 Voor mij liggen de 23 afgedrukte pagina's met betrekking tot de nieuwste
editie (de 19de) van de verkiezing van de HRM-manager van het jaar. Ze zijn afkomstig
van de website (HRMnight.be) van de organisator. Die 23 bladzijden, waarvan de
lectuur zowat een uur in beslag nam, omvatten: de historiek van en toelichting
over het opzet, het (vernieuwde) reglement en de voorstelling van de kandidaten
en projecten.
De verkiezing van de HR-manager van het jaar is altijd onderwerp geweest van
kritiek. De nieuwe editie is daar deels
aan tegemoet gekomen (o.m. door de bredere instroom van kandidaten en door het
opzetten van een award voor jong talent en teams). Voor het eerst wordt er ook
een life-time archievement award uitgereikt tijdens de HRM night. Deze prijs
wordt toegekend door de redactiecomités van de vakbladen RH Tribune en HR
Tribune. Voor HR Tribune zijn dat: Gerd Bellemans (Thermote & Vanhals),
Agnes Bosmans (Truvo), Karel Bosmans (Virga Jesseziekenhuis Hasselt), Michel
Deboeck (Fortis), Astrid De Lathauwer (Belgacom), Vera Meersman (HR Forces), Lucia
Van de Ginste (Inno.com), Stefaan Vandeputte (BarcoView), Karin Van Roy (Inbev)
en Leon Vliegen (Borealis).
Het redeactiecomité van zijn Franstalige evenknie RH Tribune bestaat uit:
Corinne Benharrosh (Selor), Hugues Botman (Pfizer), Eric Browaeys (Carmeuse),
Luc Cooremans (Hte Ec. Francisco
Ferrer), Marc Dascotte (TRACE!), Nathalie Delobbe (UCL), Valérie Flohimont
(Haute-Ecole Charleroi-Europe), Fabienne Hanssens (Wyeth), Gilles Klass
(Mercuri Urval), Guy Koninckx, Laurent Ledoux, Jacques Leroy (Taquet, Clesse
& Van Eeckhoutte), Alain Mercenier (Belgocontrol), Alain Molens (Alamo HR
Consulting), Stéphan Van Lierde (Novartis), Laurence Vanhée (IBA), Bernard Van
Parys (AXA, Epsilon), Alexandre Verhamme (Alliance Nationale des Mutualités
Chrétiennes), Yannick Wackens (Success Resources Management).
Na kennis genomen te hebben van de info over de editie 2008 van de
verkiezing heb ik een pak bedenkingen bij de koerswijziging en enkel suggesties
voor de organisator naar de toekomst toe. Die organisator is sinds dit jaar
niet langer enkel Pierre Jacobs (via de cvba Rhesus). De vakbladen RH Tribune
& HR Tribune (via hun uitgever: bvba M.R.H.) hebben zich vergaand -
promotioneel én zakelijk - aan het initiatief gecommitteerd.
Vaststellingen en bedenkingen
Een eerste opvallende vaststelling is, het aantal sponsors van deze editie.
Niet minder dan 19. Dat zijn weliswaar niet altijd even belangrijke HR-spelers,
maar toch. Voor zover mijn geheugen me niet in de steek laat (het is toch al de
tiende editie van de verkiezing die ik van dichtbij meemaak), is het lang
geleden dat het er nog zo veel waren. In 2001 waren er bijvoorbeeld slechts 12
sponsors; de mediasponsors (het toenmalige iMediair, RH Tribune en hrm.net) en
Jacobs & Partners (een bedrijfje actief op het vlak van opleidingen,
eigendom van verkiezingorganisator Pierre Jacobs) niet inbegrepen. Het
zegt iets, niet alles, over het renouveau van het opzet.
Naar eigen zeggen van de organisator bereikte ook het aantal
‘inschrijvingen' voor de nigh bijna terug het niveau van de
hoogtijdagen van het event tijdens de tweede helft van de jaren negentig. Dat
is niet abnormaal aangezien al de aanwezigen op het de night door de sponsors
zijn uitgenodigd, een andere manier om er binnen te geraken is er niet.
