Dreigend tekort aan huisartsen (kortzichtigheid als politiek)

Het nieuws van de week was doordrongen van de paniek dat er een tekort aan huisartsen dreigt. Het is de medische stand zelf die aan de alarmbel hangt en onmiddellijk ook een oplossing naar voor schuift: zorg er eenvoudigweg voor dat de huisartsen meer gaan verdienen.

Daarmee zijn we gekomen aan een punt dat ik enkele jaren al heb voorspeld in een column, maar wat toen door met name de medici heftig werd bestreden.

De column had ik geschreven voor het Radio 1 programma ‘De Toestand is Hopeloos, maar niet Ernstig’ naar aanleiding van de toelatingsproef voor geneeskundestudenten en de numerus clausus die daarmee gepaard ging. De redenering van de artsen was als volgt: er zijn teveel huisartsen. Daardoor zijn er een aantal die onvoldoende patiënten hebben en zij zijn geneigd om teveel voor te schrijven en mensen terug te laten komen zodat het Sociale Zekerheidssysteem op kosten wordt gejaagd. Ook krijgen die minder succesvolle dokters te weinig ervaring.

Dat zijn dus drie argumenten en mijn redenering was ietwat anders:

1. Op het argument dat er teveel zijn: Er zijn ook al jaren teveel filosofen en archeologen, maar niemand vraagt om een numerus clausus bij die studierichtingen.

2. Op het argument dat zij onvoldoende ervaring kunnen opbouwen. Van zulke redeneringen word ik bang. Als ervaring de optelling van je fouten is, hoe kan het dan dat op een belangrijk punt als de gezondheidszorg we ons lot in de handen moet leggen van iemand die ons gebruikt om ervaring op te doen?

3. Op het argument van de verhoogde kosten: iemand die op de manier zoals men die beschreef zijn inkomsten aanvult, is een sjoemelaar, een crimineel. Het lijkt mij geen goed idee om de markt ten gunste van dat slag mensen te beschermen tegen nieuwkomers. Je zou die mensen moeten opsluiten of tenminste verbieden het beroep uit te oefenen.

Het leek me in het algemeen tegen alle economische wetten dat je de uitgaven in de gezondheidszorg kunt verlagen door het aanbod te beperken. Blijkbaar gelden in de geneeskunde andere economische wetten. Mijn conclusie was dan ook dat de remedie erger was dan de kwaal, een niet ongewoon verschijnsel in de gezondheidszorg. Maar wie ben ik? Niemand dus, want het was duidelijk dat de overconsumptie in de geneeskunde bestreden zou worden zoals de heren van de medische stand dat in al hun deskundigheid bepaald hadden. De toelatingsproef werd goedgekeurd in 1996.

We zijn nauwelijks tien jaar na die invoering, de eerste afgestudeerden van die lichting zijn net op de markt, en er dreigt al een tekort. Ik moet toegeven: op dat vlak heb ik me vergist. Ik had het tekort vijf jaar later verwacht. Een mens kan niet altijd gelijk hebben.

Maar de heren artsen hebben een kort geheugen of hopen tenminste dat wij dat hebben. De oplossing die ze nu voorstellen –een verhoging van het inkomen van de arts- is het toppunt van hypocrisie. Zoiets leidt namelijk rechtstreeks tot een grotere last voor de sociale zekerheid en herinner je, dat was nu net het argument om de numerus clausus er voor de politiek en de publieke opinie door te drukken. Excuseer dat ik daar alvast niet intrap. Laten we de waanzin van fout op fout nu eens stoppen en terugkeren naar de basis. De oplossing is niet nog meer corporatisme en bescherming, maar de vrije markt. Gooi de studie weer open en binnen tien jaar is het probleem automatisch opgelost. Maar je zult het zien, ook nu zullen ze niet naar me luisteren. Ik ben maar een columnist.

Frank Wouters

 

Share
STIJGERS & DALERS BEL20