|
Vanaf het moment dat leiders hun eigen vaardigheden analyseren en hun unieke reeks sterke en zwakke punten identificeren, moeten ze op zoek gaan naar anderen die kunnen instaan voor de vaardigheden waarover ze niet beschikken. Doen ze dat niet en kiezen ze alleen mensen uit die een weesrpiegeling zijn van henzelf, dan zullen ze hun bedrijf in één richting zien overhellen, omdat er een gebrek is aan een of meer essentiële vaardigheden die vereist zijn om te overleven in een complexe wereld vol veranderingen. Tot die conclusie komen Deborah Ancona, Thomas W. Malone, Wanda J. Orilowski, professoren, en Peter M. Senge, managementauteur, in de Harvard Business Review. Ze onderscheiden daarbij 4 basisvaardigheden, waarin leiders kunnen uitblinken. Het gaat om 'sensemaking' of het talent om cruciale punten te herkennen, die gebruikt kunnen worden om een concurrentievoordeel te verkrijgen. 'Relating' is het opbouwen van vertrouwensrelaties en de kunst om emotie te brengen in werkgelateerde onderwerpen. Verder is er 'visioning' of het creëren van meeslepende toekomstbeelden en het kunnen waarmaken van ambitieuze dromen door overtuigingskracht. Tenslotte is er 'inventing' of het bedenken van methodes om de visie van een ander in realiteit om te zetten. Toch zijn de meeste leiders slechts goed in één of twee van die vaardigheden. Leiders doen er goed aan een omgeving te creëren waarin medewerkers elkaars sterke punten kunnen aanvullen en elkaars zwakke punten kunnen compenseren om aldus het leiderschap tussen meerdere personen in het bedrijf te verdelen.
|