 1. Iedereen is het altijd met je eens. In werkelijkheid zijn ze het natuurlijk niet telkens met je eens, maar ze willen dat niet tonen. Dat is je eigen schuld, jij bent het probleem.
2. Je praat meer dan dat je luistert.
3. Je kan niet delegeren. Je ondergeschikten hebben nauwelijks tot geen verantwoordelijkheden. Ze mogen zelf geen beslissingen nemen. 4. Je denkt dat je onmisbaar bent voor de zaak en zelf het meeste en het belangrijkste werk verzet. Dat is niet zo. Geef anderen ook eens eer en waardering voor hun prestaties.
5. Je spendeert meer tijd aan het corrigeren dan aan het complimenteren van medewerkers.
6. Je ontvangt meer complimenten dan je uitdeelt.
7. Je stelt de verantwoordelijkheden binnen een groep te strak vast, in plaats van medewerkers te motiveren om te tonen dat ze die verantwoordelijkheden ook zelf aankunnen.
8. Zodra medewerkers gevraagd wordt waar hun leider in gelooft en waar hij voor staat, hebben ze tijd nodig om na te denken.
9. Je bent nooit de eerste persoon die slecht nieuws verneemt. Mensen verbergen slecht nieuws voor je of proberen het een draai te geven voordat ze het vertellen.
10. Je geeft meer kritiek dan dat je samenwerkt.
|