In mijn pyjama

We zijn nauwelijks enkele weken in het nieuwe jaar,  en ik zie dat de veerkrachtige tred en de opgewekte oogopslag van net na nieuwjaar alweer volledig verdwenen zijn. Afhangende schouders en dof gemompel. Lange gezichten in de gangen. Mensen gaan steeds meer op uitgerekte veren lijken, hun weerbaarheid en flexibiliteit tot het maximum geëxploiteerd, en de weinige energie die ze in hun verkramptheid nog over hebben, besteden ze aan klagen. Dat doen ze ook graag en met overgave. Want klagen is om liefde vragen.

'Dat het maar gauw lente wordt, dan verdwijnt dat nawinterse gezeur wel weer,' weet Jacques Bernaerts, onze wereldwijze personeelsdirecteur. 'Je hebt dat ieder jaar. Dat komt en dat gaat met de seizoenen. Trouwens, ze hebben hier niet te klagen. Dat ze dan maar op een ander gaan. Daar is het nog veel erger. Je ziet wel hoeveel van onze deserteurs na enkele weken weer met hangende pootjes komen vragen of ze terug mogen komen.'

Ik heb nooit begrepen waarom een misantroop als Jacques eigenlijk personeelsdirecteur geworden is. We hebben mensen die jaar in jaar uit immuun zijn gebleken voor de hoge prestatiedruk, die altijd zonder versagen stevig hebben doorgewerkt. Albert Kempeneers is zo iemand. Ooit als schoenenverkoper begonnen, dan bij ons in de boekhouding terechtgekomen, en dankzij zijn robuuste optreden en gezond verstand doorgestoten tot business unit manager. Hij is wel eens wat onbehouwen in zijn taal en in zijn optreden, onwennig in de buurt van springerige MBA's, maar in zijn boertige stevigheid is hij een man uit een stuk.  Die Albert zit als een gebroken man voor mij.

'Paul, jong,' zegt hij, 'ik zie het niet meer zitten.' 'Wat is er gebeurd, Albert jong?' vraag ik bezorgd. Ik probeer een beetje zijn taal te spreken zodat hij zich meer op zijn gemak voelt. 'Awel, ik zit hier al jaren van zes uur 's morgens tot acht uur 's avonds te toeken en te travakken. En nu is het gedaan, jong. Ik ga een frituur beginnen. Maar die van ons wil niet meedoen.'

'Is het Jan?' vraag ik voorzichtig. Ik vermoed dat Jan Louage, onze algemeen directeur, Albert weer eens geschoffeerd heeft met zijn neerbuigende pretentie. Albert is daar extreem gevoelig aan, zijn eenvoudige afkomst en opleiding in acht genomen. 'Nee, die zak met zijn gedraai zit er voor niks tussen. Ik ben het zelf. Ik ben moe, op. Ik kan het niet meer aan. Ik zit erdoor. Ik was gisterenmorgen hier om zes uur, en ben om acht uur 's avonds naar huis gegaan. Zo moe als een hond. Ik heb mijn pyjama aangetrokken, ben voor de televisie gaan zitten, en in slaap gevallen. Om drie uur ben ik van de kou wakker geworden, naar boven gegaan, en toen werd mijn vrouw wakker. Zij lastig, en ik niet meer in slaap geraakt. Ik heb me dan maar gewassen en aangekleed, en ben om vijf uur naar hier gekomen. Dat is toch geen leven meer. Ik kap ermee. Ik word hier trouwens toch niet gewaardeerd. Ik kan beter iets op mezelf beginnen.'

Albert slaat met zijn zegelring op de tafel om zijn woordenkracht bij te zetten, en kijkt mij doordringend aan: 'En nu gij, Paul. Wat gaat uwe personeelsdienst daaraan doen?'

