker aan het Clayman Institute for Gender Research aan de Stanford University. "Bovendien blijken vrouwelijke studenten dezelfde resultaten en vaak zelfs betere cijfers te halen dan hun mannelijke collega's. Daarentegen blijken vrouwen minder vertrouwen te ontwikkelen in hun technologie-expertise en blijken ze ook minder overtuigd te zijn dat een technologische carrière hen het best past, ook al volgen ze dezelfde voorbereiding als mannen."
"De oorzaak van dat gebrek aan vertrouwen moet worden gezocht in de subtiele verschillen waarmee mannen en vrouwen in technologische programma's worden benaderd en in culturele percepties over het prototype van de competente technicus," voert Cech aan. "Die perceptie koppelt technologische competentie aan mannen en mannelijkheid en veel minder aan vrouwen en vrouwelijkheid. Dat leidt er uiteindelijk toe dat vrouwen minder zelfverzekerd zijn over hun expertise en geschiktheid voor het beroep." (MH)
|