|
Leiderschapsstijlen worden rechtstreeks beïnvloed door de motivaties van de kaderleden. Volgens David McClelland, een psycholoog aan Harvard die zich een groot deel van zijn loopbaan bezig hield met de studie van motivatie en de manier waarop motivatie het gedrag van leiders beïnvloedt, bestaan er drie drijfveren. Ten eerste is er de prestatiedrang, waarbij mensen er van houden om uitdagingen aan te gaan die hen de kans bieden iets nieuws te verwezenlijken. Te tweede is er het streven naar samenhorigheid, waarbij kaderleden worden aangetrokken door groepsactiviteiten, omdat die hen de gelegenheid bieden om relaties aan te knopen. De derde drijfveer is de hang naar macht, die wordt opgedeeld in persoonlijke macht en gesocialiseerde macht. Bij persoonlijke macht heeft de leider nood aan status en imago en ervaart hij een sterke behoefte om belangrijk te worden gevonden. Uiterlijke statussymbolen (auto, kledij) en deelname aan prestigieuze activiteiten bezorgen deze mensen de gewenste status. Gesocialiseerde macht wordt gekenmerkt door leiders die voldoening krijgen wanneer ze er in slagen om anderen competenter en beter te maken. Studies tonen aan dat grote charismatische leiders voornamelijk worden gedreven door de gesocialiseerde macht, terwijl de persoonlijke macht vaak wordt geassocieerd met de uitbuiting van ondergeschikten. Nog volgens McClelland zijn de drie verschillende motivaties tot op zekere hoogte bij iedereen aanwezig. De gecombineerde motivaties van een managementteam creëren -vaak onbewust- het leiderschapsgedrag van een onderneming.
|