Onze mensen zijn blij dat ze terug uit vakantie zijn en opnieuw aan de slag kunnen. Jacques Bernaerts heeft een steen in de kikkerpoel gekeild met zijn mededeling dat er grote veranderingen op til zijn. Hij heeft het toch maar weer gedaan. Het hele bedrijf in rep en roer gezet. Ik verdenk hem ervan dat hij er heimelijk van geniet, dat hij plezier schept in het observeren van de paniek die onze mensen overvallen heeft. Je ziet de mensen stiekem telefoneren met headhunters om hun evacuatie voor te bereiden, of met hun partner om te melden dat ze misschien hun job verliezen.

Anderen daarentegen glimmen van de mogelijke opportuniteiten die zich wellicht zullen voordoen: een promotie, of een ontslagvergoeding terwijl ze al een nieuw contract op zak hebben, Piet en Albert zijn in de verste verte niet te bekennen. Ik zie Sabine ook nergens. Dat stemt mij bepaald ongerust. Ze doet zo vreemd, alsof ze ... Sabine begint voor mij een obsessie te worden.
'Waarom heb je dat gedaan?' vraag ik hem bruusk. 'Vind je het echt de taak van een personeelsdirecteur om de mensen de daver op het lijf te jagen?' 'Dat is een goede vraag, Paul,' zegt hij lijzig, en hij zet zijn gewichtige docentengezicht op. 'Veranderingen schrikken de mensen af. Men heeft behoefte aan stabiliteit, rust, zekerheid. Dat staat haaks op de bedrijfsrealiteit. De ondernemingen van vandaag zijn voortdurend aan verandering onderhevig, de bedrijven moeten flexibel zijn, snel kunnen reageren. Van onze mensen verwachten wij hetzelfde. Alleen, dit gaat in tegen de fundamentele menselijke behoefte aan zekerheid. Men zal met die permanente veranderingen moeten leren leven, De belangrijkste eigenschappen die men vandaag nodig heeft om succesvol te zijn, zijn veranderingsbereidheid en veranderingsbekwaamheid. Je mag nog zo slim, zo bekwaam of zo mooi zijn. Zonder die flexibiliteit sta je nergens.'
Ik heb een hekel aan het belerende toontje waarmee Jacques die open deuren intrapt. 'Te veel veranderingen en te veel flexibiliteit is ook niet goed. Het persoonlijk leven van de mensen lijdt eronder, het gezin, de kinderen,' bijt ik terug.
'Metro is tot nu toe veel veranderingen bespaard gebleven, en dat heeft onze mensen wat blasé gemaakt, wat zelfgenoegzaam. Iedereen is op zijn lauweren gaan rusten.' 'Als er iemand op zijn lauweren rust, al vijf jaar, dan ben jij het wel, Jacques.' Ik kan mij er net van weerhouden deze vranke uitspraak in zijn gezicht te slingeren en besluit maar braafjes verder te vragen. Zo bereik ik wellicht meer. 'Dat begrijp ik, Jacques, en ik apprecieer wat je zegt. Maar ik zit nog altijd met de vraag waarom jij dit gerucht gelanceerd hebt.'
Hij begint te glunderen. 'Ik wil Jan dwingen om klaarheid te scheppen. Hij weet wat er gaat gebeuren, maar hij houdt zijn kiezen op elkaar. Met al die paniek om hem heen, zal hij wel snel uit zijn kot moeten komen.' Hij is duidelijk ingenomen met zijn politieke zet. Ik besluit naar Jan toe te stappen. Ik wil weten wat hier aan de hand is. Er is iets dat mij enorm onrustig maakt. Als ik Jan zijn kantoor binnenstap, heb ik mijn vraag goed voorbereid.
'Jan,' zeg ik onomwonden, 'als je niet communiceert, gaan de mensen hun eigen realiteit construeren. Je merkt de onrust in huis, mensen willen tekst en uitleg. Kan jij klare wijn schenken ?' Hij heeft mij rustig laten uitspreken. Ik heb zelfs de indruk dat hij geluisterd heeft. Bij een algemeen directeur heb je vaak het gevoel dat hij bezig is met doen alsof hij geïnteresseerd naar je luistert. Zoals een politicus. 'Je ziet aan zijn ogen, aan zijn werktuiglijk knikken en aan zijn slome reacties dat zijn gedachten elders zijn. Dit keer niet. Jan heeft elk woord opgenomen.
'Je hebt gelijk, Paul.' Normaal gezien zou hij er op zijn bekende gladde manier aan toegevoegd hebben: 'Ik ben blij dat je dit onder mijn aandacht brengt. Aan welke oplossing had je zelf gedacht?' Dit keer niet. Dit is ernstig. 'Het gaat om mij, Paul. Er is iets met mij aan de hand.' Ik ben onder de indruk van de sereniteit van het moment, en ik zie de verslagenheid in zijn ogen.

Dan, ineens, kan ik mij niet meer inhouden, het kan mij niet schelen, directeur of geen directeur, en ik vuur de vraag die mij al twee dagen obsedeert op hem af : 'Heb jij Sabine zwanger gemaakt ?' Hij kijkt mij verschrikt aan. Het antwoord op deze verschrikkelijke vraag kan jé binnenkort lezen in 'Nieuwe scènes op het werk' , het vervolg op de avonturen van onze vrienden van Metro Services.
|
Metro Services is een vervolgverhaal van de Vlaamse auteur Jan Flamend, waarin hij door de ogen van de adjunct-personeelschef Paul Desmedt lief en leed beschrijft bij een dienstverlenend bedrijf dat dezelfde naam kreeg. De pittige scènes worden bevolkt door markante spelers: de flamboyante algemeen directeur Jan Louage, de kokette secretaresse Sabine de Herdt, de boertige Albert Kempeneers, rokkenjager Piet de Vadder, de zure Céline de Crayencour, de gortdroge Luc de Haes en de misantrope baas van Desmedt zelf, personeelsdirecteur Jacques Bernaerts. Naast memo's schrijven en e-mails lezen is roddelen hun favoriete bezigheid. |