Ik haat momenten als deze. Je wordt pijnlijk geconfronteerd met je machteloosheid. Wat kan een personeelsdienst daaraan doen? Wat verzachtende woorden spreken, enkele weken vakantie opperen, zeggen dat hij het rustiger aan moet doen. Hem aanraden in therapie te gaan. Checken of prepensioen een optie kan zijn. Nagaan hoe de werkdruk anders verdeeld kan worden zodat Albert zich iets meer kan ontspannen. Maar dat wil hij natuurlijk niet. Hij wil, zoals iedereen, erkend en gewaardeerd worden. Hij schreeuwt om aandacht. Er is echter niet genoeg tijd om die aandacht aan onze mensen te geven.

Ik besluit het anders aan te pakken. 'En waar wil je die frituur beginnen, Albert?' 'Hoe bedoel je?' Dat had hij duidelijk niet verwacht. Hij had op medeleven, begrip, compassie, en waardering gerekend. Gehoopt dat ik hem met schouderklopjes zou overladen, dat ik zou zeggen hij een van de peilers van Metro is, de laatste rots in de branding, en dat we alles in het werk zouden stellen om hem bij ons te houden. 'Dat stukske adjunct-personeelsdirecteur ziet zijn kans schoon om hier goedkoop van een zware loonlast af te raken,' zie je hem denken, achter die achterdochtig dichtgeknepen ogen. 'Zo snel zijn ze van mij nog niet af.'

'Ik stap het niet af, of ze moeten mij naar buiten dragen,' mompelt hij nauwelijks verstaanbaar. Hij vermant zich, recht zijn rug. Hij heeft zijn typische oogopslag van boerenslimheid teruggekregen, en probeert joviaal uit te roepen: 'Een frituur? Om elke dag in de stank van het frietvet te staan, zeker. En hamburgers met mayonaise enketchup en ajuin aan zatlappen te verkopen in het holst van de nacht! Die van ons heeft gelijk. Dan is het bij Metro nog niet zo slecht. Het stinkt hier niet naar frietvet. Dat is toch al iets.'

Hij lijkt weer helemaal opgemonterd, en kijkt mij dankbaar aan: 'Dat die Louage met al zijn pretentie maar niet denkt dat hij zich zo makkelijk van mij kan ontdoen. Ik heb hier nog een paar goede jaren voor de boeg, en die van ons moet maar ophouden met zagen als ik laat kom slapen. Voilà. Ge zijt bedankt, Pau!. Dit gesprek heeft mij goed gedaan.' Met een vechtlustige tred beent hij weg van mijn bureau, vastbesloten om een paar stevige stieren bij de horens te vatten. 'Zo zie je maar,' denk ik met even grote zelfvoldaanheid bij mezelf, 'dat een personeelsdienst soms kleine wonderen kan verrichten om onze mensen te motiveren.'

Metro Services is een vervolgverhaal van de Vlaamse auteur Jan Flamend, waarin hij door de ogen van de adjunct-personeelschef Paul Desmedt lief en leed beschrijft bij een dienstverlenend bedrijf dat dezelfde naam kreeg. De pittige scènes worden bevolkt door markante spelers: de flamboyante algemeen directeur Jan Louage, de kokette secretaresse Sabine de Herdt, de boertige Albert Kempeneers, rokkenjager Piet de Vadder, de zure Céline de Crayencour, de gortdroge Luc de Haes en de misantrope baas van Desmedt zelf, personeelsdirecteur Jacques Bernaerts. Naast memo's schrijven en e-mails lezen is roddelen hun favoriete bezigheid.

De illustraties zijn van de hand van Bart Ramakers.

Jan Flamend

is management consultant en oprichter van het internationale opleidingsbedrijf Valueselling.be. Zijn standaardwerk over sales heet How to sell your value and your price. Tips, tricks and tools for sales success'. In november 2010 verscheen 'Het Grote Verkoophandboek, Tips & Tricks', dat hij samen met Peter Tans schreef.

Meer info:

De Cavalerie

Valueselling.be

Share
STIJGERS & DALERS BEL20