Belgische homo's en lesbiennes scheiden amper

In 1989 kregen Deense homo's en lesbiennes als eerste in de geschiedenis het wettelijk recht kregen om een samenlevingscontract aan te gaan. Dat wekte in het Scandinavische land de woede op van evangelische conservatieven, die vreesden dat het toelaten van dit soort samenlevingscontracten het huwelijksinstituut zou kelderen. Dat ze daarin geen ongelijk hadden mag blijken uit het hoge echtscheidingspercentage bij Deense niet-hetero's. In 2007 liepen 28,5% van deze huwelijken op de klippen. Finland doet nog slechter met 31, 4%.

Nederland, dat in 2001 als eerste land ter wereld gelijke rechten voor homo's en lesbiennes als voor gewone getrouwde koppels voorzag, zag in 2008 10,3% van de homohuwelijken op de klippen gaan. Spanje en België volgden snel, terwijl andere Europese landen, waaronder het VK, voor gerelateerde varianten kozen. In 2007 scheidden amper 8% van de Belgische homokoppels. Daarmee scoort ons land het beste binnen Europa. Het cijfer voor de VK (0,5%) kan niet als representatief worden beschouwd, vermits de wet er pas eind 2005 werd goedgekeurd en diezelfde wet erin voorziet dat een scheiding ten vroegste één jaar later kan worden uitgesproken.

  • Gebaseerd op:Financial Times
Share
STIJGERS & DALERS BEL20