'De prijs die we betalen voor het martelen van Iraki's'

Mensen die folteringen verdedigen zeggen vaak dat het de enigste manier is om terroristen klein te krijgen. Een voormalig Amerikaans militair ondervrager, die in de Washington Post onder het pseudoniem Matthew Alexander schrijft, spreekt dat formeel tegen.

‘Nadat ik persoonlijk 300 ondervragingen heb geleid en er ook nog eens een duizendtal heb gesuperviseerd, kan ik zeggen dat het gewoonweg niet met de waarheid strookt. Ik beschouw mezelf niet als een ivoren-toren-type, maar toen ik in 2006 in Irak arriveerde was ik geschokt toen ik een aantal van mijn collega-ondervragers technieken zag gebruiken die de lijn van wat we ‘angst en controle' noemden overschreden op een manier die ik enkel ‘marteling en misbruik' kan noemen.

Dit soort wreedheden strookte voor mij niet met mijn Amerikaanse waarden. Daarom trachtte ik informatie los te krijgen door een relatie met de verdachten op te bouwen, hun cultuur te begrijpen en ouderwets boerenverstand te gebruiken. De resultaten waren fantastisch: mijn team slaagde er in om via een verdachte de schuilplaats van Abu Musab al-Zarqawi te weten te komen.

In Irak zag ik ook met eigen ogen dat marteling Amerikaanse levens kost. De belangrijkste reden waarom buitenlanders naar Irak komen om te vechten is om ‘de wreedheden van Abu Ghraib (foto) en Guantanamo te wreken.'

En wraak kregen ze: deze buitenlandse jihadi's zijn verantwoordelijk voor tenminste de helft van de duizenden Amerikaanse dode of verminkte soldaten. ‘Hoe iemand luidop kan verklaren dat marteling Amerikaanse levens beschermt, gaat mijn verstand te boven. Tenzij Amerikaanse soldaten niet als Amerikanen worden beschouwd.'

 

Share
STIJGERS & DALERS BEL20