Bill Clinton: 'VS bevinden zich in een populistisch moment waarin elke teken van intelligentie door de politiek als een obstakel wordt beschouwd'

Bill Clinton at the WEF

Wat vraag je aan een man die alles weet, vraagt Simon Schama zich af in de Financial Times, wanneer hij Bill Clinton bezoekt in de hoofdkwartieren van diens Clinton Global Initiative in Harlem, New York. Een gesprek waarin eerder dan de wereldproblematiek vooral de Amerikaanse problematiek aan bod komt.

De VS kampen vandaag met één groot probleem, en dat is dat ideologie het steeds opnieuw haalt van filosofie, zegt de voormalige Amerikaanse president (1992 - 2000):  ‘Het probleem met ideologie is dat je de antwoorden op voorhand al hebt, bewijzen worden irrelevant, ervaring is irrelevant en wat de concurrentie doet is irrelevant...’

Kritiek op de regering hebben is het geboorterecht van elke Amerikaan, vooral omdat de natie werd opgericht als antwoord op wat de Amerikanen als 'een onverantwoordelijk machtsmisbruik' beschouwden... iets wat voor de founding fathers een ware obsessie werd... Maar hoezeer de schrijvers van de grondwet de Amerikanen tegen dit soort machtsmisbruik wilden beschermen, ze wilden ook een regering die sterk en flexibel genoeg zou zijn om te doen wat in alle tijden nodig is. (...) De regering aanvallen is niets nieuws. We hebben vandaag zoveel overheidsinstituten dat iedereen wel een programma kent waar geld wordt verspild, een belasting die te hoog is, een politicus die macht misbruikt...  De meeste Amerikanen stonden altijd al sceptisch tegenover te veel overheid, maar ze willen wel ‘genoeg’ overheid. En dan wordt het debat wat is goed en wat is te veel?

‘Er is een breuk tussen de politiek en de media en economisch succes. Dit laatste bouwt men via netwerken en zakendoen, maar de boze politiek lijdt ondertussen vooral aan een gebrek aan aandacht. ‘

Deel van deze hysterie tegen de overheid doet Clinton af als 'commerciëel gevat entertainment.' Rush Limbaugh, Amerika’s meest succesvolle ultraconservatieve radiopresentator is volgens Clinton ‘een zeer verstandig man’, die zijn marktaandeel verdient via ideologie en al wat extreem is,’ maar wat de Republikeinse agenda totaal overhoop heeft gegooid is de opkomst van de Tea Party. Die heeft de Republikeinen zo ver naar rechts geduwd dat al wat de overheid doet nu per definitie slecht is.’

Volgens Clinton is de Tea Party 'de meest extreme incarnatie' van een 30-jarige cyclus die begon met Ronald Reagan, toen die in zijn inhuldigingsrede zei dat 'de overheid niet de oplossing, maar het probleem is.' 'Doch het probleem is niet dat de Tea Party nu het land controleert, de radiostations heeft overgenomen of het merendeel van de publieke opinie vertegenwoordigt; het probleem is dat een compromissysteem dat in het verleden voor Amerika functioneerde, dat nu niet meer doet.’

Clinton verwijst naar zijn Waterloo-moment in 1995, toen een conflict tussen de president en het Congres onder leiding van Newt Gingrich ertoe leidde dat de federale overheid tweemaal een korte periode - een aantal dagen gesloten - werd. Zij konden het namelijk niet eens worden over het budget van de federale overheid. Maar het was Clinton en niet Gingrich die als winnaar uit het conflict kwam en in 1996 werd herverkozen. Toen de VS eerder dit jaar in soortgelijke patstelling kwamen toen het schuldenplafond moest worden verhoogd, leek zo’n Waterloo-moment opnieuw dichtbij. Volgens Clinton zou Obama van een escalatie daarvan hebben kunnen profiteren, ware het niet dat het prestige en de verantwoordelijkheidszin van Amerika op het spel stonden en Obama zich niet kon permiteren te zeggen dat de Republikeinen blufpoker speelden.

Hoe het nu verder moet? ’Je kan geen ideologen bekeren, want de feiten spelen voor hen geen rol. Maar zoals de wereld vandaag draait moet je vechten zoals het hoort en de enige strijd die je kan winnen is de economische strijd. ‘Er is geen enkel voorbeeld in de wereld vandaag van een succesvol land - waaronder hij begrijpt lagere werkloosheid, hogere banengroei, minder inkomensongelijkheid en een zorgsysteem dat betere dienstverlening biedt tegen een lagere prijs - dat niet over zowel een sterke economie als een efficiënte overheid beschikt en er in slaagt beide te laten samenwerken. '

Clinton weet waar hij Amerika’s geld zou steken. ‘Wie 1 miljard dollar investeert in een steenkoolmijn produceert 900 nieuwe jobs, steekt hij dat geld in zonne-energie dan heb je 1.900 jobs en in windmolenparken 3.300 jobs. Het renoveren van bestaande gebouwen creëert voor zo’n investering 7.000 - 8.000 jobs. Dit soort processen vertegenwoordigt een natuurlijke samenwerking tussen de overheid en de privé. Wie kan tegen zijn?’

Maar Clinton erkent ook dat het land zich in een populistisch moment bevindt waarin elke teken van intelligentie door de politiek als een obstakel wordt beschouwd. ‘We hebben eerst gehoord dat onze sociale zekerheid een piramidespel is. Toen men daarna presidentskandidaat Ron Paul vroeg of we - vermits niets dat de overheid doet goed kan zijn - dan ook maar de Grand Canyon moesten sluiten, antwoordde die: ‘Dat is een strikvraag’. En de arme Jon Huntsman - voormalig gouverneur van Utah en Obama’s ambassadeur in China? ‘Gediskwalificeerd, want hij werkte onder Obama en spreekt Mandarijns!?’

'Ik geloof in God en begrijp wat men bedoelt met intelligent ontwerp, maar wanneer ik naar de Republikeinse debatten kijk, begin ik me toch vragen te stellen.'

  • Gebaseerd op:Financial Times
  • Powered by:Express.be
Share
STIJGERS & DALERS BEL20