 Het internet en sociale netwerken worden vaak bestempeld als krachtige nieuwe wapens voor de vrijheid, maar die communicatie-technologieën kunnen evenzeer worden gebruikt voor repressie. Dat is de conclusie van een onderzoek aan de Pennsylvania State University. Brandie Martin, specialist massacommunicatie aan de Amerikaanse universiteit, stelt dat deze technologieën vooral als een instrument moeten worden bestempeld. Het is volgens Martin overdreven om te beweren dat deze technologieën aan de grond lagen van de revoluties in het Midden-Oosten en Afrika.
"Wanneer het verzet in Egypte tegen president Hosni Mubarak begin dit jaar explodeerde, begonnen burgers met blogs, tekstberichten en sociale netwerken informatie te verspreiden die kritisch was voor de regering," geeft Brandie Martin toe. "Maar de regering trad snel op tegen de bloggers en nam de controle over het internet en de tekstberichten over." De onderzoekster merkt op dat de telecommunicatie-sector heel verschillend reageerde op die gebeurtenissen.
"Cruciale netwerkoperatoren zoals Vodafone, Mobinil en Etisalat gingen op de vraag van de regering in en blokkeerden de dienst," aldus Martin. "Supporters van de regering konden echter hun communicaties verder blijven verspreiden. Anderzijds waren er telecommunicatie-bedrijven die de opposanten van het regime hielpen om de blokkades te ontwijken. In het buitenland stelden internet-bedrijven toepassen ter beschikking om informatie te blijven verspreiden."
Brandie Martin voert ook aan dat tekstberichten drie jaar geleden in Kenia werden ingezet om etnische haatboodschappen te verspreiden. "In het geweld vielen bijna 1.500 slachtoffers," merkt de onderzoekster op. "Wanneer de Keniaanse autoriteiten probeerden om de boodschappen te blokkeren, weigerden de telecommunicatie-bedrijven echter om op die vraag in te gaan." Dat doet volgens Martin de fundamentele vraag rijzen welke rol telecommunicatie-bedrijven in dergelijke omstandigheden zouden moeten innemen. (MH)
|