De ontcijfering van het verlangen

Velen vragen zich terecht af waarom wetenschappers zo graag onderzoek doen naar ziektes en problemen, terwijl geluk en genot amper aan bod komen. Dat moet ook de Brit Paul Martin, een gedragsbioloog aan de universiteit van Cambridge, zijn opgevallen, want hij schreef prompt een boek dat de titel ‘Sex, Drugs en Chocolate. The Science of Pleasure' meekreeg. Daarin tracht Martin de verstrengelde relaties tussen verlangen, genot en geluk enerzijds en verslaving, pijn en verveling anderzijds, uit de doeken te doen.

Genot zou ons moeten verleiden om ons te gedragen op een manier die biologisch voordelig is (de geslachtsdaad, gezond eten), terwijl pijn ons moet ontmoedigen om onszelf schade toe te brengen (afkickverschijnselen bij drugverslaving).

Martin baseert zich graag op eerder werk van de Canadees Michel Cabanac van de Laval Universiteit in Québec. Die beweert dat genot als een meetstok fungeert die het brein toelaat alternatieve opties te evalueren. Wie moet kiezen tussen eten, warmte en gevaar vermijden gaat onbewust deze opties vergelijken in termen van het genot dat ze hem zullen verschaffen.

Maar genot heeft ook een donkere kant: mensen die van genot afhangen om gelukkig te zijn, zijn gedoemd om aan de andere kant van het spectrum uit te komen. Omdat de intensiteit van genot, naarmate men het vaker ervaart, steeds zal afnemen, moet de vastberaden hedonist op zoek naar steeds grotere dosissen ervan, tenzij hij voor een andere vorm van genot kiest. Martin noemt in dat verband een zevental beroemde ‘genotszoekers', van Lord Rochester tot Janis Joplin. Al deze mensen consumeerden industriële hoeveelheden drank en drugs en hadden honderden seksuele partners. Op één na stierven ze allen jong. Hun grootste motivatie, schrijft Martin, was het ontvluchten van verveling, waarvoor ze geen enkele tolerantie toonden.

Via deze voorbeelden wil Martin aangeven dat er een onderscheid bestaat tussen genot (houden en genieten van iets) en verlangen (iets willen). Soms gaan ze hand in hand, soms leiden ze ons naar tegengestelde richtingen. Hoewel nicotine, junk food, gokspelen en pornografie ons vluchtige momenten van genot zullen brengen, is het grootste effect ervan dat ze ons laten snakken naar meer. Verslaving is dus een uit de hand gelopen verlangen. De 7 voornoemde genotszoekers zochten dagelijks intense genotservaringen op, doch allen stierven ze jong en diep ongelukkig.

Voor Martin bestaat geluk uit drie complementaire facetten. Ten eerste is er het ervaren van positieve emoties zoals vreugde, opwinding en affectie. Ten tweede is er het ontbreken van pijn en negatieve emoties zoals angst, boosheid, schuld of schaamte. Het derde facet is voldoening - de ervaring dat je tevreden bent met je leven in het algemeen en met specifieke aspecten als je werk en je relaties in het bijzonder.

Omdat we biologisch niet zijn geprogrammeerd om automatisch ons geluk te maximaliseren adviseert Martin zijn lezers om op zoek te gaan naar ‘weinig maar dikwijls', waarmee hij bedoelt dat mensen regelmatig gematigde genotservaringen moeten opzoeken, eerder dan zich te richten op de extase van de zeldzame ‘big bang'.

Het perfecte recept daarvoor bestaat volgens Martin uit:

-          sex

-          chocolade

-          in gezelschap genieten van een maaltijd

-          tuinieren

-          stilte

-          vissen

-          wandelen

-          muziek

-          vertrouwen hebben in anderen

-          dutjes doen en wegdromen

 

Share
STIJGERS & DALERS BEL20