Onze mensen zijn blij dat de vakantie afgelopen is. Ze zijn uitgelaten dat ze weer aan het werk mogen. Ik heb wel eens gelezen dat vakantie nog meer stress veroorzaakt dan de normale werksituatie. Het is bovendien veel gevaarlijker: de ongelukken, de voedselvergiftigingen, de overvallen, de lawines en valpartijen komen niet voor op de werkvloer. Mensen komen in andere, vreemde situaties terecht die ze niet beheersen. Ze hebben veel geld uitgegeven, lang uitgekeken naar hun jaarlijkse vakantie en ze zijn vastbesloten om voor het volle pond te genieten van al die heerlijke dingen die hun het ganse jaar ontzegd zijn: zon, zee, strand, gezonde lucht, ruimte, mooie natuur, tijd om met de kinderen door te brengen. Nu, stel dat het hotel tegenvalt, stel dat je een stevige diarree oploopt, stel dat je op een Franse camping met lawaaierige Hollanders, opdringerige Italianen, arrogante Duisters, en onhygiënische Turken terechtkomt, waar de ganse nacht door keiharde discomuziek gedraaid wordt. Je raakt bovendien geïrriteerd door negers die het strand afzeulen met hun bespottelijke koopwaar, er is trouwens nauwelijks plaats op dat strand, en de oneetbare pizza's zijn veel te duur. Het is allemaal een grote afzetterij, en ze zouden veel minder toeristen moeten toelaten. De mensen zijn slecht voorbereid om op verlof te vertrekken, ze hebben tot het allerlaatste moment keihard gewerkt, en ze hebben minstens een week nodig om te bekomen van de werkdruk. En dan slaat de melancholie toe. De vervelende vragen dringen zich op: Wat doe ik hier in godsnaam op dit zonovergoten strand? Wat moet ik met dat mens dat voor mijn vrouw doorgaat; wat hebben wij elkaar nog te vertellen? De kinderen en hun gejengel werken op mijn zenuwen, -zijn die ondertussen al zo groot geworden?-. En waarom moet ik godverdomme altijd die luchtmatrassen opblazen? Ik wil hier weg, ik wil iets om handen, ik wil werken!
Holiday blues, noemen de Engelse arbeidspsychologen dit verschijnsel. Ik moest er onwillekeurig aan denken toen Piet, Jacques, Sabine en Albert hun vakantiebelevenissen aan het uitwisselen waren. Vakantiecalamiteiten is een beter woord. Ze zijn in elk geval heel blij dat ze weer op kantoor zijn.
'Wij dus op weg naar Orlando, om in Disneyworld twee weken de onnozelaar te gaan uithangen. De miserie begon al in het vliegtuig. Onze Kevin wilde absoluut in de cabine van de piloot gaan zitten,' vertelt Piet met een gezicht waar de ergernis over zijn mislukte vakantie nog lang niet uit weggetrokken is. 'Na veel zagen van ons Mia, die mij altijd verwijt dat ik dat manneke veel tekortdoe, zit hij in de stoel van de copiloot, en weet je wat dat strontbedorven jong plots doet? Hij haalt een waterpistool boven en schiet recht in de ogen van die piloot. Grote paniek en alarm. Gelukkig stond de automatische piloot op, anders zouden we met die hele jumbo in zee gestort zijn. Kevin die krijgt daar een paar flinke lappen van de hoofdsteward rond zijn oren, ik geef hem er nog een hoop bovenop, die zet een keel open, zijn moeder begint te krijsen, en mij te slaan. Ongelooflijk. We worden in quarantaine geplaatst en voor de rest van de vlucht mogen we niet meer bewegen. Zo gauw we landen, worden we aan de politie overgeleverd. Urenlang ondervraagd in een cel. En Kevin maar huilen, en Mia maar janken. 's Anderendaags mogen we eindelijk gaan, en ik heb een boete van 20.000$ aan mijn been. Ik heb nog geprobeerd om de sfeer er wat in te brengen in Disneyworld, maar na een paar dagen zijn we maar naar huis gekomen. Mia spreekt nog altijd niet tegen mij. Maar dat laatste is niet zo erg,' besluit hij zijn verhaal terwijl hij groen lacht.
