Ondernemers hebben een zeer sterke binding met hun bedrijf. Deze sterke binding leidt ertoe dat ondernemers een groot deel van hun winst weer in de onderneming investeren. Investeringen die noodzakelijk zijn voor het overleven van het bedrijf hebben dan ook een hogere prioriteit dan uitgaven voor noodzakelijk levensonderhoud. Wel zorgen ze ervoor dat wanneer zij kinderen hebben, het hen aan niets noodzakelijks ontbreekt. Investeren gaat in veel gevallen voor consumeren, zelfs in situaties waarin weinig winst wordt behaald en bezuinigd moet worden op allerlei uitgaven. Als de investeringen niet worden gedaan, houdt de onderneming uiteindelijk op te bestaan en zijn er helemaal geen inkomsten meer, zo redeneren de ondernemers. Dat blijkt uit een onderzoek van EIM, waar ondernemers is gevraagd hoe zij hun winst verdelen, welke achtergronden daarbij een rol spelen en tot welke winstverdeling dit uiteindelijk leidt.
De manier waarop ondernemers hun winstverdeling bepalen typeert twee soorten ondernemers. De eerste type ondernemers keert zichzelf periodiek een salaris uit, de rest van de winst gaat naar het bedrijf. Deze ondernemers stellen voor zichzelf een bepaald consumptieniveau vast, op basis waarvan zij de hoogte van hun salaris bepalen. De tweede type ondernemers bezit één of meerdere bankrekeningen, waarvan ze zowel uitgaven voor privé als voor het bedrijf doen. Zij lijken op het eerste gezicht geen duidelijke prioriteiten te hebben voor de verdeling van het inkomen over bedrijf en privé. Het beeld komt naar voren dat de uiteindelijke winstverdeling min of meer procesmatig voortvloeit uit de kortetermijn behoeften van de ondernemer. De ondernemer beslist gaandeweg of uitgaven voor privé of voor de zaak worden gedaan. In perioden waarin de ondernemer nieuwe bedrijfsmiddelen wil aanschaffen, zal een relatief groot deel van de winst binnen het bedrijf worden gehouden. Omgekeerd zal de ondernemer zichzelf meer winst uitkeren, wanneer deze van plan is om bepaalde luxegoederen te kopen.
|