 Wit-Rusland is bereid om zijn voorraden nucleair materiaal over twee jaar op te geven. Dat heeft Sergei Martynov, minister van buitenlandse zaken van Wit-Rusland, gezegd tegenover zijn Amerikaanse collega Hillary Clinton. De aankondiging wordt bestempeld als een belangrijke stap in de pogingen om nucleair materiaal uit handen van terroristen te houden. Eerder hebben ook andere gewezen Sovjet-republieken al toegezegd hun kernvoorraden te zullen afbouwen. Hillary Clinton heeft beloofd dat de Verenigde Staten technische en financiële hulp zullen bieden voor de verwerking van het verrijkte uranium waarover Wit-Rusland beschikt.
"De omvang van de nucleaire voorraden is niet exact bekend, maar het materiaal zou voldoende zijn om minstens enkele kernbommen te vervaardigen," voert het persbureau Associated Press aan. In april had Alexander Lukashenko, president van Wit-Rusland, aangekondigd dat het land over honderden kilogram uranium beschikte, waarvan een gedeelte toegepast zou kunnen worden in militaire doeleinden. Hij voegde er wel aan toe dat het materiaal uitsluitend werd gebruikt voor onderzoeksdoeleinden. Wit-Rusland besliste zestien jaar geleden zijn arsenaal kernwapens, daterend uit het Sovjet-tijdperk, te liquideren, maar behield zijn voorraden verrijkt uranium.
Uit cijfers van het James Martin Center for Nonproliferation Studies aan het Monterey Institute of International Studies beschikt Wit-Rusland in zijn nucleair onderzoekscentrum in Sosny over 170 kilogram hoogverrijkt uranium. Andere bronnen hebben het over slechts 40 kilogram, maar ook dat is voldoende om verschillende kernbommen te maken. Op de kerntop in april van dit jaar werd Wit-Rusland, samen met Iran en Noord-Korea, geweigerd omdat die landen niet zouden willen meewerken aan de internationale beveiliging van nucleair materiaal. Door de recente belofte kan het land wel deelnemen aan de volgende top, die over twee jaar door Zuid-Korea wordt georganiseerd. (MH)
|