Hierdoor is er een rechtstreeks verband tussen het aantal aanwezigen op het
gala diner annex de prijsuitreiking en de hoeveelheid sponsors.
Wat ook opvalt is de exclusieve steun (vanaf heden) van HR Tribune en RH
Tribune. In het verleden was ook HR Magazine partner van het event, hoewel met
mate. De steun van het HR Magazine (NL & FR) bestond er in dat het in zijn
e-zine HR Update - na ZOOM van HRMinfo in termen van bereik de belangrijkste
onafhankelijke elektronische nieuwsbrief op HR-vlak in dit land - melding maakte
van de genomineerden en van de mogelijkheid tot deelnamen aan de verkiezing
(louter ter informatie, het was geen echte oproep tot uitbrengen van zijn
stem). In ruil verkreeg HR Magazine een tafel op het event en kon het dus
enkele van zijn relaties op het gala uitnodigen. De terughoudendheid van
het blad had alles te maken met het feit dat de hoofdredacteur niet bijster
enthousiast was over het idee van een verkiezing van een HR-manager van het
jaar in het algemeen maar vooral niet over de manier waarop organisator Pierre
Jacobs het aanpakte. Klik hier voor
de visie van hoofdredacteur Pol Bracke. Het Nederlandstalige HR-vakblad HR
Square heeft de verkiezing nooit gesteund, had er altijd kritische
kantekeningen bij.
In het verleden was uw dienaar, in zijn hoedanigheid van toenmalig
directeur/uitgever van hrm.net (de website is ondertussen van eigenaar
veranderd en is op sterven na dood), wellicht de meest nadrukkelijke
tegenstander van de wijze waarop de verkiezing werd georganiseerd door Jacobs.
Ook degene die de meest uitgewerkte verbetervoorstellen formuleerde, onder
andere via een ‘open brief'.
M.R.H./HR Tribune & RH Tribune heeft geprobeerd om HR Magazine te
betrekken bij zowel de (uitwerking van de) vernieuwde aanpak van de verkiezing
als op het vlak van promotionele steun er voor. Die poging mislukte en ik kan
begrijpen waarom. Al betreur ik, in het algemeen, dat het in de HR-wereld
blijkbaar onmogelijk is wat in andere branches (bijvoorbeeld de IT- en
marketing-wereld) wel kan: dat de verschillende vakpublicaties eendrachtig de
belangrijkste en zeker in termen van opkomst hét belangrijkste vak-event
promotioneel ondersteunen. Die zelfde enggeestige mentaliteit, dat zelfde
hokjesdenken, kan trouwens vastgesteld (en betreurd !) worden bij sommige
HR-vakorganisaties. Het gevolg hier van is een veelheid van kleine ‘clubjes' en
geen grote, slagkrachtige, eenheidsorganisatie naar het voorbeeld van de
Stichting Marketing voor de marketeers (dat een jaarboek en, sinds kort, eigen
tijdschrift uitgeef plus jaarlijks een druk bijgewoond - 800 tot 1200
deelnemers - congres organiseert).
De steun voor de vernieuwde maar ook voor de vorige verkiezingen van de
VDP/ADP (de Vereniging van Personeelsdirecteurs) - totaal ten onrechte ‘de
leidende HR-newerkorganisatie' genoemd door het huidige organisatiecomité van
de verkiezing en de night- is vooral retoriek. Want als nationale organisatie
is de VDP een quasi lege doos, de dynamiek ligt bij de regionale kernen en die
blinken, behalve in Brussel, niet bepaald uit door dadendrang, activiteiten en
dus aantal leden. Het ontbreken van steun van de belangrijkste en meest
dynamische vakorganisaties is betreurenswaardig en alles behalve normaal. Net
als dat het geval is voor de belangrijkste HR-vakmedia.
Bij uitbreiding kan men zich de bedenking maken of een initiatief als dit
(toch één van de, zeker in kwantitatief opzicht, belangrijkste HR-events in dit
land) imagogewijs niet beter af zou zijn met de steun van de grootste
HR-dienstverleners in hun segment (werving & selectie, uitzendarbeid,
training & development, sociale secretariaten, enz.). Want ook op dat vlak
valt het op dat die het, in belangrijke mate, al jaren aan een stuk laten
afweten. De toename van het aantal sponsors dit jaar verandert weinig of niets
aan deze situatie.
