 Bayer MaterialScience, de kunststoffendivisie van het Duitse chemieconcern, wil nog dit jaar een pilootfabriek opstarten voor de opvang en verwerking van koolstofdioxide tot polyolen, een basismateriaal dat gebruikt wordt voor de aanmaak van polyurethaan. Dat heeft Patrick Thomas, voorzitter van de raad van bestuur van Bayer MaterialScience, gezegd bij de voorstelling van de toekomstplannen van de kunststoffendivisie van het Duitse bedrijf. De exacte locatie en omvang van de nieuwe fabriek is nog niet gekend. Patrick Thomas stelde echter dat het concern met de pilootfabriek een belangrijke doorbraak kan realiseren op het gebied van koolstofdioxide, een broeikasgas dat in belangrijke mate bijdraagt tot de opwarming van de aarde. Er wordt tevens onderzocht of koolstofdioxide ook kan gebruikt worden bij de productie van polycarbonaat, een product waarmee de consument in het dagelijkse leven in tal van toepassingen wordt geconfronteerd
"Vele partijen zijn op zoek naar een oplossing voor het probleem van koolstofdioxide," merkt Patrick Thomas op. "Daarbij worden verschillende sporen en strategieën gevolgd. Onder meer wordt gedacht aan de ondergrondse opslag van het broeikasgas, maar dat is volgens ons geen ideale keuze. Het koolstofdioxide wordt daarbij wel uit de atmosfeer gehaald, maar er wordt niets gedaan aan het energieverbruik dat aanleiding geeft tot de productie van het broeikasgas. Bayer MaterialScience vormt de koolstofdioxide echter om tot een nuttige grondstof. Bovendien wordt het broeikasgas gebruikt voor de aanmaak van polyurethaan, dat onder meer toegepast wordt bij de verbeterde isolatie van koelkasten. Op die manier draagt het product onder meer bij tot een grotere energie-efficiëntie van koelkasten, koeltransporten en supermarkten, waardoor de bijdrage tot een duurzame maatschappij nog wordt verhoogd."
Bayer MaterialScience werkte voor de ontwikkeling van het proces samen met de Universiteit van Aken en energieproducent RWE Power. "Het project is een concrete realisatie van ons initiatief Dream Reactions, waarbij we scheikundigen van over de hele wereld hebben samengebracht om na te denken op welke manier schijnbaar niet-compatibele stoffen toch kunnen samengebracht worden om een nuttig product te verwezenlijken en welke vorm van katalysator daarbij gebruikt zou kunnen worden," voert de topman van Bayer MaterialScience nog aan. "Op die manier hebben we ervoor kunnen zorgen dat er bij de verwerking van koolstofdioxide opmerkelijk minder energie moest worden geïnvesteerd dan eerder werd aangenomen, waardoor de haalbaarheid van het proces gevoelig kon worden opgedreven." Het project kreeg een financiële ondersteuning van 4,5 miljoen euro van het Duitse federale ministerie van opvoeding en onderzoek. (MH)
|