 Beursgenoteerde bedrijven die nog altijd door familiale groepen worden gecontroleerd, vertonen een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid dan ondernemingen waar er geen enkele band meer bestaat met de oprichters. Dat is de conclusie van een analyse van wetenschappers aan de Brigham Young University van zevenhonderd beursgenoteerde bedrijven tussen het begin van de jaren negentig en het midden van het voorbije decennium.
"Familiebedrijven zijn sneller geneigd om zich in te spannen voor maatschappelijk verantwoorde initiatieven omdat ze hun stakeholders als partners bestempelen," merkt onderzoeksleider John Bingham, professor organisatiestrategie aan de Marriott School of Management van de Brigham Young University, op. "Familiebedrijven zijn zich meer bewust over de problematieken waarmee deze stakeholders worden geconfronteerd. Dat heeft er vaak mee te maken dat de oprichter vaak een persoonlijke relatie heeft opgebouwd met klanten, distributeurs en leveranciers."
"Andere ondernemingen kunnen op dat vlak heel wat leren van de manier waarop familiebedrijven met stakeholders omgaan," voert John Bingham nog aan. Onder meer zouden familiebedrijven zich meer inspannen voor sociale initiatieven ten bate van hun medewerkers en lokale gemeenschappen. De onderzoekers merken op dat deze betrokkenheid vaak gebaseerd is op persoonlijke fierheid, vooral wanneer de familienaam ter sprake komt, zodat niet getolereerd wordt dat die eer niet in het gedrang komt door acties die de gemeenschap of het leefmilieu zouden benadelen.
Het is volgens de onderzoekers dan ook niet verwonderlijk dat familiebedrijven steeds bovenaan de lijst staan van ondernemingen waarvoor men het liefst wil werken. Opgemerkt wordt dat deze bedrijven ten aanzien van hun stakeholders meer op lange termijn werken. (MH)
|