 Bedrijven die een aantal van hun zakelijke processen naar het buitenland hebben overgeheveld, vinden vaak dat ze daardoor flexibeler en alerter zijn geworden en zich in economisch moeilijke omstandigheden beter kunnen aanpassen aan de concurrentie. Bovendien zeggen veel bedrijven dat offshoring steeds crucialer wordt om nog een wereldwijde groei te kunnen realiseren. Dat is de conclusie van een onderzoek van het Center for International Business Education (CIBER) en de Duke University in de Verenigde Staten.
"Amerikaanse bedrijven die hun activiteiten internationaal hebben gediversifieerd, voeren aan dat die beslissing tot operationele en financiële voordelen heeft geleid," merkt Arie Lewin, professor internationale strategie aan de Duke University, op. "Drie jaar geleden gaf 48 procent van de ondernemingen aan dat offshoring tot een verbeterde operationele flexibiliteit had geleid, maar dat was vorig jaar al gestegen tot 66 procent. Kostenbesparingen zijn niet langer de belangrijkste drijfveer achter offshoring."
Professor Lewin merkt op dat een aantal bedrijven ook een tekort aan gekwalificeerd personeel aanhaalt als één van de belangrijkste redenen om tot offshoring over te gaan. Er wordt aan toegevoegd dat de bedrijven bij offshoring nog altijd een voorkeur hebben voor verre bestemmingen zoals India, China of de Filipijnen. "Latijns-Amerika wordt in het wereldwijde bedrijfsleven steeds populairder als offshoring-bestemming, maar voorlopig hebben Amerikaanse bedrijven slechts weinig op die trend ingepikt," wordt er aangevoerd.
De onderzoekers merken verder op dat vooral middelgrote bedrijven offshoring-plannen hebben, terwijl de trend bij de grote ondernemingen enigszins aan het afvlakken is. Bij middelgrote bedrijven zegt 73 procent de volgende achttien tot zesendertig maanden offshoring-projecten te willen opzetten, tegenover 55 procent vorig jaar. Bij de grote ondernemingen is daar echter een daling van 52 procent naar 41 procent merkbaar. (MH)
|