De geschiedenis van het geweld

Wie er de kranten op naleest moet stilaan maar zeker gaan geloven dat de westerse wereld naar de vaantjes gaat. Jongeren steken iemand neer voor een iPod of een sigaret, terroristen vliegen met jets in wolkenkrabbers en laten explosieven tot ontploffing komen in treinstellen.

Geweld lijkt alomaanwezig en vroeger was alles beter, hoor je vaak. Maar is dat wel zo? De Franse historicus Robert Muchembled schrijft in zijn boek ‘Une histore de la violence', dat het aantal moorden in Europa en de VS integendeel sterk is gedaald. Jaarlijks wordt 1 op elke 100.000 Europeanen omgebracht, in de VS is dat 6 op 100.000. Maar in de veertiende eeuw bijvoorbeeld lag dat cijfer in Europa op 130 op 100.000. Toch zijn een aantal zaken in die 7 eeuwen onveranderd gebleven. 90% van die moorden worden gepleegd door mannen die jonger zijn dan 30 en Zuid-Europa is moordachtiger dan het Noorden, wat het cliché van de warmbloedige Latijnse man enkel versterkt.

Muchembled, die les geeft aan de universiteit van Paris-Nord, ziet een aantal belangrijke factoren voor de afname van geweld in Europa in de laatste eeuwen. Zowel de kerk, de school als het leger hebben een daarin een belangrijke rol gespeeld en zijn geweld gaan afzweren om het langzaam maar zeker uit het openbare leven te doen verdwijnen. Maar ondanks deze natuurlijke tendens, lijkt nu toch een nieuwe cultuur van vernieling in de maak. Bendevorming in de Parijse banlieues, het afschaffen van de legerdienst, massale werkloosheid en de vorming van talrijke stadsghetto's in westerse steden dragen daar zeker toe bij. ‘De wet van de wraak en de machocultuur zijn nog niet volledig uit het Oude Continent verdwenen', aldus Muchembled.

De Britse schrijver James W. Jones vraagt zich in zijn boek ‘Blood that Cries out from the Earth' dan weer af hoe het opnieuw zover is kunnen komen. Hij verwijst daarbij naar de ‘banalisering van het kwaad', dat ervoor zorgde dat gewone mensen zou als u en ik in het Derde Rijk werden omgevormd tot ware moordmachines die allesbehalve de kenmerken vertoonden van geestesgestoorden of psychopaten. Wanneer in dat verband één specifieke factor geïdentificeerd kan worden dan is het die waarbij moorden acceptabel wordt, schrijft Jones. Zelfs moderne democratische leiders trachten hun critici te overtuigen van de juistheid van hun oorlog. Ze gebruiken daarvoor termen als ‘friendly fire' en collateral damage'.

Maar de giftigste factor blijft die van het religieus terrorisme waarbij aanhangers worden overtuigd dat een hoger doel wordt nagestreefd en waarbij de vijand wordt gedegradeerd tot een heidens wezen. Fundamentalisten beloven hun volgelingen een gezegend leven na de dood, idealiseren de strijd als een gevecht tussen goed en kwaad en verdelen de wereld in gelovigen en ongelovigen. Jones maakt daarbij geen onderscheid tussen verschillende godsdiensten. Allen hebben ze op bepaalde tijdstippen geweld en terrorisme ondersteund, zelfs verheerlijkt, om het daarna af te zweren. Welke van deze twee tendensen overleven zal, is waarschijnlijk beslissend voor de toekomst van de mensheid. [Foto]

 

Share
STIJGERS & DALERS BEL20