 De Aziatische markt is op het gebied van digitale economie duidelijk aan een inhaalbeweging bezig tegenover Noord-Amerika en de Verenigde Staten. Dat is de conclusie van een rapport van The Economist Intelligence Group. Er wordt aan toegevoegd dat de Aziatische markten vooral hoge scores halen op het gebied van breedband en draadloze technologie. Opmerkelijk is volgens het rapport ook de vooruitgang van de Verenigde Staten. De populariteit van de iPhone van Apple en gelijkaardige toestellen hebben daarin volgens de onderzoekers een belangrijke rol gespeeld. Europa daarentegen noteert in het algemeen een status-quo. In het rapport wordt verder gemeld dat breedband wereldwijd beter betaalbaar is geworden en dat de digitale kloof verder kleiner is geworden.
In de digitale economie - waarbij onder meer rekening gehouden werd met de prijs en de penetratie van breedband en draadloos internet - nemen Zweden en Denemarken de eerste twee plaatsen in. Zweden slaagde er daarbij wel in Denemarken van de eerste plaats te verdringen. Binnen Europa realiseerden ook Finland (vierde), Noorwegen (zesde) en Nederland (vijfde) een uitstekende score. Hoewel de Verenigde Staten een achterstand hebben op het gebied van breedband en mobiele infrastructuur, ging de Amerikaanse markt twee plaatsen vooruit tegenover vorig jaar. De Verenigde Staten nemen nu de derde plaats in, te danken aan een opmerkelijke groei van het Amerikaanse mobiele internet.
"Hongkong en Singapore vormen de leidende markten in Azië en nemen respectievelijk een zevende en achtste plaats in," meldt het persbureau Bloomberg. Australië zakt met drie eenheden tot een negende plaats, terwijl Nieuw-Zeeland één plaats wint en de top tien afsluit. Ook een aantal andere Aziatische landen wisten in de rangschikking naar boven op te schuiven. Taiwan steeg met vier eenheden tot een twaalfde plaats. Zuid-Korea en Japan wonnen elk zes posities en staan respectievelijk op een dertiende en zestiende plaats. Elders wonnen ook Ierland, Spanje en Estland enkele plaatsen. Frankrijk daarentegen verloor vijf plaatsen, terwijl ook Duitsland, Oostenrijk, België en Groot-Brittannië een lichte achteruitgang kenden. (MH)
|