Waarom het regime in Teheran niet zal vallen

De beweringen als zou de Islamitische Republiek van Iran op imploderen staan op een manier die vergelijkbaar is met die van de val van het regime van de sjah in 1978, houden geen steek. Dat schrijven de uitgevers van de website Race for Iran in een opiniestuk dat The New York Times publiceert. Ze verwijzen naar de pro-regeringsmanifestatie van 30 december, waarop volgens oppositiewebsites meer dan 1 miljoen mensen opdaagden. Dat zijn er vele honderdduizenden meer dan de paar tienduizenden die enkele dagen daarvoor de straat opgingen om hun ongenoegen met het huidige regime te uiten.

In tegenstelling tot de revolutionairen van 1979, heeft deze vrijheidsbeweging geen coherente agenda. Op drie cruciale vragen blijft ze het antwoord schuldig:

  1. Wat wil de oppositie?
  2. Wie leidt de oppositie?
  3. Hoe wil deze oppositie het huidige regime vervangen?

In 1979 waren de antwoorden op deze drie vragen erg duidelijk. Men wilde af van de door Amerika gesteunde sjah; de leider van de oppositie was Ayatollah Khomeini, die na het vertrek van de sjah uit ballingschap in Parijs terugkeerde met een voorstel tot grondwetswijziging in de hand.

Vandaag heeft de oppositie -buiten dat ze haar ongenoegen uit- geen coherente agenda. Ze wordt noch door Moussavi, noch door Karroubi, noch door Rafsanjani, noch door Khatami geleid. Al deze figuren genieten vooral steun in hun eigen beperkte kring; geen van allen kan aanspraak maken op algemene steun in het ganse land.

Conclusie: De Islamitische Republiek blijft nog een tijd de regering van Iran. Zelfs indien er zich op topfuncties verschuivingen zouden voordoen, dan nog zullen die geen fundamentele koerswijziging teweeg brengen in de houding van Iran met betrekking tot zijn regionale politiek, zijn nucleaire standpunt en andere belangrijke kwesties.

  • Gebaseerd op:The New York Times
  • Powered by:Express.be
Share
STIJGERS & DALERS BEL20