 Bedrijven die de taal leren van de landen waar ze actief zijn, zullen in de toekomst een belangrijk concurrentieel voordeel kunnen opbouwen. Het aanleren van lokale talen laat toe vertrouwensrelaties op te bouwen en helpt om een inzicht te krijgen in het denkpatroon van de lokale bevolking. Dat zegt Martin Hope, verantwoordelijke van het project 'Language Rich Europe' van de Europese Unie. Met het project wil de Europese Unie de taalrijkdom en talenkennis van het Europese bedrijfsleven uitspelen als een belangrijke meerwaarde in de wereldeconomie.
"Een goed taalbeleid omvat het aantrekken van mensen die meer dan één taal spreken en het aanmoedigen van medewerkers om taalcursussen te volgen," voert Martin Hope aan in een interview met het webmagazine Euractiv.com. "Maar daar mogen de inspanningen niet stoppen. Bedrijven die strategisch denken over de vreemde talen die ze nodig hebben om in het buitenland succes te boeken, zullen tijdens de eenentwintigste en tweeëntwintigste eeuw de grootste successen boeken."
"Het gebruik van het Engels als gemeenschappelijke taal is niet voldoende, want dat zal niet leiden tot het opbouwen van een sterke relatie," stipt Hope nog aan. "Een taal staat niet centraal in het afsluiten van transacties, maar wel in het opbouwen van relaties en het inzicht in een andere cultuur. Het spreken van een vreemde taal geeft aan dat men geïnteresseerd is in de lokale cultuur, wat tot een groter vertrouwen leidt. Bovendien helpt de vreemde taal ook een inzicht te krijgen in de mentaliteit van een volk, wat een belangrijke meerwaarde betekent in de zakenwereld." (MH)
|