 Achttien ontwikkelingslanden hebben zich verenigd om te garanderen dat hun belangen rond intellectuele eigendomsrechten optimaal worden verdedigd bij de World Intellectual Property Organization (Wipo). Dat heeft coördinator Egypte aangekondigd. De groep wil dat de Wipo, een afdeling van de Verenigde Naties, evolueert van een instituut dat vooral te dienste staat van de bezitters van intellectuele eigendomsrechten tot een agentschap dat zijn leden helpt om een aantal doelstellingen te bereiken. Dat zou volgens de groep ontwikkelingslanden moeten gebeuren door een evenwichtig en gebalanceerd gebruik van het beginsel van de intellectuele eigendom. De oprichting van de nieuwe belangengroep vormt volgens waarnemers een verdere stap in de confrontatie tussen de opstelling tegenover intellectuele eigendomsrechten in de ontwikkelingslanden en de geïndustrialiseerde wereld.
"Rijke landen zoals de Verenigde Staten benadrukken dat strenge intellectuele eigendomsrechten nodig zijn om uitvindingen, nieuwe technologieën en kwaliteitsverbetering aan te moedigen," aldus het persbureau Reuters. "Die landen voegen er aan toe dat piraterij en namaak tot banenverlies leiden en de economie schade toebrengen. Vele ontwikkelingslanden werpen echter op dat deze intellectuele eigendomsrechten worden misbruikt om de arme bevolkingsgroepen in de wereld de toegang tot essentiële geneesmiddelen ontzeggen en de traditionele kennis van de ontwikkelingslanden te stelen. Hisham Badr, ambassadeur van Egypte bij de Verenigde Naties, geeft toe dat de Wipo die jaar geleden weliswaar een mijlpaal heeft gerealiseerd door een ontwikkelingsagenda aan te nemen, maar het is volgens hem bijzonder moeilijk om de agendapunten ook daadwerkelijk te implementeren." </p><p> "De ontwikkelingsagenda was een mijlpaal in de inspanningen om het intellectueel eigendomsrecht vanuit een andere invalshoek te bekijken en bredere sociale, economische en culturele doelstellingen in rekening te brengen," merkt Hisham Badr op. "Met het oprichten van de Development Agenda Group willen de ontwikkelingslanden ervoor zorgen dat hun bekommernis in alle activiteiten van de Wipo aan bod zal kunnen komen." Naast Egypte zijn ook Algerije, Brazilië, Cuba, Djibouti, Ecuador, Guatemala, India, Indonesië, Iran, Maleisië, Pakistan, Filipijnen, Zuid-Afrika, Sri Lanka, Soedan, Uruguay en Jemen bij de groep aangesloten. Hisham Badr merkt daarbij op dat de groep bestaat uit leden met een verschillend niveau van ontwikkeling en voor elke geïnteresseerde natie open staat. (MH)
|