 Hoewel 90 procent van de ondernemingen van mening is dat zijn talent-programma's en wereldwijde mobiliteit-functies op elkaar zouden moeten afgestemd zijn, zegt slechts 2 procent daarin ook geslaagd te zijn. Dat is de conclusie van een wereldwijd onderzoek van consulent Deloitte bij personeelsverantwoordelijken en executives. Er wordt aan toegevoegd dat 40 procent van de bedrijven toegeeft dat zijn wereldwijd mobiliteits-programma een belangrijke of radicale verbetering moet ondergaan.
Uit het onderzoek blijkt dat 88 procent van de ondervraagden ervan overtuigd is dat de wereldwijde mobiliteit intensiever geïntegreerd zou moeten worden in het personeelsbeleid en als een strategische partner van het bedrijf zou moeten worden benaderd. Deloitte merkt op dat wereldwijde samenhang tussen mobiele functies en talentprogramma's in de toekomst wellicht nog belangrijker zal worden, waarbij 75 procent van de bedrijven aangeeft dat het aantal internationaal mobiele werknemers de volgende drie tot vijf jaar verder zal toenemen.
Deloitte waarschuwt dat bedrijven die er niet in slagen om talent en wereldwijde mobiliteit op elkaar af te stemmen, in de toekomst mogelijk onvoldoende leidersfiguren zullen ontdekken. "Het ontwikkelen van nieuwe leiders, die de mogelijkheid krijgen om expertise over nieuwe markten op te doen, wordt voor vele bedrijven bijzonder cruciaal," merkt de consulent op. "Door de onvoldoende integratie met opleidings-programma's, dreigen de ondernemingen er echter niet te zullen in slagen om hun talent-pijplijn te vullen met de wereld-gerichte leiders die nodig zijn voor groei."
De onderzoekers merken ook een duidelijk verschil op tussen executives en personeelsverantwoordelijken. "Bij de executives geeft 49 procent toe dat hun mobiliteit-strategie niet het vereiste niveau haalt," aldus Deloitte. "Bij de personeelsverantwoordelijken geeft slechts 33 procent toe dat er op dat gebied onvoldoende niveau wordt gehaald." (MH)
|