 De consument doet in de aanloop naar een aankoop gemiddeld beroep op 10,4 informatiebronnen. Vorig jaar nog werden amper gemiddeld 5,3 informatiebronnen gebruikt. Dat is de conclusie van een onderzoek van het internetbedrijf Google en het bureau Mediabrands. De onderzoekers merken daarbij op dat marketeers hun strategieën aan deze verschillende zogenaamde waarheidsmomenten op het pad naar een aankoop moeten aanpassen.
Uit het onderzoek is gebleken dat 37 procent van de respondenten aangeeft dat televisie-reclame tijdens de eerste fase van het proces een impact heeft op de aankoopbeslissing, gevolgd door direct mail zoals catalogussen en brochures (31 procent). Krantenreclame staat met 29 procent op een derde plaats. Daarna volgen krantenartikels (28 procent), magazinecontent (27 procent), magazinereclame (24 procent), email (23 procent), online reclame (22 procent), productplacement in televisieprogramma's (21 procent) en outdoor-reclame (16 procent).
In de laatste aanloop naar de aankoop wordt echter door 50 procent van de consumenten gezocht naar informatie op het internet, gevolgd door aanbevelingen door familie en vrienden (49 procent), online productvergelijkingen (38 procent), websites van merken (36 procent), online klantenbesprekingen (31 procent), websites met e-commerce (22 procent), online ratings (22 procent) en opiniestukken op het internet (22 procent). Tenslotte wordt 18 procent volgeling van een merk of een product op sociale platformen zoals Facebook en Twitter.
Op de winkelvloer zelf tenslotte wordt beroep gedaan op de verpakking (41 procent), pamfletten en brochures (37 procent), verkoopspersoneel (33 procent), logo's en displays (30 procent) en stalen (19 procent). (MH)
|