Dat ontbrak er nog aan

Dat ontbrak er nog aan.' Onze kwaliteitsdirecteur Luc de Haes komt met een verbouwereerd gezicht aan mijn bureau zitten. 'Er zijn gisteravond twee mensen copulerend in de ziekenboeg op de vierde verdieping aangetroffen. Toen de schoonmaakploeg om zeven uur haar ronde deed, viel Aziza over een ineengestrengeld kluwen van twee hijgende lichamen. Het brave kind, dat nauwelijks Frans of Nederlands spreekt, is van de weeromstuit beginnen gillen en toen ze zich uit het kluwen kon ontwarren, maakte ze zich snel uit de voeten. Haar poetsgerief heeft ze achtergelaten. Nee, ze had niet gezien wie het waren. Wel moet ze in haar paniek op een bril gestapt zijn, en de vrouw had lang haar en de man voelde mager en knokig aan.'

'Mooi,' zeg ik, 'hebben we vandaag iets om over te roddelen.' Het verhaal van de betrapte minnaars doet als een lopend vuurtje de ronde. De landschapsbureaus lenen zich uitstekend tot een snelle verspreiding van dit smeuïg verhaal. Iedereen verkneukelt zich in de speculaties over de identiteit van de steelse en boude onverlaten. Lijstjes worden opgemaakt van alle vrouwen met lang haar (wat is lang voor een Tunesische schoonmaakster?) en alle magere mannen (wat is mager en knokig voor een Tunesische werkvrouw?) Wie heeft zijn bril niet op? Wie heeft zich vandaag ziek gemeld?

'Ik ben dat gedoe met seks op het werk beu, Luc,' zucht ik. 'We hebben vorige maand pas het probleem van de vieze fotokopies kunnen oplossen, en nu dit weer. Stel je voor: een van onze beste consultants vond het nodig om zijn lid op het fotokopieerapparaat te leggen en die kepies met een uitnodigend tekstje naar alle vrouwen in het bedrijf te sturen. Je kan je voorstellen wat een hilariteit dat gegeven heeft, de ondernemingsraad werd op stelten gezet, er werd met de pers gedreigd als de directie dit niet onmiddellijk onder controle kreeg, en het scheelde niet veel of Kathleen Van Brempt was eigenhandig alle fotokopieerapparaten komen verzegelen. Om maar te zwijgen van de schade die bij deze halsbrekende toeren aan onze fotokopieerapparaten werd aangericht. '

'Zeg Paul, en hoe heeft die man dat in godsnaam kunnen klaarspelen? Ik zie mij dat nog niet meteen doen. Ging die vent daar met zijn buik op liggen?' 'Ik weet het niet en ik wil het niet weten. De man is zich na enkele weken schuldbewust komen aanmelden, werd op non-actief gesteld en het bedrijf betaalt de rekening van zijn psychiater. We hebben zijn identiteit niet verborgen kunnen houden. Het is onwaarschijnlijk dat deze man nog terugkeert. Zoals Jacques, mijn baas met zijn gekende, subtiele gevoel voor humor, zei: Ze hebben hem bij zijn pietje en dat is precies wat hij wou.'

Hoe meer onze personeelsleden zich in de wie-deed-het combinatiespelletje verdiepen, hoe moeilijker het wordt om geloofwaardige daders te identificeren. Tegen het einde van de namiddag is iedereen de revue gepasseerd, en ankappelbaar bevonden. De laatste combinatie, die na eliminatie overblijft, is die van Anja Pietercil, een junior accountant met lang bruin haar en grote borsten, en Jan Louage, onze algemeen directeur. Die is inderdaad niet vies van een occasionele scheve schaats, maar ter zijner verdediging dient aangevoerd dat hij voor twee dagen in het Europees hoofdkwartier in Londen is. Ik moet er ook bij zeggen dat de vermeende geslachtsdrift van onze Jan een vast onderdeel is van de folklore van Metro Services. 'Hem wordt meer potentie toegeschreven dan hij werkelijk heeft,' fluisteren zijn voormalige vriendinnen.

's Avonds komt Luc nog even verslag uitbrengen: 'Er gaan nu stemmen op die zeggen dat het hele verhaal niet waar is, en dat die Tunesische schoonmaakster het verzonnen heeft. Er was geen andere getuige, en dat poetsgerief werd zomaar achtergelaten. We moeten maar eens een hartig woordje met dat schoonmaakbedrijf wisselen. Trouwens, er zal toch niemand zo stom zijn om hier in het gebouw te gaan liggen rampetampen. Het zal die Tunesische wel geweest zijn. Alle uitvluchten zijn goed om niet te moeten werken. Straf, hé.'

Ik begraaf mijn hoofd in mijn handen.

Metro Services is een vervolgverhaal van de Vlaamse auteur Jan Flamend, waarin hij door de ogen van de adjunct-personeelschef Paul Desmedt lief en leed beschrijft bij een dienstverlenend bedrijf dat dezelfde naam kreeg. De pittige scènes worden bevolkt door markante spelers: de flamboyante algemeen directeur Jan Louage, de kokette secretaresse Sabine de Herdt, de boertige Albert Kempeneers, rokkenjager Piet de Vadder, de zure Céline de Crayencour, de gortdroge Luc de Haes en de misantrope baas van Desmedt zelf, personeelsdirecteur Jacques Bernaerts. Naast memo's schrijven en e-mails lezen is roddelen hun favoriete bezigheid.

De illustraties zijn van de hand van Bart Ramakers.

Jan Flamend

is management consultant en oprichter van het internationale opleidingsbedrijf Valueselling.be. Zijn standaardwerk over sales heet How to sell your value and your price. Tips, tricks and tools for sales success'. In november 2010 verscheen 'Het Grote Verkoophandboek, Tips & Tricks', dat hij samen met Peter Tans schreef.

Meer info:

De Cavalerie

Valueselling.be

Share
STIJGERS & DALERS BEL20