 De consument stelt aan producten en merken wel kwaliteitseisen, maar voelt er toch geen sterke band mee. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van het bureau Trendwatching.com. Geen enkele respondent gaf aan dat merken zich om de gebruiker bekommeren, tenzij als een bron van inkomsten en winst. Het technologiebedrijf Apple werd door de respondenten het vaakst naar voor geschoven als het merk waarvan ze het meeste houden. De meeste consumenten zeggen echter van geen enkel merk te houden en de liefde voor een merk zelfs onnatuurlijk te vinden. De grote winkelketens krijgen van de consumenten de minste affectie, waarbij vooral de naam van McDonald's valt. Ook Wal-Mart, Gap en Starbucks worden vaak genoemd. Een aantal consumenten zegt ook in het algemeen een afkeer te hebben van merken die gebruik maken van kinderarbeid of goedkope buitenlandse arbeidskrachten.
"De grote meerderheid van de respondenten geeft aan bij een verplichte keuze de voorkeur te zullen geven aan zijn mobiele telefoon boven zijn auto," aldus het online magazine Marketing Charts. "Daarbij wordt vaak opgemerkt dat mobiele telefoons praktischer zijn en belangrijk zijn om te kunnen communiceren. Toch kunnen de meeste consumenten het merk van hun mobiele telefoon niet vernoemen zonder eerst naar het toestel gekeken te hebben. Mobiele telefoons zijn trouwens niet de enige sector die geconfronteerd wordt met een gebrek aan merkendifferentiatie. Bij het tonen van foto's van winkelcentra in Tokyo, Dubai en Istamboel, vergisten de meeste respondenten zich van lokatie. Dat ging zelfs op voor vele Japanse respondenten die een foto van een winkelcentrum in Tokyo kregen voorgeschoteld."
Ook zeggen de consumenten wel dat geld en mooie auto's en woningen hen gelukkiger maakt, maar de meesten hebben het daarbij toch eerder over liefde, familie, vrienden en geloof. Een aantal heeft het daarbij ook over zogenaamd zondige geneugten, zoals alcohol, sigaretten en andere genotmiddelen. Ongeveer twee op drie consumenten denkt dat de uitgaven in de toekomst zullen stijgen. Daarbij wordt vaak verwezen naar negatieve aspecten, zoals het materialisme of de wegwerpmaatschappij, het uitputten van grondstoffen en het feit dat consumenten in de ontwikkelingslanden geen toegang hebben tot de producten die ze nodig hebben. Eén op drie consumenten denkt daarentegen dat de uitgaven zullen dalen. Daarbij worden vaak positieve elementen genoemd, zoals een verbetering van de maatschappij en de menselijke natuur. (MH)
|