Meer ten gronde stel ik een flagrant en schrijnend gebrek vast inzake
standaardisatie en stroomlijning van de ingediende dossiers (bijgevolg ook van
de presentaties van de kandidaten/projecten op de website hrmnight.be), vooral
op het vlak van de rapportage over de effectiviteit van het HR-beleid en dito
projecten. In slechts een minderheid van de gevallen worden er resultaten van
de interventies/acties opgegeven. Die zijn bovendien niet altijd veelzeggend
want worden zelden vergeleken in de tijd of dat wordt over een te beperkte
periode gedaan. In de meeste gevallen beperkt men zich tot het opgeven van
zogenaamde ‘sterke punten'. Maar die worden dan zelden of nooit met
overtuigende feiten en vooral cijfers hard gemaakt en onderbouwd. De luttele
cijfers over medewerkerstevredenheid en -verloop, die verre van altijd
opgegeven worden (omdat het niet of onvoldoende duidelijk werd gevraagd, met de
precisering dat opgave er van verplicht was?), zeggen bovendien weinig of niets
indien ze niet vergeleken worden met het sectorgemiddelde of met andere
relevante benchmarks. In geen enkel dossier wordt degelijke vergelijking gemaakt.
Echt lachwekkend is het feit dat bepaalde kandidaten/genomineerden melding
maken van het feit dat hun organisatie ‘verkozen' werd tot ‘Top Employer' (wat
strikt gezien trouwens geen verkiezing in). Behalve op marketing-vlak naar de
arbeidsmarkt toe is het belang en de waarde van dit label erg
bescheiden tot zelf nihil. Het zegt enkel dat men uit de luttele deelnemende
organisatie (want het opzet is betalend en relatief duur) weerhouden is door
een ‘jury' die bovendien enkel bestaat uit journalisten/redacteurs die het
bedrijf bezocht hebben in opdracht van en betaald worden door de firma die het
label uitreikt en commercialiseert: CFR.
De vermelding dat men ooit de prijs van ‘employee friendly employer'
(Mensvriendelijk bedrijf) gekregen heeft is dan weer wel relevant want deze
(niet meer bestaande) wedstrijd werd door de overheid georganiseerd, was gratis
en er kwam een min of meer ernstige jurering aan te pas.
Al de hier boven geformuleerde opmerkingen zijn ook geldig op de dossiers
voor de prijs ‘HR young talent' en ‘HR Team'. Tenminste: dat is het geval voor
de rapportage er over op de website HRMnight.be. Door de bank genomen is de
informatie over de ‘HR young talent' en ‘HR Team'-projecten trouwens nog
beknopter en oppervlakkiger dan de pagina's met betrekking tot de genomineerden
voor de prijs van HR-manager van het jaar. Zo bevat de infopagina over de
genomineerde HR-managers tenminste nog cijfers over de verhouding
HR-professionals versus totaal aantal medewerkers. Dat is echter een relevante
maar onvolmaakte parameter voor de efficiëntie, niet de effectiviteit, van het
HR-beleid in het algemeen en de mate van informatisering en web enabeling in het bijzonder.
Wat die verhouding tussen aantal HR-medewekers en totale personeelsbestand
betreft ziet de situatie er voor de volgende bedrijven en organisaties als
volgt uit: Truvo: 12 HR-professionals voor 726 medewerkers, Thermote &
Vanhalst: 6 voor 1189, T.D. Williamson: 3 voor 320, Umicore: 18 rechtstreeks en
260 op een tweede niveau voor 17.181, Universitair Ziekenhuis Saint-Luc: 41
voor 3500, FOD Mobiliteit & Vervoer: 38,4 voor 1.191. Hierbij dient
opgemerkt dat ook deze gegevens niet echt veel zeggen indien ze niet vergeleken
(kunnen) worden met relevante benchmarks. En dat wordt nooit gedaan.