'Wat ik heb meegemaakt, is nog veel erger,' zegt Albert met ongepaste trots. 'Jullie weten dat ik elk jaar met mijn caravan naar het zuiden rijd.' Echt iets voor Albert, om met zo een sleurhut achter zijn Mercedes de wegen onveilig te maken. We wisten dit niet, het interesseert ons trouwens niet erg, maar we knikken maar van ja. Wellicht valt hier wat leedvermaak te rapen.

'Awel dit jaar, hebben we een camper gehuurd, een zwerfwagen, om door de Provence te rijden. Prima formule, ideaal om te slapen, om te eten, te parkeren, om te rijden, al wat je wil. Er is een ongemak echter, en dat is het gemak. Je hebt zo een chemisch toilet in de camper. Dat is een prachtige uitvinding, proper en hygiënisch, en gemakkelijk voor als je reisgenoten moeten terwijl je aan het rijden bent of wanneer het regent. Alleen, het is gauw vol. Om de twee dagen moet je het leegmaken en uitspoelen in een bestaand toilet. Zo zijn we in de problemen gekomen. We gingen met onze kakdoos, die er als een onschuldig koffertje uitziet, een restaurant in de buurt van Avignon binnen, om te eten, en om onze poepproductie proper te ledigen. Nu, je hoort wel eens zeggen dat de Fransen geen service hebben. Hier waren ze net veel te gedienstig. Een van de kelners pakte het koffertje aan, om het apart te zetten. Alleen, die brave man wist niet wat erin zat, en hij wist ook niet dat je het altijd mooi waterpas moet houden. Hij neemt dat koffertje met een zwierig gebaar uit mijn hand, het deksel ervan breekt los, en de hele inhoud wordt verspreid in de gelagzaal. De klanten, die er rustig zaten te eten, zijn in paniek weggerend. Een stank, iets verschrikkelijks, de vloer, enkele tafels, stoelen, doordrenkt van chemisch bewerkte kak. Je kan het je niet voorstellen. We stonden er allemaal verbouwereerd naar te kijken. De patroon heeft toen zijn zaak gesloten en we hebben hem tot 's avonds laat geholpen met zijn zaak te ontsmetten.'
'En gij vindt een beetje stront opkuisen erger dan wat mij overkomen is,' roept Piet uit. 'Awel merci. Ik dacht-dat dit precies het soort werk is, dat geschikt is voor een keuterboerke gelijk gij, Albert.'
Dat laatste zal Sabine, onze marcom manager wel niet overkomen. Ze is een onafhankelijke vrouw. Als ze op vakantie gaat, dan is dat om andere mensen te ontmoeten. Nadat Piet en Albert kond gedaan hebben van hun verloframpen, doet Sabine er nog een schepje bovenop.
