 Beroemdheden hebben op de microbloggingsite Twitter weliswaar een grote schare volgelingen, maar die hebben zelf een heel beperkte autoriteit. Dat is de conclusie van een onderzoek van het gespecialiseerde adviesbureau Sysomos. Het fenomeen is volgens de onderzoekers mogelijk te verklaren door het feit dat deze beroemdheden mensen uit alle lagen van de bevolking aantrekken, waarbij een grote groep zich wellicht alleen maar op Twitter begeeft om uit te zoeken welke berichten hun idolen plaatsen. De meeste volgelingen van beroemdheden hebben volgens Sysomos bovendien zelf weinig volgelingen, waardoor hun autoriteit wordt uitgehold. Vooraanstaande figuren uit de sociale media trekken daarentegen volgelingen aan die over een veel grotere autoriteit beschikken. Ook blijken de volgelingen van online nieuwssites een grotere invloed te hebben dan hun collega's van de tradionele media.
Uit het onderzoek van Sysomos blijkt dat een volgeling van de Amerikaanse president Barack Obama een maximale autoriteit heeft van 24 procent. Obama heeft volgens de onderzoekers 4,2 miljoen volgelingen. Eén op vijf volgelingen haalt echter slechts een autoriteitscore van 10 procent. Op de tweede plaats staat popzangeres Lady Gaga, die 4,5 miljoen volgelingen heeft. De maximale autoriteit van die volgelingen bedraagt 21 procent. De grootste groep haalt echter een score van 0 procent. Dat geldt ook voor de volgelingen van acteur Ashton Kutcher en popidool Britney Spears. Kutcher heeft 5,1 miljoen volgelingen, maar de hoogste autoriteitscore bedraagt 18 procent. Britney Spears heeft 4,8 miljoen volgelingen, met een hoogste score van 13 procent. Actrice Ellen De Generes heeft 4,7 miljoen volgelingen, met een maximale score van 19 procent.
Er wordt aan toegevoegd dat topfiguren uit de sociale media, burgers die uit eigen beweging op Twitter naam hebben gemaakt, het minste volgelingen hebben, maar daaronder wel figuren tellen die een hoge autoriteit halen. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de Amerikaanse mediaspecialist Jason Falls, die amper 27.195 volgelingen heeft, maar waarbij wel een gemiddelde autoriteitscore van 48 procent wordt gehaald. Marketingexpert Chris Brogan heeft 139.693 volgelingen en webanalist Jeremiah Owyang komt aan 64.775 volgelingen, maar de autoriteitscore van die volgelingen bedraagt gemiddeld 40 procent. De grootste groep volgelingen van de experts binnen de sociale media halen telkens autoriteitsscores tussen 40 procent en 50 procent. Bij de media halen de online bronnen volgens Sysomos eveneens een hogere score dan de traditionele media, terwijl ze minder volgelingen aantrekken.
De nieuwssite ReadWriteWeb komt aan 1 miljoen volgelingen, met een gemiddelde autoriteitscore van 30 procent. Ook sectorgenoot Mashable komt aan een score van 30 procent, maar heeft wel 2 miljoen volgelingen. Op de derde plaats volgen de website TechCrunch (1,4 miljoen volgelingen) en het traditionele Time.com (2,1 miljoen volgelingen), met elk een gemiddelde autoriteit van 24 procent en een score van 20 procent voor de grootste groep volgelingen. De Amerikaanse krant The New York Times heeft 2,5 miljoen volgelingen, maar de gemiddelde autoriteitscore blijft beperkt tot 22 procent. Bij de Amerikaanse krant heeft ook 22 procent van de volgelingen een score van 0 procent. De onderzoekers merken wel op dat het uiteraard geen verrassing is dat nieuwsbronnen rond sociale media gebruikers aantrekken die actiever zijn op Twitter. (MH)
|