Bovendien worden nu eens VTE's (voltijdse equivalenten) opgegeven en dan weer
aantal medewerkers, wat een ernstige vergelijking extra bemoeilijkt tot zelf
onmogelijk maakt.
Een laatste, maar niet de minst belangrijke, bedenking heeft betrekking op
het feit dat sommige van de kandidaten/genomineerden ook zitting hebben in de
redactieraden van de sponsorende bladen. Dat voedt, terecht of ten onrechte,
allerlei speculaties. Na de zware storm van kritiek die de verkiezing de
laatste jaren heeft doorstaan en zijn belabberd imago als gevolg hier van, kan
men elke schijn van belangenvermenging en gebrek aan objectiviteit missen als
kiespijn. Vooral als het opzet niet beschikt over heldere en gedetailleerde
procedures en over een uitvoerig reglement dat transparantie en geobjectiveerde
afwegingen garandeert en bepaald hoe dat wordt waargemaakt. Wat het geval is.
Suggesties
Mijn belangrijkste voorstel is dan ook om eens en voor altijd dergelijk
reglement op te stellen en zo'n procedures vast te leggen. In dat verband kan
onder meer gedacht worden aan het destijds door hrm.net voorgestelde getrapte
systeem om tot een longlist van kandidaten/genomineerden te komen.
In een eerste fase kan op basis van een aantal indicatoren een lijst van
bedrijven/organisaties worden samengesteld die in aanmerking komen om
uitgenodigd te worden om zich kandidaat te stellen voor een of meerdere
onderdelen van de wedstrijd. De analyse zou kunnen gemaakt worden aan de
hand van onder meer volgende, gecombineerde, ratio's: - toegevoegde waarde per personeelslid - uitgaven aan opleidingen versus aantal gegeven opleidingen - verhouding van het aantal medewerkers die opleidingen volgden t.o.v. het personeelsbestand
Deze werkwijze dient echter aangevuld te worden, onder meer om een instroom
te bekomen van kandidaten uit de non for profit-organisaties en de
overheidsector. Brede bevraging via de vakpers (liefst zo veel mogelijk
vakmedia), sponsors en redactie-adviesraden is wenselijk en noodzakelijk om te
komen tot een volledige en exhaustieve lijst van bedrijven/kandidaten die
zullen uitgenodigd worden om een dossier in te dienen.
De inhoud van deze dossiers moet ook eens grondig onder de loep genomen te
worden. In dat verband is het absoluut noodzakelijk om te vragen naar relevante
informatie/indicatoren om de performantie, effectiviteit en de efficiëntie van
een HR-beleid weer te geven en te meten. Dat is nu niet of onvoldoende het
geval. Terzake kan bijvoorbeeld de Watsons Human Capital Index, een behoorlijk
gevalideerd instrument dat zijn degelijkheid heeft bewezen, integraal of op
onderdelen, inspirerend zijn. Deze suggestie is destijds al door hrm.net
geformuleerd maar door de organisator van de verkiezing niet of alleszins in
onvoldoende mate ter harte genomen, ook niet voor de laatste/lopende editie.
De evaluatie van de kandidaturen/ingediende dossiers kan en moet ook
ernstiger en diepgaander. En transparanter. Zo is het absoluut noodzakelijk dat
de jury zijn keuzes (grondig) motiveert en communiceert. Tevens is wenselijk
dat de samenstelling van de jury wordt bekend gemaakt - dat is nu niet het
geval - en dat die wordt aangevuld met een substantieel aantal academici (de
redactieraad van RH Tribune telt een universitair docent, maar het is niet
geweten of de dame in kwestie heeft deelgenomen aan de evaluatie van de
kandidaturen). De jury van de gerenommeerde en gerespecteerde Effi-award (een
prijs voor bewezen doeltreffendheid van marketing-communicatie) kan als
voorbeeld dienen, zowel inzake samenstelling als kwaliteit en transparantie van
de jurering en open communicatie.
Last, but no least, dient het reglement zaken te formaliseren zoals de
telling en controle van de stemmen/stemming. Zo is het bijvoorbeeld ongeweten,
of tenminste niet gecommuniceerd, of er meerdere en zo ja hoeveel stemmen mogen
uitgebracht worden per bedrijf. En wiens stem valide beschouwd wordt.