'Ik ben dus dit jaar naar Sardinië gegaan,' begint ze haar verhaal. 'Veertien dagen op een mooi eiland, in een keurig hotel met zwembad en wat uitgaansgelegenheid. Ik wachtte enkele dagen voor ik me in de discotheken begaf, kwestie van al wat bruin verzameld te hebben en dan een mooi open kleedje aan te kunnen doen. Op een avond kom ik in Il Sassofono, een leuke club, waar wat jong volk rondhangt, en meteen komt er een knappe Italiaan op mij af die een drankje aanbiedt. Charmante jongen, goed gebouwd, proper gebit. Zegt dat hij Roberto heet, en dat hij mij het eiland wil laten zien. Plekjes die de gewone toeristen nooit te zien krijgen. Inderdaad, we huren een scooter en doorkruisen het eiland in alle richtingen. Roberto is aangenaam gezelschap en op een avond vraagt hij of ik zin heb om een boottocht naar Corsica te maken. De zee is van smaragd en op een paar uur ben je op Frans grondgebied. Hij vraagt mij of ik een pakje voor zijn neef die in Bastia woont, kan meenemen. Ik kon daar logeren, en wij zouden elkaar daar de dag nadien treffen. Leek me een goed plan. Tot ik in Bastia door de narcoticapolitie ingerekend word en als drugsmokkelaar voor de maffia in de cel gesmeten word. Geen Roberto meer te bespeuren, en zijn neef heb ik ook niet gezien. Het heeft drie dagen geduurd voor ik die stomme Fransen ervan heb kunnen overtuigen dat ik erin geluisd werd en dat ik niks met die drugs in mijn tas te maken had. Het consulaat, de ambassade, mijn vader, iedereen is eraan te pas gekomen. Veel vakantie heb ik niet gehad. Ik wil geen Italiaan meer zien. Alle mannen zijn profiteurs.' Ze breekt in tranen uit, en loopt weg.

'Arm kind,' mompelt Jacques, onze personeelsdirecteur. 'Maar dat komt er ook van, als vrouw alleen reizen, hitsige mannen uitdagen in discotheken, ze is er nog goed vanaf gekomen. Ze had evengoed verkracht of vermoord kunnen worden. Nu, wat mij overkomen is, dat is pas erg. Ik logeerde in een golfresort, hele chique bedoening in de buurt van Marrakech, en ik neem daar deel aan een golftornooi. Alles zit mee die dag, ik speel als nooit tevoren, na tien holes leid ik de rangschikking. Totdat ik plots mijn voet omsla, ik val, ik krijg mijn clubs tegen mijn hoofd en mijn arm raakt geklemd. In aller ijl brengen ze maar naar het hospitaal, en daar constateren ze een verzwikte enkel, een lichte hersenschudding en een gebroken voorarm. Mijn heel toernooi naar de vaantjes, mijn vakantie verbrod en mijn vrouw lastig dat ze de hele dag op mijn gezicht moest kijken.'

Piet en Albert kunnen hun leedvermaak niet verbergen, en roepen bijna gelijktijdig uit: 'Waar heb je die hersenschudding vandaan gehaald, Jacques? Er zit toch niets in dat hoofd van jou.'
Jacques laat het niet aan zijn hart komen, en zegt op geheimzinnige toon: 'Weten jullie wel wat er ons binnen enkele weken te wachten staat? Albert en Piet, jullie zullen wel als eersten overdonderd worden. Hou je maar vast aan de takken van de bomen.'
Het gelach verstomt onmiddellijk en Piet en Albert kijken wat schaapachtig naar een triomfantelijke Jacques. De vakantiesfeer is verdwenen. Terug naar de realiteit. Het wordt weer knokken. De messsen dienen geslepen. Zelf ben ik niet zo een felle vakantieganger. Blijf liever thuis in mijn tuin. Misschien ga ik in september mijn zus bezoeken. Zij doet ontwikkelingswerk op de Filippijnen. Zien of ik me daar nuttig kan maken.
|
Metro Services is een vervolgverhaal van de Vlaamse auteur Jan Flamend, waarin hij door de ogen van de adjunct-personeelschef Paul Desmedt lief en leed beschrijft bij een dienstverlenend bedrijf dat dezelfde naam kreeg. De pittige scènes worden bevolkt door markante spelers: de flamboyante algemeen directeur Jan Louage, de kokette secretaresse Sabine de Herdt, de boertige Albert Kempeneers, rokkenjager Piet de Vadder, de zure Céline de Crayencour, de gortdroge Luc de Haes en de misantrope baas van Desmedt zelf, personeelsdirecteur Jacques Bernaerts. Naast memo's schrijven en e-mails lezen is roddelen hun favoriete bezigheid. |


