2.300 miljard dollar kon Afrika niet helpen

In 1970 waren er nog 534 miljoen mensen overgeleverd aan de moordende regel van minder-dan-één-dollar-per-dag. Nu zijn dat er nog maar 322 miljoen, een belangrijke daling, die zich bovendien voltrekt ondanks de stijging van de wereldbevolking. Uit onderzoek van de Columbia University in New York blijkt dat de inkomstenongelijkheid in de wereld afneemt en dat die tendens zal worden verdergezet naarmate de ontwikkelingslanden hun inhaalbeweging volmaken.

Nochtans zijn het vooral China en India die aan de basis liggen van die daling. De kloof tussen de zestig armste landen van de wereld (vooral Afrikaanse landen) en hun rijke tegenhangers is de jongste jaren alleen maar groter geworden. In 1970 moest één op de drie Afrikanen het stellen met minder dan anderhalve dollar per dag.- zo'n 94 miljoen mensen. Vandaag zijn er dat 297 miljoen, bijna één Afrikaan op twee. In 1970 leverde Afrika 13% van de armsten ter wereld. Vandaag bijna driekwart.

In zijn boek The White Man's Burden rekende de gewezen econoom van de Wereldbank William Easterley na dat er de afgelopen vijftig jaar 2300 miljard dollar aan ontwikkelingshulp is gespendeerd. Easterley suggereert dat we dat geld net zo goed door het riool hadden kunnen spoelen. Hij verwijt het hele apparaat voor ontwikkelingssamenwerking een stuitend gebrek aan controlemechanismen en flagrante onwil om het beleid op de wensen van de allerarmsten af te stemmen.

  • Gebaseerd op:Knack
Share
STIJGERS & DALERS BEL20