Bijvoorbeeld of HR-administrators, zoals salarisverwerkers, mogen meestemmen.
En of ook HR-dienstverleners/-consultants dat kunnen en of hun stem het zelfde
‘gewicht' heeft als die van de HR-managers/-directors. Het toekomstige
reglement moet ook bepalingen bevatten over wie in aanmerking komt voor
nominatie, over de communicatie/campagnevoering van de genomineerden (wat mag,
wat niet en wat de sancties zijn bij niet naleving) en over de rol van de
vakpers eens de genomineerden bekend zij. Zo vind ik het bijvoorbeeld totaal
ongepast dat RH Tribune een omslagartikel wijdt aan (het bedrijf van) een
genomineerde voor de titel van HR-manager van het jaar en de foto van de
kandidaat afdrukt op de cover van zijn maart-editie. Idem dito voor HR Tribune,
al betrof het in dit geval het bedrijf van een genomineerde voor de titel van
‘HR team' van het jaar en werd er (bijgevolg) een groepsfoto
gepubliceerd. Mijn inziens wordt ook best vermeden dat bedrijven van
kandidaten tevens sponsor zijn van het event. Dit jaar is dat,
gelukkig, niet het geval, maar in het verleden was dat wel zo.
Onthouding
U zal begrijpen dat ik, gezien de huidige aanpak van de verkiezing en mijn
ongenoegen er over, afgezien heb van deelname aan de stemming. Naar mijn mening is
de vernieuwde aanpak van de verkiezing een (te) bescheiden stap in de goede
richting. Dus too little. Of het ook too late is, zal de
toekomst uitwijzen. Hoe dan ook is het vijf voor twaalf en heeft men een
unieke, misschien zelf de laatste, kans gemist voor een noodzakelijke grondige
hervorming. De aangebrachte veranderingen zijn te gering, in aantal en
diepgang/omvang, en te cosmetisch.
Benieuwd hoeveel HR-professionals er mijn mening delen. En hoeveel er anders
over denken en toch hun stem zullen uitbrengen. Bij minder dan duizend
uitgebrachte stemmen hebben de organistoren en verkozenen een probleem van
geloofwaardigheid en draagvlak, lijkt me. Ik hoop dat ze dit jaar de moed
zullen hebben om het aantal uitgebrachte en het aantal weerhouden stemmen
bekend te maken. De voorbije twee jaar gebeurde dat niet en dat was natuurlijk
een teken aan de wand dat het aantal niet om over naar huis te schrijven was en
fors lager lag dan de jaren voordien. In het summiere bestaande reglement
beloven ze dat te zullen doen (alsmede om het geheel te laten
controleren/certificeren door een deurwaarde), maar eerst zien en dan geloven
want in het verleden is die toen al bestaande reglementaire bepaling ook niet
altijd nageleefd.
Indien ze bereid zijn om het roer radicaal om te draaien (in de richting van
de hier boven geformuleerde bedenkingen) zal HRMinfo.net in de toekomst met
graagte en zonder voorbehoud zijn promotionele schouders onder het event
zetten. Onder meer door de brede vaktribune op te roepen om deel te nemen aan
de verkiezing door zich kandidaat te stellen en door zijn stem uit te brengen.
Daarvoor hoeven we niet eens formeel mediasponsor te zijn of echt bij het gebeuren
betrokken te zijn. U merkt het: elke vorm van sektarisme is ons vreemd.
Ik heb mijn zegje gedaan. Nu is het woord en de daad aan u. Dat kan u door
hier onder uw gedacht te geven, in te pikken op mijn kritische bedenkingen of
door mijn verbetervoorstellen aan te vullen. En/of door uw stem uit te brengen
voor de verkiezing dan wel
voor onze poll (met de vraag of u de huidige aanpak van de verkiezing voldoende geobjectiveerd
en transparant vindt).
Door Marc Ernst (directeur BizInfo,
uitgever van o.a. HRMinfo.net & HRMblogs.com)
|